'Leie is als driejarige in 1942 door haar joodse ouders tijdelijk ondergebracht bij een gezin in Friesland, maar na de oorlog wordt haar verblijf permanent. Leie blijft echter iets missen in haar volwassen leven. Haar man Dirk en haar twee zonen, Anton van 15 en Meeus van 9 jaar, kunnen die leegte niet helemaal vullen. Als Leie in 1974 naar de begrafenis van haar pleegmoeder gaat, komt ze achter een vreselijk geheim omtrent haar echte moeder. Hierdoor is ze zo uit het lood geslagen dat ze niet meer in staat is om te functioneren. Haar man en kinderen proberen te helpen, ook al weten ze niet wat er aan de hand is, maar ze zullen net als Leie zelf moeten wachten tot Leie de weg naar het heden terug kan vinden. Het verhaal wordt in 1974 beurtelings door de vier hoofdpersonen verteld; de flashbacks naar 1942 en 1958 door een auctoriale verteller. In verstilde en bedachtzame zinnen en poëtische vergelijkingen heeft auteur (1972) een indrukwekkende en ontroerende roman geschreven, goed van compositie en met waarachtige karakters. Debuutroman van auteur die redacteur is bij diverse uitgeverijen.'
Alle leden van het gezin worden gevolgd, in heden en verleden. Daar tussen door stukjes over hoe Leie in het gezin werd opgenomen.
Het moet - zoals beschreven - een vreselijke schok geweest zijn, om als kind ineens bij vreemden te worden gedropt,je ouders te moeten missen. Leie is nog zo jong dat ze nauwelijks weet wat er aan de hand is, wie of wat ze eigenlijk mist. Als haar moeder haar komt halen, herkent ze die vreemde niet. Om te leven met een schuldgevoel waarvan je niet weet waar het op berust, het lijkt me vreselijk. Siegmann maakt het trauma van de vrouw heel inzichtelijk. Ook hoe moeilijk haar man en haar kinderen het er mee hebben, want ook zij weten niet wat er aan de hand is. Praten doen ze niet.
De taal is mooi, af en toe poëtisch. Maar ja, hoe indrukwekkend ook, origineel is het niet.