stefan, wat ik juist zo apart vind aan dit boek is dat het nu eens niet in de populaire recht voor zijn raap taal is geschreven. In mijn ogen zijn er juist veel te veel boeken waarin alles in een popi taaltje geschreven worden en zeker in boeken voor de jeugd. Wat is er mis met 'een hapje gaan eten?' Dat is gewone taal zoals gewone mensen spreken. Wat wil je dan? Effe snacken, effe brunchen of zoiets.
Dit boek laat je nadenken. Wat is er met Jonathan gebeurd? Het laat heel goed de innerlijke ontreddering van Jonathan zien, de eenzame, angstige, introverte jongen die niet weet hoe hij zich moet uiten. Dit wordt op een uiterst integere manier beschreven. Het is juist karakteriserend voor Jonathan dat niet echt verteld wordt wat er met hem gebeurd is, hij is het zelf nog aan het verwerken.
Charlie Wallace een karikatuur? Nee, wel een nieuwsgierige jongen. Wat is het verschil met een jongen die de weilanden in gaat, alles onderzoekt, bootje bouwt, onbekommerd op een boer afstapt om te vragen of hij een lammetje mag aaien?
Dit verhaal speelt zich alleen af in een zeer grote stad, maar de nieuwsgierigheid is hetzelfde. Charlie is ook niet gewend dat mensen wreed kunnen zijn, hem iets aan kunnen doen, hij is inderdaad niet bang en stapt onbekommerd op alles af wat zijn interesse wekt. En deze interesse wordt hem ook niet fataal. Het is gewoon bad luck.
Ook de tegestelling qua achtergrond is mooi, de zogenaamd ongeruste ouders van Jonathan tegenover de écht geïnteresseerde ouders van Charlie.
De argumenten dat de schrijver zijn dada's wil delen vind ik niet erg steekhoudend. Dan kunnen veel schrijvers beter niet meer schrijven. Maarten 't Hart zou dan helemaal wel kunnen stoppen.
Groet
Dettie