Ja ze zijn heel "slim". Oftewel: het systeem zit goed in elkaar. In oerbossen houden ze ook elkaar in leven via het wortelgestel en de schimmels daarop. Net als bij mens en dier, samen sta je sterker. Het is niet goed voor de soort wanneer er een boom tussenuit valt. De zon kan bij de bodem, die droogt uit, en iedereen heeft minder water. Maar dan moeten wij ze wel met rust laten, dat snap je.
Je krijgt ook echt medelijden met die eenlingen die in de stad staan. Het begint er al mee dat hun wortelpunten steeds worden afgeknipt voordat ze geplant worden, want ze moeten nog vervoerd worden. Dan wordt de aarde goed aangestampt rond de stam zodat ze geen lucht krijgen. We leggen en tegels en asfalt omheen. Het hele systeem van doorvoer van water en voeding heeft daaronder te lijden. Gevolg is weinig weerstand tegen ongedierte en ziektes. De standplaats is niet goed, de soort grond niet, we zagen er takken af, we kerven in de bast. En geen hulp van soortgenoten, want dat zijn doorgaans vreemdelingen, ze staan te ver weg en zijn geen "familie". Iedere soort heeft zijn eigen schimmels rond zijn wortels en die passen zich aan aan de omstandigheden ter plekke. Met eenlingen is er geen communicatie onderling. Ze verstaan elkaar niet. Net mensen dus....
Het boek staat vol met dit soort dingen. Het zou mij niet verbazen als de mens over een eeuw tegen dit soort mishandeling aankijkt als wij nu tegen kettinghonden en trekpaarden.