Samenvatting: In De laatste stad trekt een bont reisgezelschap - een oude Belg met een mooie en taaie jonge echtgenote, een Engelse journalist met een writer's block en zijn nuchtere echtgenote, plus een getourmenteerde priester - onder primitieve omstandigheden door Peru. Het gezelschap is op zoek naar een verloren stad van de Inca's. Iedere reiziger heeft echter zijn eigen, geheime reden om deze tocht naar het onbekende te maken. Niet alleen de wrijvingen binnen de groep, maar ook de spanningen tussen de groep en de gids - die de onervaren toeristen minacht - maken van wat een toeristisch reisje leek te zijn een complex avontuur. In dit boek heeft Thubron zijn eigen reiservaringen verweven met de belevenissen van fictieve reizigers die zich niet alleen door de binnenlanden van Peru begeven, maar ook door het niet zelden even riskante mijnenveld van intermenselijke relatie.
Prachtige psychologische roman, boeiend van begin tot eind. Tijdens de barre tocht naar de ruïnes van het laatste bolwerk van de Inca's, Vilcabamba (fictief, begreep ik uit een recensie), komen de karakters van de vijf hoofdpersonen met elkaar in botsing. Iedereen maakt een ontwikkeling door, ontdekt nieuwe aspecten van zichzelf en anderen, leert zichzelf en de partner beter begrijpen. Het ene echtpaar komt dichter tot elkaar, maar op andere voorwaarden, het andere paar valt door een tragische gebeurtenis uiteen, de jonge priester vindt tenslotte verlossing van zijn schuldgevoel. Dit alles in een adembenemend landschap, dat de journalist maar niet kan beschrijven, maar Thubron gelukkig wel.