Geen verslag van dit boek, maar ik open toch even een topic omdat ik weet dat meerdere mensen het (gaan) lezen. Al is het vrij onmogelijk om iets over dit boek te zeggen. Het is een soort satire over de tweede wereldoorlog. Al dekt dat toch ook weer niet echt de lading. Toen dit boek mij met deze woorden werd aanbevolen trok het me in ieder geval niet echt aan. Het boek is door een Joodse schrijver die de oorlog overleefde geschreven, wat het voor mij stukken aanvaardbaarder maakte op de een of andere manier. Het verhaal gaat over een Duitse nazi, massamoordenaar van beroep zoals hij zelf al op de eerste bladzijdes blijmoedig aankondigt, die na de oorlog de identiteit aanneemt van een vermoorde Joodse vriend. Die net als hij kapper was. Vandaar de titel.
Al lezend riep dit boek bij mij allerlei emoties op. Allereerst bewondering voor het inlevingsvermogen van de schrijver, hoeveel afslagen in je hoofd moet je maken om vanuit zo’n perspectief dit verhaal te schrijven. Op sommige momenten vond ik het op de grens, maar dat zijn ook wel weer de momenten die je raakte, fragmenten over gestolen gouden kiezen uit het kamp bijvoorbeeld, waar laconiek over geschreven wordt. Maar het effect daarvan is natuurlijk precies omgekeerd…juist omdat die laconieke toon me raakte kwam de ontzetting over waar die kiezen vandaan kwamen des te harder binnen. En dat zal de bedoeling ook wel zijn geweest. Verder gaat het boek natuurlijk over goed en kwaad, en schuld en boete, en is het ondanks alles ook gewoon af en toe vermakelijk.
Een boek wat misschien niet iedereen zal bevallen, maar waarvan ik toch blij ben dat ik het las.
Willeke