Het leek me misschien een wat zwaar onderwerp voor een kinderboek, maar het bleek allemaal wel mee te vallen. Het is herfst en Pettson is somber. Findus is gewoon z'n levendige zelf, hetgeen Pettson niet leuk vind. Hij heeft genoeg aan zichzelf en is slechtgehumeurd, hetgeen ook duidelijk op de afbeeldingen te zien is. Hij heeft nergens zin in en wil ook niet met Findus spelen. Hij moet van alles doen, maar ook dat wil hij niet, hij wil thuis zitten en zichzelf zielig vinden.
Findus vindt dat maar niets en wil Pettson opvrolijken. Van vissen wordt Pettson altijd vrolijk, maar ook daar heeft hij geen zin in. Findus moet dus een list verzinnen, maar wat hij ook probeert, het lukt hem niet om Pettson in beweging te krijgen. Hoe het Findus uiteindelijk lukt om Pettson de deur uit te krijgen, verklap ik niet.
Zoals gebruikelijk is er weer enorm veel te zien op de tekeningen. Zo zien we op de voorplaat vier kikkers in een bootje aan het vissen. Elders vangt Findus vissen op het kleed. We zien een treurig vogeltje met een paraplu waar regen uit komt. We zien Findus bij Pettson in de rugzak en 2 Munkels die met een fiets en een ploeg of iets dergelijks in de weer zijn. Een plaat wijkt duidelijk af. Hier zien we Pettson en Findus in een bootje op het meer en de afbeelding straalt een enorme rust uit.
Davidsfonds / Infodok 24 pagina's
1988 herziene druk 2005
NUR 274