Goh, ik vind dat je op een of andere manier merkt dat het oorspronkelijk in het Hebreeuws geschreven is. Ik heb zelf ooit een jaartje Bijbels Hebreeuws gehad in mijn opleiding, en ik vind dat een erg mooie taal, die ademt poëzie en er zit een messcherpe treffendheid in. En gek genoeg bleek naar het einde toe net dat gevoel voor taal ook een rol te spelen voor het hoofdpersonage. Zijn moedertaal is, denk ik het Duits of Hongaars (ik weet het nu even niet, en het boek is al terug naar de bib), maar hij wil graag schrijver worden en aangezien hij in de kibboets in Israël is ingezet, zou dat in het Hebreeuws moeten. Op een gegeven moment besluit hij om het heilige boek over te schrijven, zodat de taal 'aan hem gaat kleven'. Wel, precies die ervaring heb ik met Hebreeuws. Dat het iets is wat aan je ribben blijft plakken, zelfs als je er erg weinig van begrijpt. Ik vind het in alle opzichten een machtige taal. Verder is er ook erg veel open in het boek. Het gaat over een jongeman die door zijn ouders in veiligheid gebracht is tijdens WOII. Zijn ouders zijn weggevoerd, en hij heeft jaren in een kelder opgesloten gezeten, en werd eigenlijk mishandeld. Op het einde van de oorlog kan hij ontsnappen. Het boek begint met fragmenten waarin allerlei vluchtelingen na de oorlog samenstromen, hij die steeds maar in slaap valt en door de stroom mee wordt gedragen. Hij wordt geronseld door mensen die in Israël nieuwe nederzettingen willen uitbouwen, maar tussenin is er steeds maar dat slapen, waarin hij contact heeft met zijn ouders en wortels, alsof die er effectief nog zijn. Erg bevreemdend allemaal. Het eindigt overigens ook heel erg abrupt.
"leven is veel meer dan eten en vechten om de macht" (J.L. Seagull)