En ik heb het boek uit. Ik herken wel wat van mezelf in Isebrand, hoewel ik misschien wat minder naïef ben als het om andere mensen gaat. Wat ik absoluut niet begrijp is dat Isebrand aan het eind van het boek met Manja in bed belandt. Ik vind het toch een tamelijk eng mens, dat Isebrand alleen maar lijkt te kunnen kleineren. Cornelis Meckering is een opgeblazen kwal, die ik het liefst alle trappen van de Martinitoren af zou laten vallen. Ik vraag me alleen af hoe het met Jean-Luc af is gelopen. Ik heb weinig vertrouwen in die motorrijder met wie hij weggaat.
Boudewijn vind ik een beetje een lapzwans en Sylvio heeft ambitie en kennelijk een talent waarmee hij wat kan bereiken, hoewel we dat maar moeten afwachten. Hij lijkt in ieder geval iemand ontmoet te hebben, waarmee hij samen kan werken, om z'n talent tot bloei te laten komen. Daarmee heeft hij dus ook geluk gehad.
Isebrand is een tragische figuur, die het wel probeert, maar de pech heeft dat hij de aardig is. Hij wil den mensen graag helpen en misschien z'n werk goed doen in een maatschappij waar snelheid belangrijker is dan al het andere. Er moet snel geld verdiend worden, het werk moet snel gedaan worden en de indruk moet worden gewekt dat het ook goed is gedaan, terwijl snel en goed zelden samen gaan. Isebrand heeft iemand nodig die hem misschien een zetje geeft en in hem geloofd en niet iemand als Manja.