Terug naar China
Het verhaal achter de Chinese eeuw: controle, macht en de nieuwe wereldorde
Tom Van de Weghe
De auteur was VRT-correspondent in China van 2007 tot 2012. Daarna moest hij 11 jaar wachten vooraleer hij er in 2023 weer binnen mocht.
De verschillen met onze maatschappij werden hem meteen duidelijk: in de kleuterschool leerden zijn kinderen: “Gehoorzaamheid is de basis van succes,“ en “Vrijheid leidt tot chaos.” (p. 22). Confucianistische discipline staat er centraal, naast het groeten van de vlag en het zingen van het volkslied. Ons onderwijspeil zou weer stijgen in de PISA-testen, als we de Chinese discipline en werklust zouden overnemen.
Minder leuk waren de ervaringen met de politie: hij en zijn medewerkers kregen klappen op het hoofd en in het gezicht wegens ongewenste interviews. Vanaf 2011 verscheen zijn naam en adres zelfs op een site die opriep tot aanvallen op buitenlandse journalisten.
In 2012 verhuisde hij naar Washington. De lucht was er schoon, maar de luchthavens, wegen en bruggen waren in verval, een groot contrast met China.
Hij geeft dan een beknopt overzicht van de recente Chinese geschiedenis sinds 1949. Mao bestreed met succes het analfabetisme, maar zijn Grote Sprong Voorwaarts werd een catastrofe: 45 miljoen hongerdoden. En zijn Culturele Revolutie zorgde voor tien jaar terreur en verwoesting. Toen hij stierf, leefde 80% van de bevolking of 800 miljoen mensen in extreme armoede.
Deng bracht daar verandering in met zijn beperkte liberalisering van de economie. Tussen 1978 en 2011 was de groei 10% per jaar of een verdubbeling om de 7 jaar en steeg het bbp per hoofd van 320 naar 4.000 euro per jaar (p. 36). Maar het protest op Tian-an-Men tegen de inflatie, de corruptie en de dictatuur werd bloedig onderdrukt.
De veeltalige en joviale Jiang Zemin onderdrukte de spirituele beweging Falun Gong met zijn miljoenen aanhangers, hij sloot dissidenten op en perfectioneerde het toezicht op het internet. In 2001 loodste hij China binnen in de World Trade Organisation (WTO), zodat het zijn overcapaciteit aan tv’s, radio’s etc. kwijt raakte.
Tussen 2001 en 2007 verviervoudigde de export van 227 naar meer dan 1.000 miljard euro en het handelsoverschot met de VS groeide van 83 naar 258 miljard dollar. Chinese bedrijven verdrongen de Europese industrieën van zonnepanelen, windturbines en telecominfrastructuur.
De auteur noemt Jiang de ware architect van het moderne China: het steeg van plaats 10 naar 6 op de wereldranglijst (p. 42-47).
Hu Jintao zorgde voor perfecte Olympische Spelen. Maar de financiële crisis trof de Chinese export zeer zwaar. Er werd enorm gebouwd, vooral woonblokken en spooksteden zonder bewoners (p. 48).
Een aardbeving in Sichuan met 70.000 doden en 19.000 vermisten verergerde de toestand. Protest was er genoeg, maar enkel tegen de burgemeesters, niet tegen de top in Peking. In 2008-2010 verdwenen Facebook, Twitter en Google van het internet en begon China aan de meest geavanceerde digitale controle ter wereld (p. 56).
Toen kwam Xi, die snel alle machtsfuncties veroverde en een paar miljoen corrupte personen strafte of liet verdwijnen. Met zijn gedachtegoed indoctrineert hij de 100 miljoen partijleden en vele anderen. 600 à 700 miljoen camera’s, 1 per 2,3 inwoners, tonen zijn obsessie met controle. In Peking hangen zelfs 60 miljoen openbare camera’s voor 21 miljoen inwoners, plus evenveel private. De Watrix-camera’s herkennen ook gemaskerde misdadigers aan hun manier van lopen. In elke wijk zijn er informanten, 10 à 15 miljoen in totaal. In Xinjiang zijn de controles het ergst (p. 91-115).
De stiptheid is overal toegenomen: iedereen wacht bij het rode licht, anders herkent de camera de dader en wordt de boete automatisch afgeschreven van zijn Alipay-rekening. Men betaalt niet meer met cash geld of kredietkaart, enkel met We Chat of Alipay.
Het Sociaal Kredietstelsel beloont de goede daden, maar bevat ook een zwarte lijst van wanbetalers, die niet meer mogen vliegen of met de trein reizen, geen hotels meer kunnen boeken en bedrijven nemen hen niet in dienst.
Veel steden maakten grote schulden voor camera’s, servers en software. De export daarvan is een succes: de helft van de wereldwijde gezichtsherkenning is Chinees. De protesten in november 2022 tegen het strenge zero-covid-beleid overweldigden de censuur, maar de deelnemers kregen nadien bezoek van de politie en sommigen reisverbod. Bedrijven nemen weinig of geen vrouwelijke afgestudeerden in dienst, tenzij ze tekenen dat ze gedurende vijf jaar niet zwanger zullen worden. Elk jaar zoeken 8 miljoen afgestudeerden naar werk, maar voor elke baan zijn er honderd kandidaten. Feminisme wordt gezien als westers en als een bedreiging. Tennisster Peng Shuai klaagde een vicepremier aan: ze verdween.
Jack Ma werd het voorbeeld van de succesvolle 996-cultuur: werken van 9 tot 9 gedurende 6 dagen per week. Maar in oktober 2020 klaagde hij de regulering en dus de partij aan. Gevolg: de beursgang van zijn Ant Group (32 miljard €) werd geannuleerd, hij verdween voor lange tijd en zijn Alibaba kreeg een boete van 2 miljard euro, de grootste in de Chinese geschiedenis. Ook de andere grote technologiebedrijven werden door Xi hard aangepakt en verloren miljarden (p. 131-140).
De auteur signaleert de hoge huurprijzen (960 euro voor 35 m²), de jeugdwerkloosheid van 17 à 21% doordat er 77 tot 10.000 hoogopgeleide kandidaten zijn voor één baan, de fenomenen tangping (platliggen, weinig werken, afwijzing van de 996-cultuur) en bailan (laat het maar rotten, ook een rebellie tegen hard werken en jeugdwerkloosheid).
Trouwen en kinderen krijgen is nu te duur en vele vrouwen willen niet onderworpen worden aan een schoonmoeder. Een kind opvoeden tot zijn 18 jaar kost nu 556 maandsalarissen of 46 jaar werken, vooral door de astronomisch hoge onderwijskosten. Sinds 2025 bestaat er een kinderbijslag van 430 euro per jaar voor kinderen van nul tot drie jaar, maar er is geen betaalbare opvang en geen werkzekerheid (p. 141-149).
China en zeker de stad Hangzhou lopen nu voorop in de vergroening met elektrische bussen, bomen en struiken in de steden. In 2013-2014 hadden Xi en premier Li Keqiang de ‘oorlog tegen vervuiling’ uitgeroepen. Die groene revolutie viel samen met de toenemende Amerikaanse druk op Chinese technologie en met de woede van de burgers om de zware vervuiling in de winter van 2013.
Met ‘Made in China 2025’ wil het nu wereldleider worden in technologieën. Het Westen reageerde met exportbeperkingen op chips en chipmachines (p. 163-168).
In 2020 lanceerde Peking de volgende fase: ‘China Standards 2035’: China wil de mondiale spelregels schrijven en de wereld dwingen Chinese 5G-standaarden en AI-protocollen te volgen. De verspreiding gebeurt in 140 landen via de Nieuwe Zijderoute, waarlangs ook de webshops van Alibaba, Temu en Shein de wereld veroveren. Chinese elektrische auto’s met ingebouwde AI-assistent zijn, volgens de CEO van Ford, nu al beter dan westerse (p. 176). Maar door overproductie bij de 169 fabrikanten staan honderdduizenden auto’s te wachten op een koper.
China loopt voorop in groene technologie, maar haalt nog de helft van zijn energie uit steenkool, waardoor het eenderde van de wereldwijde CO² uitstoot (p. 182).
Chinese wetenschappers keren massaal terug uit de VS en krijgen een eigen lab met onbeperkt budget. Ook met een beperkt budget ontwikkelden ze ‘DeepSeek’, de grote concurrent van AI.
De leningen aan armere landen zijn gedekt door havens of mijnen, dus economisch imperialisme (p. 205). En om minder afhankelijk te zijn van de smalle Malakka-zeestraat, ontwikkelde Xi in 2018 de Polaire Zijderoute via de smeltende Noordpool. De auteur vermeldt niet hoeveel of hoe weinig deze route gebruikt wordt. Groenland verzette zich zowel tegen de Chinese plannen om er zeldzame metalen weg te halen als tegen gelijkaardige plannen van Trump (p. 206).
De Nieuwe Zijderoute moest afzetmarkten en grondstoffen vinden en landen afhankelijk maken van China. Vlaanderen werd wakker in 2016 toen State Grid 14% van de aandelen van gas- en elektriciteitsbeheerder Eandis wou kopen en zo inzicht wou verwerven in de kwetsbare momenten. Toen begreep ook Europa dat Chinese investeringen vaak Trojaanse paarden zijn.
China concentreerde zich toen op havens zoals Zeebrugge en Antwerpen, die nu deels van COSCO (China Ocean Shipping Companyà zijn, waardoor het containervolume indrukwekkend steeg. Idem voor Piraeus in Athene. Griekenland werd samen met Hongarije dé stem van Peking in de EU.
COSCO kan bij een aanval op Taiwan onze aanvoerlijnen wereldwijd verstoren. Het Pentagon zette het op zijn zwarte lijst als ‘militair bedrijf’.
Sinds 2018 is er ook de spoorverbinding Tangshan (NO-China)-Antwerpen, met 300 treinen per jaar en tweemaal sneller en 60% goedkoper dan per schip. Vanuit de cargo-luchthaven van Luik stuurt China dagelijks een half miljoen pakjes, vooral van Termu en Shein, naar heel Europa. Zes douaniers controleren slechts één op de duizend pakjes. Daarvan is 40% illegaal, gevaarlijk of frauduleus. 300 Belgische webshops gingen failliet door deze oneerlijke concurrentie. België importeert voor 33 miljard, maar exporteert slechts voor 8 miljard euro en werd afhankelijk van China voor 50 van de 200 strategische grondstoffen (p. 210-217).
Vanuit Hongarije veroveren Catl (Contemporary Amperex Technology Co., Limited), Huawei, BYD (Build Your Dreams) e.a. Europa. De Nieuwe Zijderoute werd in 2017 (deels) omgevormd van een fysieke naar een digitale: er kwamen 5G-netwerken van Huawei, betalingen via Ant, Chinese standaarden en surveillance-systemen. De grootste Chinese markt in Europa ligt in Boedapest: meer dan 30.000 Chinezen werken er, zeven dagen per week. In Debrecen komt een vervuilende batterijenfabriek van Catl, tegen de uitspraak van het Hooggerechtshof in.
In Servië zorgen Chinese fabrieken voor een record-vervuiling, moderne slavernij en doden (p. 223-225).
Aan Taiwan wordt een volledig hoofdstuk besteed. Mogelijk valt China er binnen in 2027, ook om de aandacht af te leiden van de jeugdwerkloosheid en de vastgoedcrisis.
Sinds 1544 kende de oorspronkelijke bevolking vele overheersers. De grootste militaire parade van september 2025 in Beijing en de omsingeling van december 2025 toonden aan dat China klaar is voor de invasie en sterk genoeg om een Amerikaanse interventie uit te schakelen. Toen Taiwan op 31 december de WHO waarschuwde voor corona in Wuhan, negeerde de WHO dit, ten koste van vele mensenlevens (p. 261-263).
In 2019 kwam Hongkong in opstand tegen een uitleveringswet. De protesten werden met geweld neergeslagen. Minstens 290 activisten zitten nog in de cel, kranten werden gesloten, minstens 140.000 inwoners zijn gevlucht. Taiwan is gewaarschuwd. Op Trump rekent het niet.
Peking werkt met succes aan zijn soft power: het staat nu op de tweede plaats in de wereld, na de VS! Het herovert zonder geweld verloren gebied in Siberië: in de 'verloren’ regio Vladivostok, die groter is dan West-Europa, wonen meer Chinezen dan Russen. Over 50 jaar is Siberië Chinees, aldus een Russische kolonel (p. 292-293).
Een museum in Aihui toont welke gebieden China in 1858 en 1860 moest afgeven en ook het bloedbad dat Russen aanrichtten in 1900. Maar in oktober 2023 ontmoetten Xi en Poetin elkaar al voor de 43ste keer! (p. 300) De ineenstorting van de SU verbindt beide autocraten: zij zullen hun macht niet uit handen geven zoals Gorbatsjov. Ze vrezen westerse invloeden en protestbewegingen.
Xi had de oorlog tegen Oekraïne kunnen voorkomen, maar hij leverde liever drones, raketten, granaten, communicatiesystemen, machines voor de wapenindustrie, glasvezelkabels om drones af te vuren, ingenieurs en alles wat Rusland mist door de sancties. Rusland wint de oorlog dankzij China, dat zich in Oekraïne voorbereidt op de inval in Taiwan. En China is, net als de VS, al kandidaat voor de wederopbouw van Oekraïne, die tussen de 500 en de 1.000 miljard zal kosten.
Tegelijk vinden westerse chips nog altijd hun weg naar Russische wapenfabrieken via Turkije, Kazachstan en de VAE. China wil de frontlinies bevriezen waar ze nu liggen en wil geen vragen over oorlogsmisdaden of herstelbetalingen (p. 305-315).
De dollar heeft aan invloed verloren ten gunste van de yuan, zeker door de handel van China met Rusland. En door de Euroclear-discussie is het vertrouwen in het Westen gedaald.
In zijn epiloog zegt de auteur dat we China nooit helemaal zullen begrijpen en dat we er best mee kunnen samenwerken, zonder naïviteit en zonder vijandigheid.
Beoordeling
Tom Van de Weghe kan zeer goed en vlot vertellen. Hij is een scherp en kritisch observator, zijn kritieken zijn gefundeerd. Hij heeft oog voor alles, ook voor de details, heeft vlug door wat de echte bedoelingen zijn van projecten zoals de Nieuwe Zijderoute. Hij bewondert de goede kanten, maar signaleert ook de zaken die mislopen zoals de massale jeugdwerkloosheid, het dalende geboortecijfer, jongeren die niet meer willen werken, de veel te hoge prijzen van appartementen en de te lage lonen, de emigratie van 15.000 miljonairs per jaar of 40 per dag en de controle van de bevolking.
Zijn boek is het beste over het huidige China dat ik de laatste decennia beoordeeld heb. Zijn hoofdstuk over de Nieuwe Zijderoute is zeer pittig en alarmerend: hopelijk lezen onze politici het voordat we totaal afhankelijk zijn van China. Ik mis daarbij wel hoeveel China eventueel bijdroeg aan de economische groei van de ontwikkelingslanden die er aan deelnemen.
Enkele opmerkingen:
Het kaartje vooraan (p. 6-7) is veel te beperkt: plaatsen zoals Hangzhou, Hefei, Shenzhen, Yiwu, Taichung,Tangshan, het heilig dorp Liangjiahe, … staan er niet op. De lezer moet er de ‘Atlas of China’ zeker bij houden.
Soms zijn er kleine contradicties in de cijfers: op p. 91 zijn er 600 miljoen camera’s, op p. 106 al bijna 700 miljoen; de camera’s van Hikvision hangen in ‘155’ landen (p. 107), maar volgens p. 123 hebben meer dan 80 landen de Chinese surveillance-platformen overgenomen.
Hij beweert dat kompas en buskruit via de oude Zijderoute naar het Westen kwamen; ik dacht dat ze na de slag bij de Talas (751) door de Arabieren naar het Westen zijn gebracht.
De ‘tientallen miljoenen’ katholieken (p. 264) zijn er wsch. 12 miljoen. Ik had graag wat meer gelezen over de godsdiensten, de onderdrukte minderheden, de sport inclusief de duivensport en de bevolkingspolitiek.
Van degenen die in het buitenland studeren, keert ’80%’ terug: ik denk dat minstens 95% terugkeert. Zetfouten zijn zeldzaam (‘Ruland’, p. 314), taalfouten ook (of China zoals ‘ons’ wordt, p. 335: beter is: zoals wij). De auteur staat zowel op de kaft vooraan als achteraan: één keer is voldoende, de andere keer had Deng, Xi of Jack Ma er mogen staan.
Het boek is zijn prijs méér dan waard.
ISBN 978-94-639-3960-7 | Paperback | 344 pagina's, kartjes | Uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts, Gent, oktober 2025
© Jef Abbeel, Turnhout, december 2025/januari 2026, www.jefabbeel.be
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER