Arthur Shopenhauer klArthur Schopenhauer.
Het leven en denken van de grootste pessimist in de filosofie.
David Bather Woods 

Het leven is een bedenkelijke zaak. Dat schreef Arthur Schopenhauer (1788-1860) ooit aan de dichter Christoph Martin Wieland. En daarom nam de filosoof zich voor om zijn eigen leven te besteden met erover na te denken. Hij bleek geen fan. De Duitse denker ontwikkelde een pessimistische filosofie, waarin hij het bestaan een vergissing noemde, de wereld vergeleek met een boeteoord, en het leven zag als een ellenlange lijdensweg.

      Dat zou allemaal best kunnen kloppen. Maar ongeacht wat Schopenhauer zelf van het leven vond, veel mensen zijn wel blij dat hij het heeft geleefd. In zijn roman De Schopenhauer-kuur uit 2004 liet psychiater en auteur Irvin D. Yaloom het eenzame personage Philip bijvoorbeeld verzuchten dat Schopenhauer de enige was die hem echt leek te begrijpen: ‘Niet alleen klonken zijn woorden mij als muziek in de oren, maar ik voelde ook een sterke verwantschap met hem als persoon. […] Alleen al het weet hebben van zijn bestaan verzachtte de pijn van mijn isolement.’

      Ook echte mensen raakten gefascineerd door Schopenhauer. David Bather Woods, bijvoorbeeld. Hij is associate professor in de filosofie aan de University of Warwick en gespecialiseerd in het denken van Schopenhauer. Woods schreef daar al heel wat artikelen en hoofdstukken over, en publiceerde onlangs ook eindelijk een boek: Arthur Schopenhauer. Het leven en denken van de grootste pessimist in de filosofie. Kennelijk is het leven van Schopenhauer ook voor Woods een bedenkelijke zaak.

Schrijven over Schopenhauer

Schrijven over Schopenhauer is gevaarlijk. De goede man had immers een nog betere pen, waardoor de lat ook voor commentatoren hoog komt te liggen. Filosoof Dieter Birnbacher klaagde in zijn inleiding Schopenhauer: de macht van de wil (2009) bijvoorbeeld dat het moeilijk was om over iemand te praten die zelf bijna alles al beter heeft gezegd. De mooiste manier om over Schopenhauer te schrijven, is vaak gewoon om hem over te schrijven.

      Daar komt bij dat Schopenhauer zelf geen liefhebber was van secundaire literatuur. Want wat blijft er nu echt over van de boeken van grote geesten, wanneer die worden naverteld in boeken van haast noodzakelijkerwijs minder grote geesten? Schopenhauer raadde daarom aan om boeken tweedehands te kopen, in plaats van hun inhoud. Punt: het is maar zeer de vraag wat deze grote geest had gevonden van een biografie.

Anekdotes

Een laatste probleem is dat er over Schopenhauer enkele smakelijke verhalen rondgaan. Als klein jochie mocht hij met zijn ouders mee op grand tour door Europa, op voorwaarde dat hij daarna braaf als koopman ging werken. Als filosofiedocent plande hij zijn colleges gelijktijdig met die van rivaal Georg Wilhelm Friedrich Hegel, waardoor zijn eigen klaslokaal nagenoeg leeg bleef. En als norse knorrepot mikte hij ooit de naaister Caroline Louise Marquet van de trap, waarna hij haar levenslang schadevergoeding moest betalen. Bijvoorbeeld.

      Zulke anekdotes lijken een goudmijn voor een biograaf. Maar misschien is dat niet zo. De verhalen zijn immers de moeite van het vertellen waard. En juist daardoor zijn ze ook al vaak verteld. Heel vaak. Wellicht zelfs te vaak. Bij veel levensschetsen van Schopenhauer kan de lezer zomaar het gevoel krijgen dat de biografen niet alleen gretig hun lijdend voorwerp overschrijven, maar vooral ook elkaar.

Dwarsverbanden

Woods probeert deze valkuil te voorkomen door interessante dwarsverbanden te leggen. Zijn zelfverklaarde doel is dan ook om na te gaan ‘hoe de gebeurtenissen in [Schopenhauers] leven, filosofische of welke dan ook, kunnen worden gelezen in het licht van zijn denken, en omgekeerd.’ Zo leiden de anekdotes over Schopenhauers doodsaaie tijd op een Engelse kostschool tot een uiteenzetting over zijn filosofie rond verveling en straf. En zo worden Schopenhauers beschouwingen over eer en roem gekoppeld aan het biografische feit dat hij een van de eerste filosofen was van wie foto’s werden verspreid.

      Gelukkig probeert Woods niet om het denken van Schopenhauer te verklaren uit zijn leven. Zijn boodschap is dus niet dat Schopenhauer mild was over zelfdoding omdat zijn vader vermoedelijk zelfdoding heeft gepleegd, maar eerder dat Schopenhauer mild was over zelfdoding en dat zijn vader vermoedelijk zelfdoding heeft gepleegd. De waarde en relevantie van de dwarsverbanden mag de lezer zelf inschatten. Woods lijkt vooral te willen wijzen op de diverse thema’s die Schopenhauer, in leven en in denken, zijn hele bedenkelijke leven hebben beziggehouden.

Een brede filosofie

Woods laat daardoor zien hoe breed het gedachtegoed van Schopenhauer soms uitwaaierde. De filosoof zelf schreef ooit dat zijn hele denken slechts één enkele gedachte bevatte, waarmee hij bedoelde dat al zijn gedachten één logische wereldbeschouwing vormden. Maar daarmee zwierde hij wel langs talloze onderwerpen: metafysica, ethiek, kunst, eten, sekseverschillen, waanzinnigheid, dromen, rechtspraak, dierenwelzijn. Woods lijkt die rijkdom bewust te willen aanstippen. Anders is het wel heel vreemd om een boek over de grootste pessimist in de filosofie te beginnen met diens gedachten over… het lachen.

      Natuurlijk moet ook Woods de klassieke mythes over Schopenhauer herhalen. Maar zijn inkadering daarvan maakt de boel toch lezenswaardig. Bovendien maakt het nieuwsgierig hoeveel méér onderwerpen er nog in het werk van Schopenhauer te vinden zijn. De kans is niet nul dat menig lezer na het dichtslaan van dit boek overweegt om ook eens een – al dan niet tweedehands – boek van de grote geest zélf op te pakken. Een minder pessimistisch iemand zou er misschien vrolijk van worden.

ISBN 9789000389117 | Hardcover | 304 pagina's | Amsterdam: Uitgeverij Unieboek|Het Spectrum | 25 november 2025
Vertaald door: Fred Reurs

© Rik Peters, 25 april 2026

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER