De gifhouten bijbel
De blanke Amerikaanse familie Price vertrekt in 1959 naar Belgisch Congo, waar de vader, een doopsgezinde predikant, in een klein dorpje op een zendingspost gaat werken.
Het verhaal over hun verblijf daar wordt afwisselend door de moeder en de vier dochters van het gezin verteld dat behalve door hitte en armoede vooral bepaald wordt door het eigenzinnige optreden van de vader. Vader Nathan is een fanatiek baptist die geen gesprek zonder bijbelteksten kan voeren. Hij is een zeer dominante man, beheerst door zijn geloof en blind voor zijn omgeving. Vanwege zijn extreme gedrag wordt hij geroyeerd en ontvangt geen geld meer voor zijn missiepost. Moeder Orleanna probeert zich aan te passen maar het merendeel van haar tijd is ze bezig te overleven. Er is nauwelijks eten, er heersen tijden van enorme droogte, er doen zich ziektes voor die zij niet kent enz. De moeder blijft een beetje vaag figuur in het verhaal.
Het boek wordt gedragen door de verhalen van Leah en Adah (een tweeling), Rachel en Ruth May. Zij vertellen vanuit hun (kinderlijke) gezichtspunt hoe zij de dingen beleven daar en vooral over het gedrag van hun vader, waar ze soms erg humoristisch over schrijven. Omdat vader zich niet aanpast ontstaan er bizarre situaties die de kinderen uitstekend begrijpen en stiekem pret over hebben, terwijl vader in al zijn fanatisme loopt te tieren dat die inlanders maar niets willen begrijpen, bijvoorbeeld:
In Congo groeit een giftige boom, the Bängala, het gifhout. Maar het woord bängala heef vele betekenissen, zowel ´erg dierbaar´ als ´gifhout´. Father Nathan besloot iedere preek in zijn kerk met de kreet: ´Jezus is Bängala!´, waarbij hij het ´dierbare´ bedoelde maar door zijn foute uitspraak zei hij: ´Jezus is gifhout´
De karakters van de kinderen zijn totaal verschillend. Rachel is echt een American girl, maakt zich enorm druk over afgebroken nagels, te weinig shampoo enz. terwijl Adah de werkelijke situatie zeer scherp onder ogen ziet.
Op de achtergrond speelt de onafhankelijkheidsstrijd die steeds grimmiger wordt. De familie Price wordt ook geadviseerd het land te verlaten, maar vader Nathanl weigert pertinent. De politieke gebeurtenissen zijn op een subtiele manier verweven in de beschrijvingen van het dagelijks leven van de familie Price.
Na 17 maanden van ontberingen en rampen vlucht Orleanna met haar kinderen het land uit.
Daarna volgen we moeder en dochters in steeds grotere tijdsprongen. Daaruit blijkt dat de tijd in Belgisch Congo op ieders leven een enorme invloed heeft gehad. Maar hun levens zullen zich op totaal verschillende manieren ontwikkelen.
Een boeiend boek dat tussen de regels door veel verteld over Belgisch Congo en de enorme invloed van Amerika. Lemumba, de president die waarschijnlijk goed voor het land zou zijn geweest, wordt vermoord (met medeweten van België en Amerika) en, geholpen door diezelfde Amerikanen, komt de dictator Mobutu aan de macht De bevolking is straatarm, maar Mobutu laat het ene paleis na het andere bouwen. Het verhaal is in feite ook een aanklacht tegen de enorme arrogantie van Amerika als wereldmacht, een Amerika die westerse cultuur en religie aan anderen opdringt en blind is voor de mensen en omstandigheden van het land zelf…
De verhalen van vooral de dochters zijn een prettige afleiding voor het zware onderliggende verhaal. Sommige gedeelten van het boek zijn een beetje langdradig, vooral de uitweidingen van vader Nathan en de vage verhalen van de moeder. Maar zij zijn beiden niet veel aan het woord.
Barbara Kingsolver(1954), die zelf als kind in het pas onafhankelijke Congo woonde, maakt in dit boek niet alleen gebruik van (auto)biografische gegevens, maar heeft ook uitgebreid onderzoek gedaan. De schrijfster is tevens bioloog en zeer bekend met de flora en fauna van de Congo.
ISBN 9035122682 Uitgeverij Bert Bakker, 523 pagina's, uitgave 2001.
© Dettie, mei 2005
N.B. Na een onderzoek bood de Belgische regering in 2002 haar excuses aan voor de Belgische rol in de moord op Lemumba.
Lees de reacties op het forum, klik hier!