Ik ben het hartgrondig eens met Willeke.
Wat begint als een ingrijpend relaas over rouw verzandt al gauw in een naïef verhaal, waarin de schrijfster zichzelf en Ferron portretteert als arrogante snobs, die neerkijken op dat deel van de mensheid dat zich voornamelijk bezig houdt met uiterlijkheden. De psychotherapeut is er daar eentje van en moet neergesabeld worden, zonder mededogen, want gevoel heeft hij toch niet. Blom verzint een tenenkrommend verhaal voor "de film" dat het niveau van een schoolopstel niet ontstijgt. Daarnaast lees je met een frons over het leven van de psychotherapeut in de werkelijkheid. De man schuifelt verward op zijn stoel wanneer de cliënte haar verhaal doet? Kijkt verschrikt over zijn schouder? Bekent in de derde sessie dat hij eigenlijk geen papieren heeft? Gaat vervolgens bij zijn cliënte in therapie?
Ondertussen werkt Blom vrolijk verder aan haar filmscript: de echtgenote steekt de therapeut dood en gaat vervolgens naar de schuur om de heggenschaar te halen om hem in stukjes te zagen. Met de heggenschaar?? Je mag hopen dat het ding dan tenminste elektrisch is...
Erger nog is haar neerbuigendheid t.o.v. de mensen die voorzichtig proberen te informeren hoe het met Blom gaat. Het is nooit goed. Lopen ze om haar heen, negeren ze haar, stellen ze een geijkte vraag (al die cliché's, bah, verzin eens iets origineels), het is volgens haar alleen maar nieuwsgierigheid en leedvermaak. Blom wentelt zich verder in zelfmedelijden. Hoe kunnen ze weten hoe groot haar verdriet is? Ze weten immers niet wat echte liefde is, ze hebben geen innerlijk leven en geen gevoel, die bordkartonnen types zonder diepgang. Alleen Blom en Ferron hebben dat.
Natuurlijk voelt dat zo bij een groot verlies. Niemand kan begrijpen wat jij verloren hebt! Maar tegelijkertijd weet je ook dat dat niet zo is. Dat ga je niet luid en duidelijk de wereld in slingeren. Nee, Blom heeft zichzelf en haar geliefde Ferron geen goed gedaan met dit boek.