Samenvatting: We schrijven het jaar 1065. In zijn cel krabt Hroswith, een oude monnik, de perkamentbladen van een bijbel af, om zijn levensgeschiedenis te kunnen schrijven. Als zoon van een vermeende heks heeft hij op jonge leeftijd al moeten vluchten, later wordt hij vogelvrij verklaard omdat hij de dochter van een graaf zwanger maakt. In Denemarken verwerft Hroswith zich aanzien als meestersmid, maar dan ontvoeren Arabische slavenhalers hem, en beginnen lange omzwervingen over de grote Russische rivieren, die hem via Constantinopel naar Damascus brengen, waar hij de Arabische poëzie en wetenschap leert kennen.
Als Hroswith terugkeert naar de Lage Landen, betrekt keizer Otto hem bij zijn machtsspel. Hroswith volgt het rondreizende hof naar Rome, waar hij de jonge keizer en paus Silvester helpt bij het verwezenlijken van hun grootse plan.
Intussen is het apocalyptische jaar 1000 aangebroken; zal er een nieuwe dageraad aanbreken? Zelden werd een van de donkerste perioden van de Europese geschiedenis zo kleurrijk en zinnelijk beschreven als in De valse dageraad.
Dit is een spannende avonturenroman. Als een James Bond avant la lettre weet Hroswith zich uit de meest onmogelijke situaties te bevrijden. Gaandeweg besef je wel dat je het met een korreltje zout moet nemen en dat Hroswith nogal een blaaskaak is. De man begon me danig tegen te staan, hetgeen niet wegneemt dat ik, telkens als ik het boek weer oppakte, in no time helemaal ingesponnen raakte door het verhaal. Het boek heeft vaart, leest als een trein en de historische setting is complex, maar goed te begrijpen.