Bankiers van God en Keizer klBankiers van God en Keizer
Het geld van de Fuggers 1475-1625
Peter F. Anthonissen

Dit boek is een stoere, stevige hardcover met het portret van drie Fuggers op de voorkaft.
De eerste van de drie afgebeelde personen is Hans Fugger, een eenvoudige boerenzoon die in 1367 het platteland verliet en zich in Augsburg vestigde. Hij werd er meester-wever en bouwde een bloeiend bedrijf op.

De tweede afgebeelde persoon is Jakob Fugger. Hij verwierf rechten op de inkomsten uit zilver- en kopermijnen in Hongarije, Bohemen en Silezië. In de textiel-en specerijenhandel nam hij een centrale positie in. Jakob had bovendien een goed oog voor nieuwe boekhoudkundige methoden en legde zich toe op een goed georganiseerd informatienetwerk binnen zijn sterk groeiende bedrijf. Jakob werd zelfs huisbankier van de Habsburgse dynastie. Zijn financiële ondersteuning was in 1519 onontbeerlijk om Karel V tot keizer gekozen te krijgen.

De derde persoon op de voorkaft is Anton Fugger. Hij breidde de onderneming uit met mijnondernemingen in Zweden en Noorwegen en knoopte handelsbetrekkingen aan met Peru en Chili. De Fuggers bereikten onder zijn leiding het toppunt van hun macht en rijkdom. Niet alleen de keizer, maar ook de paus werd afhankelijk van zijn geld.

De paus betaalde leningen terug uit de opbrengst van de aflatenverkoop. Dat inspireerde Maarten Luther om van leer te trekken tegen de paus, de kerk en hun financiers. In enkele pamfletten keerde Luther zich fel tegen de Fuggers en beschuldigde ze van uitbuiting, prijsopdrijving, woekerrentes en monopolievorming.

Deze drie personen staan centraal in het boek van Peter Anthonissen over de Fuggers. Zijn boek bevat echter veel meer dan een biografisch overzicht van drie bankiers. Anthonissen bespreekt de politieke, militaire, sociaaleconomische en culturele wereld waarin de Fuggers opereerden. En dat doet de schrijver op een meeslepende wijze, waarbij hij oog heeft voor kleurrijke details en anekdotes. Vaak zijn die aanvullende gegevens ondergebracht in kaders die zich typografisch onderscheiden van de doorlopende tekst.

Zo lezen we over de machtige keizer Karel V. In zijn rijk “ging de zon niet onder”. Op portretten is te zien dat de keizer een geprononceerde onderkaak had. De befaamde “Habsburgse kin”, wellicht het gevolg van inteelt. De keizer had moeite om zijn mond te sluiten, morste voortdurend zijn eten en at daarom zo veel mogelijk alleen. Een baard moest de kin camoufleren, maar verhielp niet dat de keizer slecht verstaanbaar was.

Regelmatig trekt de auteur lijnen door naar het heden. Zo stelt hij de vraag of Anton Fugger de rijkste man is die ooit geleefd heeft. Zijn conclusie is dat de oliemagnaat John D. Rockefeller (1839-1937) hoge ogen gooit en Elon Musk ook in de buurt van “rijkste man ooit “ komt. Maar Anton is vermoedelijk toch de rijkste man aller tijden geweest.

Frappant is dat een nazaat van de Fuggers in 1944 betrokken was bij een aanslag op Hitler. Hij werd gearresteerd en gevangengezet. Na de oorlog was hij medeoprichter van de CSU in Beieren.

De Fuggers kunnen beschouwd worden als vroegmoderne kapitalisten die permanent werkten aan vermeerdering van hun winsten en het uitschakelen van concurrenten. Anthonissen laat zien dat de Fuggers ook weldoeners waren. Als voorbeeld kan de “Fuggerei” gelden, een sociale woonwijk die de magnaat in Augsburg liet bouwen. Armoede was in de 16de eeuw alomtegenwoordig en bedelaars maakten deel uit van het dagelijkse leven in dorp en stad. De Fuggerei was een strak georganiseerde woonwijk waar alle huizen identieke afmetingen hadden, die bestemd waren voor arme katholieke burgers van onbesproken gedrag. Tot op vandaag wordt de Fuggerei beheerd en gefinancierd door nazaten van de Fuggers. De huur is nooit gewijzigd en bedraagt nu nog geen euro per jaar.

De tijd waarin de Fuggers leefden lijkt op onze tijd. De schrijver wijst op overeenkomsten in de politieke instabiliteit, religieuze conflicten, financiële spanningen, oorlogen en de grote maatschappelijke onrust. De Fuggers hielden het hoofd koel en bouwden hun bedrijf uit tot een stabiele en invloedrijke economische kracht in heel Europa.

Vandaag de dag zijn de Fuggers niet meer zo bekend. Dit in tegenstelling tot hun tijdgenoten als de Medici uit Florence en de Rothschilds uit Wenen, Londen en Parijs. Anthonissen legt boeiend uit hoe dit verklaard moet worden.

De firma beëindigde zijn activiteiten in 1653. Dat had met drie zaken te maken. De zilver- en kopermijnen waren uitgeput geraakt. De Dertigjarige en Tachtigjarige Oorlog hadden grote schade toegebracht aan de internationale handel. En familietwisten brachten het bedrijf van binnenuit grote schade toe.

Anthonissen schreef een indrukwekkend boek dat prachtig is uitgegeven. Fraaie illustraties, mooie kaarten, overzichtelijke stambomen van de Fuggers en het Huis Habsburg, een lijst van regerende pausen, het register en de bibliografie geven het boek de allure van een standaardwerk. Het is een slimme opzet om verklarende aantekeningen per pagina te vermelden en de bronverwijzingen apart genummerd achterin op te nemen.

Een kleine fout is te vinden op bladzijde 298: “Psalm 1 vermeldt als kenmerk van de rechtvaardige dat hij geld niet uitleent tegen rente.” Dit staat niet in Psalm1 maar in Psalm 15. Het woord “kerkfabriek “ (blz. 442 en 647) is in Nederland niet bekend, maar in België verstaat men er de instelling onder die een parochie onderhoudt en financiert.

Dit omvangrijke boek is niet alleen grondig, maar ook fascinerend en toegankelijk. De research die voor dit boek nodig is geweest, dwingt respect af. Terecht schreef Bart de Wever, eerste minister van België, in een woord vooraf dat deze “turf” elementen van een thriller bevat.

Peter F. Anthonissen (1955) studeerde rechten in Antwerpen en Cambridge. Hij is communicatie-expert en publiceerde veelgelezen boeken over crisismanagement.

ISBN 9789022343074 | Hardcover | Omvang 815 blz. | Uitgeverij Ertsberg, België | 25 augustus 2026

© Henk Hofman, 8 oktober 2026

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.