De laatste eilanders klDe laatste eilanders
Stefan Popa

Zoals beschreven staat op de achterkant van het boek is De laatste eilanders een hartverscheurend verhaal over liefde, verlies en de meedogenloze kracht van vooruitgang. De roman is gebaseerd op de waargebeurde tragedie van Ada Kaleh, een klein eiland in de Donau, gelegen in Roemenië, waar de vrienden Deniz, Ibrahim en Azra wonen. Het voortbestaan van het eiland wordt bedreigd door de komst van een waterkrachtcentrale en de drie vrienden voelen dat hun toekomst er heel anders uit gaat zien dan die van hun ouders:

Azra voelde de vragen branden in haar keel. Ze keek naar haar vader zoals ze naar de bomen had gekeken: was hij ook aan het verschrompelen? Werd hij kleiner omdat zij groter werd?
Als wees had hij jarenlang in de kazematten geslapen, wist ze, maar hij paste allang niet meer in de nissen. Het verleden had hem fysiek afgeweerd. Dat was heel normaal. Iedereen groeide noodgedwongen uit tot een ongewenste vreemdeling in het eigen verleden. Het was een ruil: het verleden kromp en de toekomst dijde eindeloos uit.
Toch gebeurde het tegenovergestelde bij de laatste kinderen van Ada Kaleh. Azra’s wereld groeide niet, niet zoals het hoorde; ze werd stilletjes ingesnoerd. Het eiland vernauwde zich, zelfs de lucht leek zwaarder. De landsgrenzen sloten en de hele regio werd verduisterd door een zwaar gordijn. De helft van Europa werd een fort. De muren trokken zich steeds hoger en dichter op en Azra wist, net als de inwoners van Ada Kaleh, dat een fort slechts twee toekomsten kent: het vervalt tot een vergeten ruïne of het wordt een zielloze bestemming voor toeristen, een getuige van wat ooit was.
‘Maar de communisten zeggen dat iedereen gelijk is', zei Azra. ‘Jongens en meisjes.’
‘Wie zegt dat?’
‘De communisten, zei ik toch al.’
‘Ik bedoel: wie zegt dat de communisten dat zeggen?’
‘Onze leraar', antwoordde Azra.
‘Ze hebben allemaal ongelijk.’ Haar vader nam opnieuw een hijs. Hij ging rechtop zitten op zijn stoel. Voordat hij uitblies, kuste hij haar op haar voorhoofd. Ze rook zijn vette huid door de tabakswalm heen. Zijn stoppels schuurden haar neus rood. ‘Jij bent veel belangrijker dan alle jongens en meisjes.’
Ze wilde iets vragen over haar moeder, maar vroeg: ‘Waarom ben je nooit weggegaan?’
‘Vertrekken is zinloos,’ antwoordde haar vader. Hij rolde het mondstuk van de nargileh tussen zijn vingers. ‘wij moeten toch altijd terugkeren naar Ada Kaleh, om te sterven. Dan blijf ik liever op het eiland, dicht bij je moeder, wachtend tot het lot ons eindelijk herenigt.’


Maar zou haar vader wel kunnen blijven op het eiland? En hoe zit het met de toekomst van haarzelf en haar vrienden? De opkomst van het communisme, de soldaten die op het eiland gestationeerd worden, de doden die er vallen als mensen proberen te vluchten, maar ook de voortdurende keuzestress die de drie vrienden ervaren, zijn allemaal elementen in het boek die Stefan Popa op een gedetailleerde manier weet te beschrijven.

Stefan Popa is een Nederlands-Roemeense auteur en journalist. Hij wordt gezien als een van de veelbelovendste schrijvers van de Europese literatuur. Het lukt hem om de beklemmende stemming op het eiland Ada Kaleh aan jou als lezer over te brengen. De rauwe emoties van Deniz, Ibrahim en Azra fungeren als rode draad door het verhaal heen.

Wat deze roman bijzonder maakt, is de manier waarop het grote verhaal van vooruitgang en modernisering kritisch wordt belicht. De komst van de waterkrachtcentrale symboliseert vooruitgang, maar gaat gepaard met vernietiging van gemeenschap en cultuur. Daarmee stelt Popa impliciet de vraag wat vooruitgang werkelijk betekent en tegen welke prijs deze wordt bereikt.

De laatste eilanders is daarmee niet alleen een historisch verhaal, maar ook een actuele en relevante roman. In een tijd waarin grenzen, migratie en identiteit opnieuw onder druk staan, biedt dit boek een indringende spiegel. Het is een verhaal dat blijft hangen, juist omdat het de lezer confronteert met de kwetsbaarheid van thuis en de onvermijdelijkheid van verandering.

ISBN 978 94 027 1975 8 | NUR 301| Paperback | 307 pagina’s | Uitgeverij HarperCollins | 4 maart 2026 

© Els ten Voorde, 28 maart 2026

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER