Een losse draad
Tracy Chevalier
In de boeken van Tracy Chevalier wordt altijd een historisch kunstobject verweven in het verhaal. Bijvoorbeeld bij De jonkvrouw en de eenhoorn waren de tapijten van Bayeux het centrale onderwerp. In het boek Het meisje met de parel stond het schilderwerk van Vermeer centraal. En dit keer zijn het de geborduurde kussens en knielkussen in de kathedraal van Winchester het centrale punt van het boek. Zij werden ontworpen door Louisa Pesel die ook voorkomt in het boek.
Het verhaal begint met Violet Speedwell, een vrouw die haar verloofde én broer verloren heeft tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ze is 38 jaar oud en vanwege de vele gesneuvelde mannen - net als zoveel vrouwen in die tijd - ongehuwd. Ze is dus, zoals het in die tijd genoemd werd, een spinster (oude vrijster). Haar moeder is door de dood van haar zoon een verbitterde vrouw geworden die nergens enige vreugde meer in ziet, wat verstikkend werkt op Violet.
Zij is dat gedrag van haar moeder meer dan zat en besluit op haar werk overplaatsing te vragen naar de nabije plaats Winchester. Dat lukt en zij betrekt een kamer bij mevrouw Harvey. Het valt nog niet mee om op eigen benen te staan. Violet kent niemand in Winchester en haar bestaan is karig. Ze houdt weinig geld over om van te leven. Ze gaat graag naar de Winchester Cathedral waar ze graag naar de Evensong (een dienst waarvan het grootste deel gezongen wordt door een koor of gastkoor) luistert. Daar ontmoet ze de brodeuses, de vrouwen die de knielkussens maken en behoren bij het Genootschap van Kathedraalbrodeuses, op verzoek van de deken opgericht door de al eerder genoemde mejuffrouw Louisa Pesel. Even later besluit ze om zich aan te sluiten bij dit genootschap.
Het borduren levert haar nieuwe kennissen op en bovendien veel plezier. Zo gauw ze tijd heeft is ze bezig de randen voor het borduurwerk te maken. De invulling van de te borduren kussens wordt door meer ervaren borduursters gemaakt. Met één vrouw, Gilda, sluit Violet al gauw vriendschap en via haar ontmoet ze Arthur, de man die van grote invloed op haar leven zal zijn. Hij luidt o.a. de klokken van de Kathedraal.
Tracy Chevalier legt in het boek uit wat het borduurwerk inhoudt, welke steken gebruikt worden en laat vooral via haar taal zien hoe bijzonder het werk van de dames is. Maar dat is niet het enige, ook het klokkenluiden blijkt anders in elkaar te zitten dan wat leuk gebimbam. Er zijn vele regels en voor een leek onbegrijpelijke volgorde in klanken en gebruik van klokken. Violet heeft al gauw een grote interesse voor het klokkengelui, maar als vrouw kan ze nauwelijks toegang krijgen tot het strikte mannengebeuren. Het is Arthur die haar helpt met het nader kennis maken met die wereld.
Maar de flink oudere Arthur helpt haar met meer dingen, en Violet voelt zich erg tot hem aangetrokken. Helaas is hij getrouwd en heeft kinderen. Toch zindert het tussen hen en beiden weten dat.
Naast het samenwerken met de brodeuses en de kennismaking met de taal van de klokken gaat het gewone leven ook door. Violet leeft in een tijd waarin vrouwen moeten stoppen met werken als ze trouwen en trouwen ze niet dan werken ze in administratieve baantjes of de verpleging. Veel dingen zijn nog een schande, zelfs dat Violet bij haar moeder weggaat om op eigen benen te staan is afkeurenswaardig. Helemaal schande is het als vrouwen - uit liefde - bij elkaar gaan wonen, waardoor lesbische vrouwen het meer dan moeilijk hebben. Het lesbisch zijn is zelfs reden tot ontslag, zoals Violet ontdekt als vrienden van haar dit overkomt.
Dit wordt allemaal deskundig door Tracy Chevalier besproken. Maar toch...
Het verhaal komt niet tot leven. De vertellingen over het borduren of de manier van luiden van de kerkklokken zijn vrij technisch. Het borduren neemt wel een grote rol in maar het verhaal toont niet echt hoe apart het is wat er gebeurd. Eigenlijk speelt de ontmoeting met Arthur de boventoon en dat is jammer want daardoor zwakt het verhaal af tot een niet erg bijzonder romannetje. Tracy Chevalier heeft niet echt een mooi geheel van de personages met de werkzaamheden die ze doen, gemaakt. Het zijn bijna twee aparte verhalen geworden.
Het einde van het verhaal wordt ook een beetje afgeraffeld en is bijna ongeloofwaardig. Voor alle problemen is er ineens een oplossing die een aantal bladzijden daarvoor nog onmogelijk leek. Ook de vertaling leek soms een beetje vreemd. Woorden als solipsisme (blz 14) en cappillariteit (blz 91) doen erg vreemd aan in een roman.
Kortom, het uitgangspunt van het boek is prima maar de uitvoering helaas minder.
ISBN 9789493081314 | Paperback | 334 pagina's | Uitgeverij Orlando | november 2019
Vertaald door Anke ten Doeschate
© Dettie, 11 december 2019
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER