Ik nomineer deze keer uit de stapel op mijn nachtkastje;
Ik was Alice, Melanie Benajamin
Beschrijving
Alice Liddell Hargreaves kijkt terug op een rijk en gevuld leven. Als jonge vrouw, echtgenote, moeder en weduwe heeft ze grote passie gekend en een bestaan vol privileges geleid. Maar ook verdriet is haar niet bespaard gebleven. Aan de vooravond van haar eenentachtigste verjaardag beseft ze echter dat de buitenwereld haar altijd alleen maar heeft gezien als 'Alice'.
Ik was Alice is meer dan een liefdesgeschiedenis. Het is ook een roman vol geheimen en vragen. Een briljante combinatie van feit en fictie waaruit een gepassioneerde vrouw naar voren komt die haar fictieve alter ego meer dan waardig was. Een prachtige sfeertekening van een wereld die net zo betoverend is als het Wonderland waarvoor alleen Alice de inspiratiebron had kunnen zijn.
Centraal staat de vraag naar de aard van de contacten van schrijver Lewis Carroll met Alice Liddell (1852-1936) voor wie hij het bekende 'Alice in Wonderland' schreef. De dochtertjes van de Dean van Christ Church College in Oxford trekken de aandacht van wiskundige Charles Dodgson, die veel met de meisjes, maar vooral Alice wandelt en hen fotografeert. Hun moeder voelt dat dit niet onschuldig is, zeker na een foto van Alice in zigeunerjurk. In 1863 wordt Dodgson/Carroll verder contact verboden, maar rond hem en Alice blijft iets onbenoemds hangen. Als koningin Victoria's jongste zoon in Oxford studeert en verliefd wordt op Alice, speelt dat mee in Victoria's afkeuring. Op haar 28e trouwt ze met Reginald Hargreaves. De Amerikaanse debuteert met deze roman, die positief werd ontvangen in de VS. Het boeiende, goed vertaalde verhaal is uitstekend opgebouwd; hoewel niet overtuigend over Alice als klein meisje, is het dat wel over haar in haar contacten met Dodgson en daarna. Extra boeiend voor wie het klassieke kinderboek goed kent. Met drie portretfoto's van Alice Liddell in verschillende levensstadia. Achterin aanvullende informatie voor leesclubs. Paperback; normale druk.
380 pagina's
Asta's ogen, Eveline Stoel
het succesverhaal heeft een keerzijde: in veel Indische families werden de Indo-geschiedenis en -cultuur decennialang doodgezwegen. Asta's ogen wekt beide tot leven.
Asta's ogen is het verhaal van een gewone, maar daardoor misschien wel exemplarische familie van Indische Nederlanders, die in 1955 vanuit Surabaya naar Nederland vertrekt. Terwijl Asta Hoyer-Fredriks in het voormalige Indië een welvarend leven leidde met een groot huis en bediendes, komt ze hier met haar moeder en zeven kinderen terecht in een contractpension in het Brabantse Oss, een industriestadje waar men op klompen loopt en nog nauwelijks 'zwarte' mensen heeft gezien.
'Begint u maar een patatwinkeltje,' krijgt ze te horen, 'want Nederlanders zijn gek op friet'. Van een warm welkom is geen sprake, maar Asta is vastberaden: ze gaan het redden in Nederland. Ze moeten ook wel, want er is geen weg terug.
'Asta's ogen' is het verhaal van de eigen schoonfamilie van de auteur. Een Indo-familie die 'vanwege omstandigheden' - zo verklaarden de repatrianten vroeger hun aanwezigheid in het door hun zo aanbeden moederland - na de Tweede Wereldoorlog Indonesie voor Nederland verruilden. Asta is het vrouwelijke hoofd van de familie, van wie het de grootste zorg is om haar acht kinderen een toekomst te geven in Nederland. Het is ook het verhaal van de doorsnee Indo waarin als een rode draad het van-gemengd-bloed-zijn een belangrijke rol speelt. Heel herkenbaar zijn de karakters; die van Asta als hoofd van de familie in het bijzonder. Een literair non-fictie boek, goed opgebouwd, in een vlotte stijl, in helder Nederlands en heel herkenbaar. De auteur - freelance journaliste - heeft zich goed gedocumenteerd en haar boek is dan ook zeer authentiek te noemen. Met twee katernen zwart-witfoto's, een verklarende woordenlijst en een verwijzing naar literatuur, websites en archieven.
350 pagina's
Mircea Cartarescu, De wetenden
Mircea Cartarescu (1956, Boekarest) is mischien de grootste moderne Roemeense schrijver. 'De Wetenden' is het eerste deel van een romantrilogie over Roemenie, Boekarest en een familie. Het is een epische, apocalyptische vertelling. De autobiografisch getinte roman is onderverdeeld in drie afdelingen. In de eerste neemt Cartarescu ons mee naar de vervlogen wereld van de voorvaderen van zijn moeder - geroemeniseerde Bulgaren, vol mystieke orthodoxie en "oeroude, voorchristelijke angst". In de tweede afdeling, ten tijde van de bombardementen op Boekarest in de Tweede Wereldoorlog en het inmarcheren van de Russen, het verhaal van een New Orleanse sekte, de Wetenden, die een nieuwe AntiWereld aankondigt. In de derde afdeling het verhaal van Ion Stanila, de boerenzoon die het ver brengt in de geheime diensten, maar uiteindelijk, net zoal de verteller, (tijdelijk?) in een psychiatrische inrichting belandt. Mischien, schrijft Cartarescu "bevindt zich in de kern van dit boek niets anders dan een gele, verblindende, apocalyptische kreet". Een magistrale vertelling, waarin een combinatie van Marquez, Proust en Kusturica een fantastische en beangstigende wereld creeren. Gebonden; kleine druk.
(NBD|Biblion recensie, Dr E. Agoston-Nikolova)
476 pagina's
Willeke