Sören Urbansky & Martin Wagner 

China en Rusland klChina en Rusland
Vier eeuwen gedeelde geschiedenis
Sören Urbansky en Martin Wagner

Twee Duitse onderzoekers maakten een grondige studie van de relatie tussen China en Rusland sinds 1618, toen de eerste Russische missie naar China plaatsvond. De gemeenschappelijke grens bedraagt nu 4.000 km, maar was 12.000 km rond 1900. Hun vriendschap kent geen grenzen, aldus Xi en Poetin,  ‘Hu en Pu’,  op 4 februari 2022, vlak voor de inval in Oekraïne.

De missie van 1618-19 mislukte. Idem die van 1656, doordat Baikov weigerde de kowtow, de drievoudige knieling, te doen. Hij beschouwde tsaar Aleksej Romanov als gelijkwaardig aan Qing-keizer Shunzhi. Maar hij verruimde wel de Russische kennis over China, terwijl China nog geen interesse had in Rusland, dat geen tribuut-betalende vazalstaat wou zijn, wat het in 2026 wel lijkt te worden. De missies toonden de diepe culturele en politieke kloof tussen beide rijken.

In 1639 bereikten Kozakken de Grote Oceaan en in 1643 de Amoer-rivier. In 1675 vestigde de bojaar Nikolaj Spathari zich voor drie jaar in China en verzamelde heel wat informatie over het keizerrijk (Bermann).

Het symbolische keerpunt was het grensverdrag van Nertsjinsk in 1689, dat dank-zij de Franse en Portugese Jezuïeten Gerbillon en Pereira tot stand kwam. Het werd opgesteld in het Latijn, Mantsjoe en Russisch en later vertaald in het Chinees en Mongools. Voor het eerst sloot China een internationaal verdrag met een ander land. Het hield anderhalve eeuw stand.

Vanaf 1698 organiseerde Peter de Grote officiële karavanen naar Peking om een winstgevende handel op te bouwen (Bermann). Catharina de Grote was zeer sinofiel en liet in Oranienbaum (Lomonosov/Sint-Petersburg) een Chinees paleis bouwen.

Tussen 1858 en 1860, tijdens de Taiping-opstand (1850-1864) en de Tweede Opiumoorlog (1856-1860), werd de vruchtbare Amoerregio aangehecht door Rusland. Vooral Oekraïense boerenfamilies trokken ernaar toe. De strijd in Centraal-Azië daarentegen verliep in het voordeel van China: in 1881 voegde het Xinjiang als provincie bij het keizerrijk.

In de Eerste Chinees-Japanse Oorlog van 1894-1895 leed China een smadelijke nederlaag: het verloor Taiwan, zijn invloed op Korea en zijn prestige. Japan werd de eerste moderne grootmacht van Azië. China moest  toestaan dat Rusland  het laatste deel van de Transsiberische spoorweg door Mantsjoerije naar Vladivostok aanlegde (1916). Rusland speelde de baas, Chinese arbeiders deden het werk. Bovendien moordden de Russen vele Chinezen uit in Harbin (1898) en duizenden in Blagovesjtsjensk (1900), nadat de Boksers in Peking het Russisch-orthodoxe missiehuis hadden aangevallen en meer dan 200 Chinese bekeerlingen hadden gedood.

Als reactie op de Russische expansie in Noordoost-China, viel Japan in februari 1904 de Russische vloot aan bij Port Arthur. Na de Russische nederlaag brak in 1905 de eerste revolutie uit tegen de tsaar en tegen de oorlog in het Verre Oosten. Rusland moest (tot 1945)  Zuid-Sachalin en de Koerilen afstaan aan Japan, dat invloed verwierf in Mantsjoerije.

Na de Russische revolutie van 1917 vluchtten veel tsaar-gezinden naar Harbin, waar ze helaas verarmden en soms zelfs bedelaars werden. Na 1949 werden ze helemaal verdreven. De Russische revolutie had ook gevolgen voor China, waar in 1921 de CCP/Chinese Communistische Partij werd opgericht door Henk Sneevliet en Mao, onder streng toezicht van Moskou, dat tegelijk een bondgenootschap sloot met de Kwomintang van Sun Yat-sen. In 1927 liet Chiang Kai-Shek 250.000 communisten afslachten op drie maanden tijd (Bermann). In 1937 viel Japan binnen en steunde de SU vooral Chiang Kai-Shek (Bermann).

Met Russische hulp won Mao de burgeroorlog. Hij trok voor twee maanden naar Moskou (december 1949-februari 1950). In 1950 sloten Stalin en Mao in Moskou een vriendschapsverdrag, waarvan Stalin de inhoud dicteerde. In de Koreaanse Oorlog (1950-53) waren ze bondgenoot. Maar Chroesjtsjov werd door Mao niet als gelijkwaardig beschouwd. Zijn destalinisatie-toespraak had ook gevolgen voor China: ze bracht Mao’s macht en persoonlijkheidscultus in gevaar. De relatie verslechterde. In 1960 trok Chroesjtsjov zijn technici terug. Toen China in 1962 binnenviel in India, koos de SU de kant van India. En in 1963 koos Chroesjtsjov de kant van de VS om de atoomtests te beperken. Maar in oktober 1964 had Peking toch een atoombom.

De onderdrukking van de Praagse Lente was voor Mao een signaal dat Brezjnev ook in China kon binnenvallen wegens afwijking van de Moskouse lijn. In 1969 brak er een grensoorlog uit op het eiland Damanski met bijna duizend doden. China verweet Moskou dat het 4.169  grensincidenten geprovoceerd had, dubbel zoveel als China uitgelokt had (p. 162). Tot 1969 bleef Moskou zich opstellen als belangrijker dan China. In augustus 1969 dreigde het zelfs met een kernaanval. Maar in september 1969 behoedden de premiers Kosygin en Zhou Enlai de wereld voor een kernramp.

Nixon maakte gebruik van Mao’s wantrouwen tegenover Rusland en trok in 1972 in het geheim naar Zhou Enlai en Mao. China hielp de VS uit de oorlog in Vietnam en kreeg in oktober 1971 de plaats van Taiwan in de VN-Veiligheidsraad. 

Mao’s Culturele Revolutie richtte zich ook tegen de SU: in 1967 werden de leuzen “Hang Brezjnev op” en “Gooi Kosygin in de kokende olie!” aan de ambassade geplakt, er werd van alles vernield en een diplomaat mishandeld. Li Lisan, partijtopper, maar getrouwd met een Russische, werd toen dood gefolterd. Zijn vrouw werd pas acht jaar later vrijgelaten uit haar isoleercel. In Harbin waren de Russische ballingen het doelwit: hun kerk werd in augustus 1966 verwoest door Rode Gardisten.

Na de dood van Mao deed Brezjnev meteen een poging tot toenadering, maar die werd afgewezen.

Hua Guofeng en Deng Xiaoping zorgden voor een ander beleid, maar ze lieten Mao overeind: de destalinisatie werd niet overgenomen. In 1979 verkondigde China zelfs dat het in 1980 het vriendschapsverdrag van 1950 niet zou verlengen. De inval in Afghanistan vergrootte de afstand met China.

In 1982 deed Brezjnev in Tasjkent een nieuwe poging tot toenadering. Nu was Peking bereid tot betere betrekkingen. Toen Brezjnev stierf in november 1982, kwam buitenlandminister Huang Hua naar de begrafenis. Tijdens Andropov verzevenvoudige de handel met China: van 250 miljoen dollar naar 2 miljard. In mei 1989 normaliseerde Gorbatsjov de betrekkingen met secretaris-generaal Zhao Ziyang en met de hoogste leider Deng, die geen sympathie had voor het Sovjetregime in ontbinding. Na het vertrek van Gorbatsjov werd het protest op Tiananmen bloedig neergeslagen. Daarna volgde er nog een repressie van anderhalf jaar.

De SU viel daarna uiteen. In 1996 haalde Jeltsin Jiang Zemin over tot een strategisch partnerschap met jaarlijkse bezoeken, terugtrekking van de grenstroepen, samenwerking op vele terreinen, teruggave van talrijke eilandjes aan China. China kende een enorme economische groei, Rusland ging fel achteruit. De angst voor de demografische expansie van het gele gevaar bleef nog even bestaan, maar met het vriendschapsverdrag van 2001 kwamen beide landen weer bij elkaar. In juli 2001 ondertekenden Jiang Zemin en Poetin ook nog een verdrag van twintig jaar strategisch partnerschap.

Het gaat over veel wapens en olie. En het aantal uitwisselingsstudenten steeg van 700 Russen en 6.000 Chinezen in 2000 naar respectievelijk 19.000 en 30.000 in 2018 (p. 228).

In 2001 richtten beide landen ook de Shanghai-samenwerkingsorganisatie op, die de liberale internationale orde en de Amerikaanse dominantie afwijst. Poetin wil een multipolair systeem, maar Xi wil China tot leidende wereldmacht maken. Ze zijn voor niet-inmenging, maar ze doen dat zelf wel in respectievelijk Georgië en Oekraïne, de Zuid-Chinese zee en Taiwan.

De neo-imperialistische Nieuwe Zijderoute (°2013) vergrootte de invloed van China in Centraal-Azië en Oost-Europa, gebieden die  Moskou vroeger als zijn domein beschouwde. De Transsiberische spoorweg en Rusland verloren hierdoor aan belang. China is nu de belangrijkste handelspartner van de Centraal-Aziatische landen (p. 231-232).

De oorlog in Oekraïne bracht Rusland en China nog dichter bij elkaar. Peking rekent op een Russische overwinning en heeft begrip voor de ‘legitieme veiligheidszorgen van Rusland’ (p. 247). Het zorgt ervoor dat de Russische oorlogsindustrie blijft draaien en dat de consumenten geen tekorten ondervinden.

Het had ook wel belangen in Oekraïne: 1/5de  van de graanimport kwam van daar en China was actief in de havens van Odessa, Marioepol en Mykolaiv. Het  zegt dat ‘Washingtons streven naar hegemonie verantwoordelijk is voor de oorlog in Oekraïne’ (p. 253).

De oorlog heeft Rusland definitief afhankelijk gemaakt van China. In het verleden ontleende China wel veel aan Rusland: het communisme, het model van partij- en staatsopbouw, enkele spoorwegen. Nu zijn de rollen omgekeerd. Poetin en Xi ontmoetten elkaar al 45 keer, aldus Bermann! En de retoriek van goede vriendschap haalde het op de minstens vier historische momenten van vijandschap: de ongelijke verdragen, de houding van Stalin, van Chroesjtsjov en van Gorbatsjov (Bermann).

Beoordeling
Dit is een zeer grondige studie, met telkens verwijzingen naar bronnen, voor een groot deel ook Russische en Chinese. De auteurs beheersen beide landstalen en nog enkele andere. De noten (p. 269-309) en de literatuurlijst (p. 311-332) zijn indrukwekkend. Achteraan staat een handig chronologisch overzicht van 1582 tot 2022.

Er gaat veel aandacht naar de ideologische verschillen, waardoor de lectuur soms saai is.

Een beoordeling van Mao ontbreekt. De auteurs beschrijven meer dan ze oordelen. Ook de oorlog tegen Japan, het verloop van de burgeroorlog  en Stalins rol in beide krijgen weinig aandacht. Daarvoor kunnen we wel terecht bij het boek ‘L’Ours et le Dragon. Russie-Chine: Histoire d’une amitié sans limites?’  van Sylvie Bermann, ex-ambassadrice van Frankrijk in China (2011 e.v.) en Rusland (2017 e.v.). Het verscheen bijna gelijktijdig met dat van Urbansky en Wagner.

Het zijn trouwens niet de eerste boeken over dat onderwerp: in 2023 verscheen al het boek van Philip Snow, ‘China & Russia. Four Centuries of Conflict and Concord’. He staat wel in bede bibliografieën.

Druk- en zetfoutjes zijn schaars: ‘Oekraïns’ (p. 25 en 271) moet Oekraïens zijn, ‘Ceasar’(p. 26) moet Caesar zijn. En ‘2 mei 1969’ (p. 162) moet 2 maart zijn.  De kwaliteit van het papier stemt niet overeen met die van de inhoud: mijn vulpen loopt erop uit.

Globaal is het een boek van hoog niveau.

ISBN 9789401921336 | E-book | 336 pagina’s, foto’s, kaarten, noten, bronnen, literatuur, chronologie | Omnibook | 11december 2025
Vertaling van: ‘China und Russland’, door Michel Bolwerk en Carolien Ruijssenaars-Hoedjes

© Jef Abbeel, Turnhout, 15 januari 2026  www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER