V
E
R
K
L
A
P
P
E
R
Max maakt pelgrimstocht. Niet naar een heilige plek, maar naar een wandeling door de Schote Hooglanden die hij eerder als jongen als eens maakte. Onderweg kijkt hij al wandelend door de bekende streken terug op wie hij tóen was, een wat nurkse verlegen jongeman, en op wie hij nú, ondanks die verlegenheid toch is geworden. Onderweg komt hij Pepijn tegen, een wat stugge jonge man die het liefst alleen wandelt, die goede raad in de wind slaat, en die vooral erg verlegen is. Kortom iemand die wel erg veel lijkt op de jonge Max. Al lezend komen we er achter dat de oude Max deze wandeling eigenlijk maakt met zijn jongere zelf, maar ik was al een behoorlijk eind op weg in het boek voor ik dat door had. Het is niet alleen de jongere Max die de oudere confronteert, andersom gebeurd dat eigenlijk ook; is Max wel zo open als hij lijkt, laat hij écht het achterste van zijn tong zien?
De setting van dit boek is prachtig. Al lezend waan je je ook in de Schotse Hooglanden, en alle commentatoren die ik tot nu toe las krijgen acuut zin om hun wandelschoenen op te poetsen. Het tempo van het verhaal sluit mooi bij dat wandelen en het landschap aan, het is een mooi geheel. En de confrontatie tussen wie je was en wie je bent geworden is origineel vorm gegeven.
Een boek wat ik met plezier las, en waar ik ook nog wel even over nagedacht heb. Welke conversaties zou mijn huidige ik met mijn jongere ik voeren? En zou mijn jongere ik tevreden zijn met wie ik blijk te worden geworden?
Willeke