Nou dan heb ik het nu ook echt gelezen. Ik had het meegenomen in de trein naar Amsterdam afgelopen zaterdag, waar ik de ledenvergadering van de Vestdijkkring en aansluitende lezing ging bijwonen. In de trein was ik al gekomen tot pagina 140. De dag erna 's morgens de rest uitgelezen.
Algauw, toen ik aan dit boek begon kreeg ik het idee met een verhaal van Guy de Mauppassant van doen te hebben: over het algemeen korte zinnen en beeldspraak die niet door metaforen wordt opgeroepen, maar door een bepaalde keuze en volgorde van woorden.
Het was een verhaal dat me meteen in de ban had en hield, maar dat ook meteen alles grijs kleurde, alsof de werkelijkheid vertroebeld was door een vage mist.
Het verhaal werd steeds tragischer, er zaten zelfs huiveringwekkende momenten in en daarbij was de vondst van het vermoorde kind niet het huiveringswekkendste. Claudel beschijft de moord op een heel subtiele wijze, zodanig dat je als lezer het idee krijgt alsof je naar een schilderij staart. Het is een verhaal wat de tijd enorm uitrekt, het leven van de mensen, de eerste WO, het lijkt nooit op te houden, het gaat maar door op zijn eigen trage manier. Net zoals de zoektocht van de politieman naar de waarheid. Hij kan het niet loslaten. Hij wil het weten. En als hij het eenmaal te weten komt, is het een grote schok.
Het heeft een detective plot, maar dat vormt alleen maar het vertrekpunt voor bespiegelingen over het leven, de mens en oorlog en wat dit met mensen doet.
Prachtig boek dus, dat herlezen verlangt.