Sándor Márai (oorspronkelijk Grosschmid) werd geboren op 11 april 1900 in het Hongaarse Kassa, het tegenwoordige Slowaakse Košice, in een rijk burgerlijk milieu. Hij studeerde in Leipzig, Frankfurt en Berlijn. Hij vertaalde Trakl en Kafka in het Hongaars en was van 1923 tot 1929 correspondent voor de Frankfurter Zeitung in Parijs. Vanaf 1929 publiceerde hij meer dan 50 romans, verhalen, gedichten, essays en toneelstukken. Gedurende de nazi-tijd leidde hij als schrijver een teruggetrokken leven in Boedapest. Antifascist in hart en nieren, verwierp hij in de jaren 30 en 40 het nazisme. In de jaren 50 verzette hij zich fel tegen het communisme. De communisten verboden zijn boeken en vernietigde alle exemplaren. Deze vervolging zorgde ervoor dat hij Hongarije in 1948 verliet (als onbekend schrijver voor het grote Europese publiek) en naar Italië vertrok. Via Canada kwam hij uiteindelijk terecht in de Verenigde Staten waar is bleef wonen met zijn Joodse vrouw en hun enige zoon. Hij bleef een echte patriot, maar keerde nooit meer terug naar zijn geliefde vaderland. In 1989, een jaar voordat "Gloed" opnieuw werd uitgegeven in zijn geboorteland, pleegde hij zelfmoord.
De herontdekking
“Gloed” werd voor het eerst gepubliceerd in 1942 en bleef toen verborgen voor het moderne lezerspubliek. In 1989 herontdekte de Italiaanse uitgever Roberto Calasso Márai. Hij had al snel door dat hij een verloren meesterwerk in handen had. Hij wordt nu vergeleken met Thomas Mann, Gabriel Garcia Marquez en Calvino. Calasso verwierf de rechten en gaf "Gloed" uit. Het werd een enorm succes. Het boek veroverde na Italië (er zijn daar meer dan 250.000 exemplaren verkocht) ook Duitsland (meer dan 230.000 verkochte boeken) en de rest van de wereld. Er zijn licenties verkocht voor uitgaven in 18 verschillende landen. Zo bereikt Márai na zijn dood toch nog een bijna unieke positie: een postume bestseller. Je kunt dus gerust spreken van een literaire herontdekking van de bovenste plank!
sjosque
stond op de literatuur-leeskring