Het meisje met de vlechtjes
Wilma Geldof
Dit is het begin - augustus 1941.
Aan het woord is Freddie, bijna 16 jaar. Zij vertelt ons dat op die augustusdag een man op bezoek kwam.
'Ik heb gehoord dat de dochters van rooie Truus van der Molen geen bangeriken zijn,'
Rooie Truus, zo noemen ze mijn moeder.
Ik kijk naar mijn zus. Ik weet niet wat ik moet zeggen.
Jij moet nu het woord voeren, zeg ik met mijn blik, jij bent de oudste en de verstandigste, dat zeg je toch altijd zelf?
'Wat wilt u van ons?' vraagt Truus. Ze klinkt serieus en volwassen.
De man slaat zijn handen in elkaar. 'Ik heb plannen,' zegt hij met gewichtige stem, 'om een strijdgroep tegen het fascisme te organiseren. Om de moffen steviger aan te pakken. En daarvoor heb ik mensen nodig die durven, mensen die niet gauw bang zijn.' hij stopt en kijkt ons om beurten aan. 'Meer dan koerierswerk, posters plakken of stakingspamfletten rondbrengen...'
Dit laatste is precies wat Freddie en haar zus Truus (18 jaar) al deden. Moeder is een rooie, ofwel een communist, die haar dochters het een en ander bijgebracht heeft over het klaarstaan voor anderen en heeft derhalve ook joodse onderduikers in huis. Vandaar ook het 'lichte' verzetwerk wat de meisjes al deden. Maar nu wordt het anders, serieuzer. Truus wil weten waarom uitgerekend zij en haar zusje uitgekozen zijn voor dat werk. 'Jullie zijn nog méisjes! Geen mof zal jullie ergens van verdenken! is het antwoord.
Wat volgt is het aangrijpende verhaal van de twee meiden die steeds zwaardere opdrachten krijgen. 'Maak jullie handen niet vuil.' 'Wordt niet als de moffen' waarschuwde moeder. Maar wat is de grens? Wanneer zijn verzetsdaden rechtvaardig en wanneer gaan ze te ver in hun handelen?
Deze vraag loopt als een rode draad door het verhaal heen.
Aanvankelijk heeft de verzetsgroep succes met haar acties, de man had gelijk, niemand verwacht dat twee van die jonge meiden tot zulke grote verzetsdaden in staat zijn. Freddie is degene die haar gevoel het meest toont, Truus lijkt hard en onverzettelijk. Wat moet dat moet, lijkt haar motto. Maar de acties worden grimmiger, de meisjes krijgen elk een pistool en daarbij behorende opdrachten... De twee zussen maken ook kennis met Hannie Schaft, die later bekend werd als het meisje met het rode haar. Ze voeren gedrieën opdrachten uit.
Naarmate de oorlog langer duurt, wordt het het verzet steeds moeilijker gemaakt, verzetsleden worden opgepakt, afgevoerd of erger, geliquideerd. De represaillemaatregelen van de Duitsers op acties van het verzet zijn keihard en meedogenloos.
De zussen wonen op steeds verschillende onderduikadressen, waar hun moeder ondergedoken zit weten ze niet. Freddie mist haar moeder enorm. Ze stikt af en toe in haar gevoelens, loopt soms bijna over van alles wat ze ziet, doet en hoort, maar gelukkig is er lieve oma Baruch, een joodse onderduikster, met haar eindeloze geduld.
En dan breekt winter 1944-1945 aan, het seizoen dat onder de naam hongerwinter de geschiedenis in is gegaan en daarmee komen we bij het meest aangrijpende deel van het boek. Iedereen is moe, iedereen heeft honger, leden uit de groep worden verraden, er groeit onderling wantrouwen want wie van hen is de verrader?
De eens zo hechte groep die elkaar blindelings vertrouwde is er niet meer, er is teveel gebeurd, de groep heeft teveel gezien en meegemaakt. De spanning wordt steeds groter, steeds is er de angst van gepakt worden, van mislukking en wat gebeurt er dan? Slaat diegene door? of niet? Relaties buiten het verzetsleven worden steeds moeizamer. Niemand mag iets vertellen maar de buitenwacht vermoed van alles en willen niet dat hun geliefden gevaar lopen.
'Angst leer je af,' zeg ik. 'En als ik doodga heb ik wel het góede gedaan.'
'Als je doodgaat? Peters stem is scherp. 'Wat doe je allemaal? Waar zeg je ja tegen?'
Ondertussen slaat bij Freddie de twijfel toe, is het écht wel goed wat ze doen? Zijn haar acties écht gerechtvaardigd? Heeft ze haar handen toch vuil gemaakt? Ze weet zichzelf wel steeds weer moed in te praten maar de twijfel wordt steeds groter, vooral als blijkt dat zaken niet altijd zo waren als zij gedacht hadden. Hoe moet je daarmee omgaan?
Het verhaal is erg indrukwekkend. Wilma Geldof heeft door de stem van Freddie te gebruiken de oorlog voelbaar gemaakt. In prachtige bewoordingen beschrijft ze de thuiskomst van de twee zussen en hun moeder. Het huis waar alles nog precies zo staat als ze het achterlieten, niets is veranderd, alleen beseft Freddie zich, zij zelf zullen nooit meer diegenen zijn die ze waren voordat ze het huis verlieten. Daar zit ondanks dat het 'maar' een kleine vier jaar beslaat, een heel leven tussen.
De Haarlemse Freddie Oversteegen en haar zus hebben daadwerkelijk in het verzet gezeten. Het was schrijnend dat zij pas op 14 april 2014 - zeventig jaar later - het Mobilisatie- Oorlogskruis ontvingen voor hun strijd tegen de nazi's. Hoewel het boek grotendeels fictie is heeft Wilma Geldof wel het verhaal van Freddie als basis gebruikt. Dit boek betekende veel voor Freddie, helaas heeft ze de publicatie niet meer mee kunnen maken, ze overleed op 5 september 2018, een dag voor haar 93e verjaardag.
ISBN 9789024581597 | Hardcover | 333 pagina's | Uitgeverij Luitingh-Sijthoff | november 2018
Leeftijd vanaf 15 jaar
© Dettie, 19 augustus 2019
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER