Flaptekst: In een arbeiderswijk in Deventer woedt een gezinsstrijd die dagelijks wordt aangewakkerd door vader Turis, een onaangepaste dronkaard en hoerenloper, iemand zonder geweten. Hij komt jarenlang weg met zijn escapades en intimidaties die het hele gezin gegijzeld houden. Maar dan grijpt de jongste zoon een geheim aan dat zijn moeder al een decennium met zich meedraagt om zijn vader voorgoed uit hun levens te verdrijven. Tijdens zijn zoektocht naar de waarheid krijgt hij al snel tegenwerking uit onverwachte hoek. De zoon dient zich opnieuw te verhouden tot zijn vader, zijn moeder en vooral tot zichzelf.
Turis is een beklemmende, indringende en bij vlagen bijzonder geestige roman, die de lezer meesleurt in een onbekende wereld waarin absurdisme en ontroering elkaar moeiteloos afwisselen. Özcan Akyol (1984) schreef eerder de semiautobiografische bestseller Eus. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste literaire schrijvers van zijn generatie.
Een verhaal opbouwen kan hij wel en ook het feit dat hij zijn eigen fouten niet verdoezeld is te prijzen, maar als geheel valt er wel wat aan te merken op dit boek. Zoals zo vaak bij in Nederland opgegroeide auteurs, die thuis de moedertaal van hun ouders hebben gesproken, schort er nogal wat aan de woordcombinaties. Complimenten betreffende meisjes zijn daardoor wel eens komisch. Bij een groot voorhoofd, vlezige wangen en waterige ogen heb je niet meteen een mooi meisje voor ogen. De dialogen klinken houterig en onnatuurlijk, een beetje als een toneelstuk van 50 jaar geleden. In de beschrijvende delen is hij het best en het verhaal van zijn ellendige jeugd is schrijnend. Ik hoop dat hij zich als schrijver nog verder ontwikkelt, want met de laatste zin van de flaptekst kan ik het niet eens zijn.