Dat had ik eigenlijk het hele boek...ja maar hoe moet dat dan????
En pas helemaal op het eind kwam het min of meer ter sprake.
Het klein orkest” schreef hier ooit een liedje over dit onderwerp, wat het hele boek door door mijn hoofd dreinde. Het gaat over een koning, die de dood weet te vangen, zodat zijn onderdanen eeuwig kunnen leven. Probleem opgelost zou je zeggen, maar toen begon de ellende pas;
“ Op den duur ging het feesten vervelen
en ging men gevaarlijke spelletjes spelen
Men sprong van torens, in diepe ravijnen
men stoeide met leeuwen en met wilde zwijnen
men dronk liters en liters vergiftigde wijn
en voerde wat oorlog, gewoon voor de gein
En niemand ging dood, geen mens ging verloren
Maar er werden wel steeds meer babies geboren
Het werd als maar drukker, men kreeg het benauwd
Er werden zelfs mensen de zee in gedouwd
En 100 jaar later was de lol ervan af
en ging men weer verlangen naar de rust van het graf
De koning dacht: "Goed, ik ben niet meer bang
maar ik vind alles zo saai en ik regeer al zo lang"
Opnieuw riep hij toen de geleerden bijeen
en zei: "Wat een ellende, waar moet dat heen?"
De Koning uit het liedje liet tenslotte de dood weer uit zijn kooi, omdat hoe gruwelijk ook, óók de dood een functie heeft, en dat lijkt mij tot nu toe een stuk realistischer dan onsterfelijkheid.