Het is niet zozeer een reactie op dat andere boek, want wat ik me daarvan herinner is zo anders. Dat boek is ook niet blijven hangen, anders had ik dit zelf wel gevonden.
Wat ik nog wilde zeggen heeft meer te maken met de drie zo verschillende jeugdboeken die ik de afgelopen week gelezen heb. De gouden sleutel: een zoetig recht toe recht aan kinderverhaal. Een kind heeft het moeilijk, maar het komt allemaal goed, en 'het kwaad' krijgt zijn verdiende lot.
Achter de stilte doet al meer een beroep op inlevingsvermogen, maar er blijft een probleem dat op een positieve manier aangepakt wordt, en alles komt weer goed. Het thema is schokkend, maar de uitwerking niet.
En dan hij of ik. Natuurlijk heb ik geen idee of het bij de jeugd ook zo werkt, maar bij mij bleef dit boek hangen. Ik vind het een boek om vaker te lezen. Het roept allerlei vragen op, en de schrijver beantwoordt die niet. In de twee andere boeken wordt alles afgerond, netjes, in dit boek niet. Ja, het lijkt zo, door het thrillerachtige slot, maar in feite is er niet een vraag afdoend beantwoord.
Het gaat om die nature-nurturekwestie. (daarom is dat boek van Brooijmans anders) Twee kinderen met dezelfde genen die opgroeien in een ander milieu. Wat doet het met je? Zijn ze echt zo verschillend als lijkt?
Dàt vind ik de kracht van dit boek. Het beste van deze drie, met kop en schouders.