Je hebt helemaal gelijk, Annemarie! En je hebt het prachtig verwoord. Er bestaan heel veel goede schrijvers, maar dit is er een van het sublieme soort.
Precies zoals je zegt: er wordt een heel verhaal verteld in een paar regels. Ik ben tegelijkertijd een ander boek aan het lezen, waarin hele hoofdstukken worden besteed aan het gedetailleerd beschrijven van de situatie en de gevoelens van de hoofdpersonen. Offill laat de ik-figuur een ex-vriend tegenkomen, die zegt: Ik heb je tweede boek nooit gelezen. Waarop zij antwoordt: Dat is er niet. Met die twee regels beschrijft ze heel haar frustratie, dat ze door het kind en de huiselijke beslommeringen haar ambities heeft moeten laten varen.
Er was één fragment dat me bijzonder aansprak, zo herkenbaar en invoelbaar, dat ik het noteerde. Frappant dat jij het ook aanhaalt in je verslag.
Ze herinnert zich de eerste nacht dat ze wist dat ze van hem hield, hoe de angst naar binnen suisde. Ze had haar hoofd op zijn borst gelegd en naar zijn hart geluisterd. Ook dit zal ooit stoppen, had ze gedacht. Het nee, nee, nee ervan.
Met name de laatste zin. Wie heeft dat nooit eens gedacht over iemand die hij liefheeft?
Wel erg jammer dat het boek deze titel heeft meegekregen. Je denkt dan toch al gauw aan een "romannetje". Waarom niet "Het kleine theater van verbroken beloftes", zoals ze de spreekkamer van de therapeut waar ze hun relatie proberen te herstellen, meerdere keren noemt?
Het wisselen van perspectief is ook heel sterk. En Dettie, als je wilt weten of het einde weer in de ik-vorm is... lees het, lees het, lees het. Je gaat er geen spijt van krijgen!