Boekenarchief T-U-V

Rob Verschuren

Het witte land
Rob Verschuren


Al op jonge leeftijd maakt Bobby kennis met de vraag of zijn geciviliseerde wereld nu écht is. Tijdens een vakantie in Oostenrijk ontdekt hij een andere wereld, daar gezeten in zijn eentje, bovenop een berg, onderging hij de tijdloosheid en de magie van het bestaan.


"Lang zat hij daar, maar in de witte leegte bestond geen tijd. Na een poosje wist hij niet meer waar zijn wezen eindigde en de wereld begon. Hij luisterde naar het kristallen zingen van de IJssirenen, dat van overal en nergens leek te komen.

Laat geen sterveling naar de hemel vliegen
Noch Afrodite's liefde ontvluchten"

En verder zongen de Sirenen, over een plaats buiten de tijd, van waaruit je zowel het verleden als de toekomst kon zien, maar ook een plaats van duisternis, verborgen voor mensen, waar zelf de goden aarzelen te gaan.


Maar hij was nog jong en voldeed aan de dwang en de vraag van de maatschappij. Hij studeerde, ging samenwonen en zette een succesvol reclamebureautje op. In de ogen van de wereld had hij het gemaakt. Maar in feite is hij een vreemde voor zichzelf, hij is 'een man van niets waarschijnlijk'.


En dan ziet hij een foto van een tsunamislachtoffer in een Aziatisch land, een jonge vrouw met een deken om zich heen geslagen. Het was de blik in haar die hem trof. Het laat hem niet meer los. Het voelt als de schilderijen van Rothko, onder die kleurige vlakken zit een gloed die Bobby diep raken. 'Onder de oppervlakte vochten andere kleuren om lucht. ' Is dat waar Bobby ook naar snakt?
Bobby, inmiddels vijfenvijftig, besluit de vrouw te gaan zoeken. Hij verkoopt huis en haard én zijn bedrijf en vertrekt, de Westerse wereld in al zijn gekte achterlatend.


In het niet bij naam genoemde land - vermoedelijk Vietnam -  neemt hij een hotel en vanaf die tijd laat hij het leven lopen zoals het loopt. Net als op de berg bestaat er geen tijd meer en neemt hij alles zoals het komt. Maar zelfs het hotel is hem nog te beschaafd hij trekt verder, de volkswijk in.
Zijn leven voltrekt zich, zijn gedachten zijn van hem evenals zijn fantasie, er is geen oordeel meer, alleen het bestaan telt. Er zijn mooie en goede momenten, er zijn heftige, zware hallucinerende momenten, hij ontmoet mensen en gaat weer verder, alles is zonder oordeel, alles is goed.


Hij zwerft dagelijks rond in de wijk en op een dag ziet hij een verlamde in het wit geklede vrouw in een loods, op een bank, tussen stapels afval liggen. Vanaf die dag gaat hij elke dag naar de loods, zijn tempel, waar de 'priesteres' die hij Bleke Orchidee noemt, ligt op haar sofa. Op een stapel opgevouwen dozen zittend, kijkt hij naar haar, ook hier zijn zijn gedachten van hem. Hij zit daar tot het rolluik dichtgaat en zij hem wegstuurt, nadat hij haar wat geld heeft gegeven waar zij om vraagt. Uiteindelijk brengt zij hem op het pad dat hij zoekt, en ook dit gebeurt zonder dat hij enige hand heeft gehad in het verloop daarvan.


Rob Verschuren weet dit alles op zijn eigen unieke manier te verwoorden. Het is fascinerend hoe hij de gedachten, visies en menselijke normen en waarden weet te verwoorden en op hun plek weet te zetten. In feite geeft hij een aanzet om na te denken over het leven zelf, het an sich.
Een boek om meerdere keren te lezen om de diepte ervan in zijn totaliteit te kunnen omarmen.

ISBN 9789062657995  | paperback | 156 pagina's | Uitgeverij in de Knipscheer | september 2020

© Dettie, 20 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het Witte Land
Rob Verschuren


Als kind heeft Bobby op een akelige manier kennis gemaakt met de eindigheid van het leven: als achtjarig jongetje ziet hij hoe een ekster een jonge merel uit het nest plukt en er mee wegvliegt. Eenmaal op de middelbare school is het de juf van Latijn en Grieks die verongelukt met haar auto. Als adolescent begeleiden haar woorden hem bij een hallucinerende ervaring, hoog in de Oostenrijkse Alpen.


‘Na een poosje wist hij niet meer waar zijn wezen eindigde en de wereld begon. Hij luisterde naar het kristallen zingen van de IJssirenen, dat van overal en nergens leek te komen. (-)
En verder zongen de Sirenen, over een plaats buiten de tijd, van waaruit je zowel het verleden als de toekomst kon zien, maar ook een plaats van duisternis, verborgen voor de mensen, waar zelfs de goden aarzelen te gaan. Hier houdt Kalypso, de nimf, de Verbergster, de sterfelijke held in haar holle grot. Maar de held versmaadt haar goddelijke liefde en Kalypso moet hem laten gaan, haar afscheidswoorden een profetie: Als je in je eigen hart wist hoeveel ontberingen je moet ondergaan voordat je terugkeert naar je land, zou je hier bij mij blijven en onsterfelijk zijn.’


De aloude levensvragen – is alles voorbestemd? Bepaal ik mijn eigen lot? – worden door het dagelijkse leven verdrongen, hij lijkt zich aan te passen aan het leven als ieder ander, krijgt een relatie, een baan, maar er ontbreekt iets aan zijn leven.


Op zijn vijfenvijftigste laat hij alles achter zich en vertrekt. Naar een niet nader genoemd land in het Oosten. De aanleiding? Een foto die hem fascineert, de foto van een vrouw, met wanhoop in haar ogen staat ze bij de restanten van een tsunami. Haar blik roept iets bij hem los, een verlangen, een soort heimwee.
Met op zijn e-reader 97 meesterwerken uit de literatuur stapt hij licht bepakt in het vliegtuig en laat zich begeleiden door Don Quichot, ook iemand die niet wist wat hij met het leven moest en er een eigen invulling aan gaf.


In de kuststad waar hij aanvankelijk neerstrijkt vindt hij niet wat hij zoekt. Weet hij eigenlijk waar hij naar verlangt?
Een gids brengt hem naar een andere wijk, een niet-toeristische plek, waar hij de dagen al dwalend doorbrengt. Hij dompelt zich haast willoos onder in de vreemde cultuur, de vreemde taal, de sfeer.
Tot hij bij een afvalloods komt en daar een jonge vrouw ziet zitten, in het wit. Iedere dag gaat hij naast haar zitten, stelt geen vragen, maar fantaseert rond haar persoon een tempel en een godin. En op de dag dat hij besluit niet langer passief te zijn, wacht hem een verrassing.


’Shit,’ zei hij.
‘Problemen, vriend?’ De stem van de kakkerlak was zacht en zoemend, het croonen van een Don Juan.
‘Kakkerlakken kunnen niet praten.‘
Het was een poosje stil op de vloer. Toen klonk de verlokkende stem weer. ‘Dat is gezien de omstandigheden een onnozele opmerking.’


Net als Bobby zelf begrijpt ook de lezer niet goed wat er allemaal gebeurt. Hallucineert Bobby weer? Raakt hij net als Don Quichot de kluts kwijt?


‘Hij vroeg zich af waar een zangvogel in een kooitje zijn lied vandaan haalde. Wat viel er te zingen voor een tot levenslang veroordeelde? Hij bedacht dat mensen niets anders waren dan vogels in kooitjes die door een zorgzame god ’s morgens naar buiten werden gebracht en aan een boomtak in zijn tuin werden gehangen, nu eens aan deze tak, dan weer aan gene, zodat de bewoners wat van de wereld konden zien, maar altijd tussen de tralies door.’


En maar zingen! Een prachtig beeld toch? Zo zit het boek vol met beelden, vergelijkingen, en fraaie stukjes proza. En er is even dat speldenprikje: ‘Over hem zou nooit een boek geschreven worden.’


Laat je meevoeren in deze zoektocht naar de eigenheid van de mens. Niet de maatschappij moet je leidraad zijn, die zit in jezelf.
Opnieuw geeft Rob Verschuren ons een prachtige roman, een om nog lang over te mijmeren.


Rob Verschuren (1953, Malden) werkte als copywriter in de reclame. Zijn verhalendebuut verscheen bij In de Knipscheer ‘Stromen die de zee niet vinden’.
Sinds het midden van de jaren tachtig woont hij buiten Nederland, de laatste elf jaar in Vietnam, met zijn Vietnamese familie.


ISBN 9789062657995  | paperback | 156 pagina's | Uitgeverij in de Knipscheer | september 2020

© Marjo, 16 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tyfoon
Rob Verschuren


Dit bijzonder mooie verhaal speelt zich af in een visserswijk in een dorp, ‘waar het altijd naar vis rook.
Naar rotte vis, gedroogde vis, gezouten inktvis en naar de zwarte dampen van de vissausfabriek, die op sommige dagen alle andere geuren overstemden.’


Het land wordt niet nader benoemd, maar het is duidelijk dat het gebaseerd is op Vietnam. Er is sprake van een jonge vorst, die een zeer luxe leventje leidt, waartegen de bevolking in opstand komt. Er volgt een oorlog, met een verdeling van het land in Noord en Zuid. Later wordt het land weer een geheel, onder een communistisch bewind. Maar zoals altijd spelen zich onder invloed van de Grote Gebeurtenissen, zoals die in de geschiedenisboeken belanden, ook vele kleine drama’s af, naast verhalen waarin het de mensen juist goed gaat.


Dit verhaal gaat over drie kinderen, onafscheidelijk in hun jeugd. Duc, Vinh en Mai, die elkaar plechtig beloven altijd bij elkaar te blijven. En dat gebeurt, ook al houdt de buitenwereld hen angstvallig in de gaten: Mai zal toch wel een van de twee jongens kiezen om een huwelijk mee te sluiten?


Maar Mai blijft met beide jongens omgaan. Ook als ze na school ieder huns weegs gaan, wordt alle vrije tijd gezamenlijk doorgebracht. Duc en Vinh gaan - zoals voor jongens gebruikelijk - de zee op, vissen, en Mai werkt op de vismarkt.


Op een van de eilanden voor de kust woont een man die De Buffel wordt genoemd. Hij ‘oogst’ vogelnestjes, ten behoeve van de Chinese markt, en heeft daar een monopolie in. Als Vinh en Duc een strooptocht ondernemen en betrapt worden, eindigt dat met een baan voor Duc: hij gaat nestjes plukken. Dit valt ongeveer samen met de volksopstand, waar Vinh zich bij aansluit. Duc blijft in het dorp, al dreigt dat te betekenen dat hij in het officiële leger ingelijfd gaat worden.
Het is door de oorlog dat de vriendschap tussen de drie jonge mensen op scherp komt te staan. Er moeten keuzes gemaakt worden en die hebben gevolgen.
Hun levens zullen met elkaar verbonden blijven, maar niet zoals zij zich dat gedroomd hadden.


‘Kijk eens omhoog, naar deze boom waaronder we zitten,’ zei Vinh.
Duc keek op.
‘Is het een mooie boom, vind je? Ik vind van niet. Iedereen zal het er wel over eens zijn dat het een lelijke boom is. Met uitgegroeide takken aan de ene kant en stompen aan de andere kant. Maar dat is de enige manier om een grote boom in een kleine tuin te houden. Zo is het ook in mijn werk, Duc. Er is weinig moois aan, maar we zijn hier met grote dingen bezig.’


Het is het verhaal van tegengestelde levens, van twee mensen die anders denken over de veranderende wereld. Rob Verschuren schetst de teloorgang van een traditionele beschaving, waarbij symbolen en beelden het werk doen. Feiten moeten af en toe verteld worden, maar de opgeroepen beelden zijn onmiskenbaar en onontkoombaar. Eenmaal in dit verhaal gezogen, kan je er niet meer uit.
De lezer voelt de spanning en kent de afloop, het is een verhaal zoals dat vaker verteld is, maar waarschijnlijk niet in eenzelfde prachtige taal.


En durf je nog je vakantie door te brengen in degelijk land als je dit leest?


‘De vooruitgang hing als een donkere wolk boven de boulevard’
‘Moet je dat nou zien!’ zei hij.
Het schouwspel was nieuw voor hem en moeilijk te vatten. Op de smalle strook zand tussen de boulevard en de zee stonden ligbedden en op de ligbedden lagen buitenlandse toeristen zo goed als naakt in de volle zon. Er lag meer vlees dan op de hele Riviermarkt. En wat voor vlees.’


Tyfoon is met zijn magische elementen een sprookjesachtig mooi verhaal geworden, dat zich in je geheugen vastklampt, en nooit meer loslaat. Helaas is het ook een realistisch verhaal, over de moderne tijd en de Vooruitgang, die misschien helemaal niet zo goed is als men dat graag wil denken.


Rob Verschuren (1953) schreef eerder een verhalenbundel ‘Stromen die de zee niet vinden’; dit is zijn romandebuut. De schrijver kent de achtergrond van zijn verhalen goed: hij is getrouwd met een Vietnamese en woont tegenwoordig in Vietnam.


ISBN 9789062659968 | Paperback | 172 pagina's | in de Knipscheer | maart 2018

© Marjo, 28 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altStromen die de zee niet vinden
Rob Verschuren


Elf korte verhalen die de lezer even laten stilstaan in het leven. Het zijn verhalen als anekdotes, een momentopname, maar wel een die herhaald kan worden. Als een pop-upverhaal, soms simpel, vaker complex.
Het zijn sfeertekeningen waarbij de setting niet altijd even duidelijk is. Maar dat maakt ook niet uit. De personages beleven een ongemakkelijk moment, ze zijn op zoek. En helaas vinden ze niet altijd: de stromen die de zee niet vinden.


Het lijken verhalen waarin niets gebeurt. Dat is ook zo, er gebeurt weinig, maar in ieders leven zijn een heleboel van dit soort momenten. Het is heel knap zoals Rob Verschuren die momenten uit licht, even oproept en ze dan weer te laten vallen. Als de golven waarop de personages meedrijven.


Het verhaal Krabnevel:

‘Twee parende krabben worden van de bodem van de Zuid-Chinese zee geveegd door een met blokken kalksteen verzwaard sleepnet en aan boord gehesen van een vissersboot die geregistreerd staat onder nummer QNG 96416-TS. Een visser genaamd Hai peutert ze uit de mazen en laat ze in een ton met zeewater vallen. Hij heeft bruine voeten met dikke, gekloofde tenen en bruine handen met witte littekens en hij denkt aan Phuong met de kalfsogen.‘


En dan blijkt dat deze visser en de vrouw waar hij aan denkt geen rol meer spelen. Het gaat om de twee krabben, en om twee restaurants die in een zijstraat van de boulevard verschijnen. Maar de toon is gezet, er heerst een melancholische sfeer, een vage neiging tot verliefdheid, die door de schrijver verrassend uitgewerkt in een mooie vergelijking, tussen de krabben en de restaurantjes.


In alle verhalen vind je mooie natuurbeschrijvingen, en eenzelfde haast stilstaande sfeer.


Rob Verschuren
(1953) debuteert met Stromen die de zee niet vinden. Vier van de elf verhalen werden al eerder gepubliceerd, onder meer voor het literaire tijdschrift Extaze. De hoofdstukken variëren in lengte van zo’n acht tot 25 pagina’s.


ISBN 9789062659456 | Paperback met flappen | 174 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | november 2016

© Marjo, 28 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER


 

Stromen die de zee niet vinden
Verhalen
Rob Verschuren

Wereldliteratuur


Het lezen van Stromen die de zee niet vinden van Rob Verschuren, een Nederlandse schrijver die al geruime tijd in Vietnam woont, is een bijzondere ervaring. In elf verhalen raak je verzeild in uiteenlopende werelden.


De reis begint in een schroevenfabriek, die ontwaakt ‘als een beer uit zijn winterslaap,’ waar de verteller droomt van verre kusten. In het volgende verhaal rijden we mee naar ‘het donkere land,’ een mysterieuze streek in Frankrijk. De hoofdpersoon zit naar De Vos, een oudere local, te luisteren wanneer dit gebeurt: ‘In het raam achter De Vos verscheen de kop van een grote hond, harig en haveloos en woest. Een barbaarse bedelaar bedekt met het stof van de steppe. Het beest keek de gelagkamer rond. De trage blik achter het raam had iets droevigs en berustends, alsof hij wist dat hij niet zou vinden wat hij zocht.’
Niet vinden wat je zoekt, zoals het meisje Joe dat eigenlijk Hong Hanh heet, en aanvankelijk tierig het leven in springt, of een ander niet bij name genoemd meisje dat teleurgesteld in haar liefde uiteindelijk een ander soort troost ervaart.


Met deze verhalen reis je niet alleen over de aardbol, maar ook in de geest. Ze brengen je dicht op de huid, hier en daar onder de huid van mensen in Vietnam, India, Nederland, Frankrijk. De schrijver zoemt in op gedachten en emoties van een personage, en stijgt naar de omgeving, de natuur en de stad en dat alles op een moeiteloze, soepele manier. Zoals in Krabnevel, dat ergens op zee begint met twee krabben die opgevist worden onder de sterren, twee mensen die elkaar ontmoeten en verliezen gekoppeld aan de geschiedenis van twee identieke eettentjes tegenover elkaar waar uiteindelijk het krabbenpaar opgediend wordt onder een stralende Krabnevel in de sterrenhemel.
Het is zo zintuiglijk geschreven dat je de smeerolie in de fabriek ruikt en de cantharel in het sparrenbos, de zachte zeegolfjes aan je voeten voelt en nu eens het mompelen van een gevangene hoort, dan weer hemelse lijsterzang.
De reis ontvouwt een historische dimensie in ‘Nieuwe maan,’ waarin drie vrouwen die na de Vietnamoorlog een opvallende keuze gemaakt hebben, terugblikken op hun leven.


Veelkantig, gelaagd proza dat het bijzondere van onbekende mensen, de magie van het alledaagse tot leven brengt. Universeel. En dat alles geschreven in een stijl die doet denken aan Luceberts woorden: ‘ik tracht op poëtische wijze / dat wil zeggen / eenvouds verlichte waters / de ruimte van het volledig leven / tot uitdrukking te brengen’.


Wereldliteratuur.


ISBN 9789062659456 | Paperback met flappen | 174 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | november 2016
Extazereeks 3 (een serie debuten van talentvolle auteurs die eerder in het literaire tijdschrift Extaze publiceerden)

© Yolande Belghazi-Timman, 28 december 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER