Bernadet:
*Zucht* Wat is het soms moeilijk. Je moet zoveel weten van de klassieke werken, de Italiaanse geschiedenis, de bijbel enz. In dit canto wordt wel erg veel verwezen naar het bovengenoemde. Ik heb steeds het gevoel dat ik heel veel mis omdat ik niet weet waarnaar verwezen wordt. Er staat achterin wel veel verklaard maar ook dat verwijst naar gebeurtenissen die ik niet weet.
Quote:
Er volgt een allegorische uitweiding,
niet over de tijd, Kronos ( de zijn kinderen verslindende godheid),
maar naar ik meen over de mensheid ( geschiedenis, beschaving, maatschappij, persoon) in haar geheel.
Bij mijn verklaring staat het volgende Jom.
Dante maakt gebruik van de bijbelse geschiedenis over de droom van Nabukadnezar. In die droom duiden de diverse lichaamsdelen van goud, zilver, koper ijzer en leem op vijf dynastieën of regeringsperioden van opeenvolgende vorsten.
Dante's oude man staat met zijn rug naar Damiate in Egypte, symbool van het mohamedaanse geloof, en met zijn gezicht naar het christelijke Rome.
De klassieken kenden al een gouden, zilveren, bronzen en ijzeren tijd. Dante kan bedoeld hebben dat de tijd van Augustus (en Christus) de gouden tijd vormde, want in De monarchia duidt hij dat tijdperk zo aan.
De zilveren en bronzen tijd zijn dan de late keizertijd en de tijd van Karel de Grote. In elk geval zullen de afgelopen paar eeuwen, gekenmerkt door de strijd tussen keizers en pausen, voor Dante de tijd zijn geweest van ijzer ( het symbool van het keizerschap) en leem (symbool van de morele zwakte der pausen).
De grot om de Ida is uitgehold door de tranen van de grote, oude man (De Tijd, Chronos, Cronus), en de tranenvloed vormt de stromen van de onderwereld; Acheron, Styx, Phlegethon en Cocytus.
bernadet
Kronos (de tijd) zie ik nog niet zo rap wenen, Dettie.
Hij verslond naar oude titanengewoonte meteen zijn kinderen, vlak na bevalling.
Zijn vrouw Rhéa (de aarde) vertrouwde de jongstgeboren zoon Zeus
aan de zorgen van moeder de geit Amaltheia en de Koereten toe,
en gaf Kronos in de plaats een grote in linnen gewikkelde steen te verslinden.
De Koereten verborgen Zeus in een grot van de berg Ida en voedden hem daar op.
Maar telkens als baby Zeus weende
- omdat hij waarschijnlijk last had van een soort titanenreflux -
overstemden de Koereten (misschien Kretenzische mindere goden) het geluid door mee te wenen
om het geschrei niet te doen opvallen in de oren van Kronos.
Terwijl moeder de geit Amaltheia nog luider blaatte.
Vandaar de vele godentranen die de de grot uitholden, Det, niets anders dan goddelijke erosie.
En om Amaltheia te bedanken voor haar goede melk en luid geblaat
zou Zeus later uit één van haar horens de “hoorn des overvloeds“ maken.
Kronos en de andere Titanen zouden door de volwassen Zeus en de ander goden overwonnen worden (de godenstrijd of godendeemstering).
(Kronos en Rhea hadden op hun beurt hun vader Uranus ontmand.
Uranus’zaad drong in de aarde,
en kwam weer als het schuim van de golven waaruit Afrodite geboren werd.)
vers 106 t/m 111
Hem is een gouden aangezicht gegeven (symbool voor de visie van Christus?)
Van zilver is zijn bovenlijf, tot aan
Het kruis is hij uit koperwerk gedreven;
109 Van zuiver ijzer is hij onderaan
110 Maar voor de rechtervoet is leem verkoren
En meestal steunt hij daarop bij staan
vers 109 en 110 lijken mij minachting uit te drukken voor de strijd tussen keizers en pausen, laag bij de gronds.
Maar vreemd is dan het laatste vers... En meestal steunt hij daarop bij staan.
Ik snap dit niet of denk ik weer te ver (niet gelijk ja roepen Marjo).
bernadet
Wat de tranen van ons allegorisch beeld betreft :
Ik hou me bij mijn versie dd 8 november bij canto 11.
Dat molochachtige wezen symboliseert denk ik
in verschilllende betekenislagen :
de geschiedenis (de dynastieën, de tijdperken van goud, zilver, etc)
de maatschappij (het hoofd van goud, armen van zilver, etc)
de beschaving ( rug naar het Oosten (de oorsprong, de Islam), gezicht naar Rome gericht, etc)
de persoon (het hoofd van goud, armen van zilver, etc.)
De lemen rechtervoet betekent denk ik tegelijk :
de huidige beschavingstoestand der Firenzers,
Dante’ s onzekere persoonlijke perspectieven,
de onzekere kwetsbare stap van de balling,
het nog kneedbare heden, ...
De tranen en het bloed zijn, denk ik, van de lijdende en zondigende mensheid,
die slijten haar eigen beeld, haar profiel,
en dringen tenslotte in de aarde om er het infernaal draineringsstelsel te vormen.
gg
PS
Ach, je mag Dante die ruimte-ordelijke details niet te kwalijk nemen.
Hij was in Firenze geruime tijd verantwoordelijke voor wegenwerken en -aankopen.
La Fontaine was inspecteur van waters en bossen.
Is niet elke goede dichter ook een beetje controleur van maten, ijken, en gewichten ?