Voelde ik bij de eerste 2 boeken misschien nog een beetje sympathie voor Sebastian, vanwege z'n verleden, nu begint die sympathie toch echt te verdwijnen. Sebastian is een egoïstische, egocentrische klootzak. Dat het niet helemaal zijn schuld is dat de vader van Vanja in de gevangenis zit, doet daar weinig aan af. Het feit dat hij de droom van Vanja om een opleiding bij de FBI te gaan doen, verstoort, is onvergefelijk. Hij wil haar bij zich houden, maar waarom eigenlijk? Hij is haar verwekker, maar zelfs dat vertelt hij haar niet. Hij wil zichzelf vooral belangrijk maken voor haar, niet omdat dit goed is voor Vanja, maar omdat het z'n eigen zelfbeeld streelt.
Voor een psycholoog heeft hij bijzonder weinig psychologisch inzicht, zie z'n verhouding met Ellinor.
Ik kan alleen maar hopen dat Vanja ontdekt dat Sebastian het bewijsmateriaal dat er voor heeft gezorgd, dat haar vader achter de tralies zit, heeft laten verzamelen.
De verhaallijn rond Shibeka Kahn is wel mooi, maar maakt me ook kwaad op de mannen om haar heen. Ze hebben asiel gevonden in Zweden, maar lijken hun achterhaalde opvattingen meegenomen te hebben. Een vrouw mag niets en moet ook geen contact hebben met Zweden in een poging om de verdwijning van haar man en een ander familielid op te lossen. De zoon is belangrijker dan de vrouw, ondanks het feit dat het nog maar een kind is. De moeder moet naar haar kind luisteren, in plaats van dat het kind naar de moeder moet luisteren.