Nou ik was ook niet zo onder de indruk. Zoals gezegd moet het waarschijnlijk in die tijd in Amerika best wel schokkend geweest zijn. Volgens mij was het een tijd dat iedereen heel beleefd de schijn ophield. Holden gaat daar dwars tegenin. Nep en schijnheilig zijn woorden die hij veel gebruikt. Hij vloekt inderdaad, Phoebe wijst hem steeds terecht. Misschien was zelfs het "de pest hebben aan" een half scheldwoord. En in de school van Phoebe, zowel als in het museum komt hij "fu.ck" tegen, op de muur geschreven of ingekrast. Dat lijkt me voor die tijd ook best heftig.
Een ontwikkelingsroman vind ik het ook niet. Dat had het wel kunnen worden als Holden tot een inzicht was gekomen. Hij beschrijft echter alleen zijn toestand in die dagen voorafgaand aan Kerst, een halfjaar nadat hij tijdens die Kerst ook werkelijk is ingestort. Het inzicht moet dan nog komen. Hij heeft alleen één belangrijke keuze gemaakt en dat is om in plaats van weg te gaan, naar huis te gaan. Dit om te voorkomen dat ook Phoebe zal ontsporen. Ik had gehoopt dat hij dit "inzicht" verwoord had en tegelijk had ingezien, dat zijn toekomst ligt in b.v. het onderwijs. Kinderen redden. Hij mag ze graag en hij zou er goed in zijn. Maar misschien is dat een gevolgtrekking die de lezer mag maken.
Ik vond dit boek niet prettig lezen. Er is amper iets dat Holden bevalt. Je wordt er doodmoe van. Wel noodzakelijk om het geloofwaardig te maken. Realistisch ook. Welke puber moet niet door zo'n periode heen, waarin alles waardeloos en zinloos voelt? Voor die tijd was het denk ik wel een goed boek.