Ik vond nog dit bij
www.stripturnhout.be/wp-content/uploads/.../achtergrondinfo.pdf
(pagina 6)
In 1947 publiceerde Queneau zijn beroemde ‘Exercices de Style’ (Stijloefeningen). Dat was geen traditionele roman maar een
verzameling variaties op een thema. Queneau vertelt daarin hetzelfde verhaal op 99 verschillende manieren:
Een verteller zit op een drukke autobus en ziet hoe een dandyachtige figuur zich opwindt omdat er iemand tegen hem
opbotst. Later op de dag komt de verteller de dandy tegen op straat terwijl die met een leeftijdsgenoot over zijn kleding
discussieert.
Dat gegeven vertelt Queneau op 99 verschillende manieren. Soms zijn de variaties louter vormelijk (het verhaal in
sonnetvorm, of in alexandrijnen), soms spelen ze met het vertelstandpunt (‘Subjectief ’, ‘Niet op de hoogte’) of de tijd
(‘Prognose’, ‘Achterstevoren’), en soms zijn ze ook gewoon spielerei (‘Dus’, ‘Kelere’). In zijn interessant voorwoord van
de Nederlandse vertaling uit 1978 wijst Rudy Kousbroek erop dat er geen twee variaties hetzelfde zijn, in elk verhaal
wijzigt Queneau wel een of ander detail, zodat je niet kunt uitmaken wat nu eigenlijk de oerversie (of de juiste, de
meest objectieve) van het verhaal is. Hoe meer je leest, hoe meer je begint te twijfelen. Kousbroek vergelijkt het met
het beeld van de oerhond: we kunnen ons allemaal iets voorstellen bij een hond, en naarmate we meer verschillende
rassen zien, kunnen we ook beter een hond herkennen, maar tegelijk wordt het beeld dat we hebben van de oerhond
steeds vager. [...]
---
Apart hè Dettie