De ik-figuur in dit boek, Pauline, vertelt over haar leven. Ze heeft een vrij idyllische jeugd gehad, die slechts door één gebeurtenis werd
overschaduwd. Voor haar als echt poppenmeisje die de hele dag bezig kon zijn met avonturen voor haar lievelingetjes te verzinnen, was het een drama toen ze ontdekte dat de ogen van haar pop eruit waren. Was het gekomen doordat ze de pop op het natte gras had laten liggen? Ze geloofde het niet en toen ze de blik in de ogen van haar zus zag, wist ze: zij, mijn zus heeft dit gedaan.
De zus, Jeanine, is twee jaar ouder, mooier en knapper. Iedereen bewondert haar, en niemand zou ooit geloven dat ze een gemeen trekje heeft: ze kan het niet hebben als Pauline meer van iemand houdt dan van haar... eerst zijn het de ogen van Roosje, maar later pakt ze ook Paulines vriendjes af. Maar de manier waarop is zeer subtiel. Pauline kan het niemand vertellen.
Als Jeanine naar het buitenland vertrekt en Pauline de man ontmoet met wie ze gaat trouwen, zou je verwachten dat er eindelijk rust komt in haar leven.
Maar de angst blijft. Een vage angst die ze zelf niet eens kan uitleggen, want het is immers alleen haar vermoeden? Ze zal het nooit kunnen bewijzen.
En dan komt er een brief... Jeanine komt thuis...
Prachtige psychologische roman. Het is het verhaal van een vrouw die pas
laat in staat is om tot bloei te komen, een soort coming of age, maar dan
als ze bijna middelbaar is. Dat is toch wel apart. Clare Lennart maakt
gebruik van bepaalde autobiografische gegevens, ze was zelf juf zoals
Pauline, ze woonde ook op de Veluwe, waar ze het boek laat spelen en er zal wel meer zijn.
Het boek is vijftig jaar geleden geschreven, en ik vind het nog steeds mooi.
Mooie sfeervolle beschrijvingen, geen aangezet taalgebruik, geen dramatiek.
isbn 90 236 5279 7 uitgeverij Nijgh & van Ditmar 1957 Aantal bladzijden 190
Marjo