Ik schiet lekker op in het boek, vooral ook doordat ik moeilijk kan stoppen met lezen. Ik herken veel uit de tijd dat ik zelf in dagbehandeling zat (wanneer was dat en waarom zat ik daar eigenlijk?). Van de therapie zelf kan ik me nog wel het nodige herinneren. Net al in het boek, problemen met medepatiënten. Indertijd ook meegemaakt dat een patiënte min of meer door het lint ging en meende dat er over haar werd gepraat. Het merkwaardige is natuurlijk ook dat sommige patiënten je ook op de zenuwen kunnen werken, hetgeen natuurlijk ook niet goed is. Zoals de anorexiapatiënte die mij als excuus gebruikte om tussen de middag niet te eten (ik eet liever niet, dan niet lekker). Of een patiënte die niet begreep dat ouders hun kind afwijzen en die op een gegeven moment vertelde dat ze zo gelachen had, toen ze de hond wasknijpers op de oren hadden gezet, iets waar ik nogal verontwaardigd op reageerde. De keren dat ik zelf kwaad de therapie uit liep, met slaande deuren. De man die het niet kon verdragen om zich tussen de vrouwen om te kleden bij psychomotorische therapie (haal het niet in je hoofd om gymnastiek te zeggen), waardoor de vrouwen naar een kleiner deel van de kleedkamer werden verbannen, terwijl de 2 heren het grootste deel van de ruimte konden gebruiken. Ik trok me daar niets van aan en bleef gewoon in het grote deel van de kleedkamer.
En ja, het feit dat patiënten buiten de therapie geen contact met elkaar mochten hebben. Niet dat we ons daar altijd evenveel van aantrokken. Ik heb wel wat contacten aan de tijd in therapie overgehouden, maar die ben ik al lang weer kwijt.