Ik heb het net uit: adembenemendinderdaad. Wát een ijzersterk boek, wát goed geschreven... Geef die man een nobelprijs! O nee, hij heeft hem al...
Wat ik ijzersterk vind in het boek (behalve het boek als geheel) is bijvoorbeeld dat de hoofdpersonen geen namen hebben: de oogarts, de vrouw van de oogarts, het meisje met de zonnebril, het schele jongetje, et cetera. Maar ook de dieren: de hond van de tranen.
Ook heel knap is de manier waarop de conversaties worden beschreven: in elkaar overlopende zinnen, gescheiden door komma's, waardoor de dynamiek van het gebeuren goed tot zijn recht komt.
En dan de gruwelijkheden die worden beschreven, het verval, de vuiligheid: de geur ervan komt bijna uit het boek omhoog zetten. En gelukkig is er toch nog hoop, er zijn mensen die er in slagen iets te bewaren van wat beschaving is, die op één of andere manier inzien dat sommige zaken te kostbaar zijn om op te geven... Hoe het wassen van iemands rug ontroerend kan zijn, bijvoorbeeld. Maar ook: hoe een ziende er naar kan verlangen blind te worden.
Briljant, een meesterwerk, ongekend... voor dit boek zijn maar weinig woorden geschikt. Wat Saramago wil zeggen weet ik ook niet precies. Misschien dat het uiteindelijk de mensen zelf zijn die kiezen voor een menselijk bestaan en dat dat niet afhangt van een (in dit geval falende) overheid? Dat niemand zich kan voorstellen hoe diep mensen kunnen zinken?
Wie het weet, mag het zeggen.
groet,
sneuper