Moskou
Een duizendjarige geschiedenis
Simon Morrison
Na alle miserie die Poetin de wereld aandoet, is er dit keer een overwegend positief boek verschenen over het grootste land van de wereld en vooral over de hoofdstad met haar 13 à 16 miljoen inwoners. Achter hun bruutheid en lompheid, zit hun positieve levenshouding, hun levenslust en vrolijkheid, ondanks de totale onvrijheid, de stagnatie en de gevolgen van de oorlog tegen Oekraïne (p. 13).
De auteur bracht een groot deel van zijn leven door in Moskou. Hij volgt de chronologie van eeuw tot eeuw tot Peter de Grote. Dan gaat hij de thematische toer op.
Hij begint met de legendarische stichting in 1147 door grootvorst Joeri Dolgoeroeki uit Kiev. Daar ontstond ook het Russische alfabet. Dat verklaart waarom Poetin er alles aan doet om te voorkomen dat Oekraïne een onafhankelijke, Europagezinde staat wordt (p. 23-31).
Moskou bestond veel eerder dan Rusland zelf. Over de betekenis van de naam is men het niet eens: moerassige plek of troebel water (p. 25-31)?
We krijgen ook de bloedige geschiedenis van Kiev, dat in de 12de-13de eeuw evenveel inwoners telde als Parijs en Londen: 45.000 in 1238. Moskou had er toen minder dan 5.000 (p. 40, 58). Maar in 1240 werd Kiev volledig verwoest door de Mongolen. Tot in de 16de eeuw waren er ruïnes van gebouwen en paleizen. Die Mongolen werden ook Tataren genoemd. Dat klopte niet helemaal: de Tataren sloten zich aan bij de Mongolen, maar ze hadden een andere taal en een andere godsdienst: islam in plaats van boeddhisme.
In de 13de eeuw bedroeg het Mongoolse rijk 24 miljoen km², iets meer dan de voormalige Sovjet-Unie (22,4 miljoen km²) en het telde een kwart van de wereldbevolking (p. 50). De auteur beweert dat de Mongolen geen barbaren waren, maar tegelijk zegt hij dat ze overal waar ze kwamen de vrouwen en meisjes verkrachtten en de bevolking uitroeiden (p. 54-62).
In 1238 werd Moskou door hen verwoest. De auteur legt niet uit waarom het onbeduidende Moskou er bovenop kwam. En evenmin waarom, ondanks de herhaalde invallen van de Tataren en de vele branden, Moskou de nieuwe hoofdstad werd en Kiev niet. In 1352 werd Moskou ook getroffen door de pest. Terloops krijgen we uitgebreid uitleg over de iconenkunst en hun makers, Theophanes de Griek en Andrej Roebljov.
Vanaf Ivan III (1462-1505) waren de Moskouse vorsten niet meer afhankelijk van de Gouden Horde. Ivan III veroverde Novgorod, Pskov, Rjazan en andere steden. Hij regeerde als een despoot met onbeperkte macht en liet zich ‘tsaar’ noemen. Hij nam de dubbelkoppige adelaar over van Byzantium als symbool van gezag over Kerk en Staat en over Oost en West. Hij vervolgde de Joden, hoewel er prominente Joden aan zijn hof verbleven. Hij nam Italiaanse architecten in dienst om Moskou te moderniseren en te voorzien van kathedralen, paleizen en torens. Zijn opvolger Ivan IV (1530-1584) kreeg de bijnaam ‘De Verschrikkelijke’ of ‘De Ontzagwekkende’. Hij had een professionele gifmenger in dienst. Hij kon lezen, maar niet schrijven. In 1547 kreeg hij als eerste de titel ‘Tsaar van heel Rusland’. Zijn terreurtroepen gedroegen zich extreem wreed en werden de voorlopers van de hedendaagse geheime politie. De auteur geeft voorbeelden (p. 133) die doen denken aan de huidige mishandeling van Oekraïense krijgsgevangenen. In 1581 doodde Ivan IV zelf zijn zoon. Ilja Repin maakte er in 1885 een schilderij van. Met Ivan IV eindigde de Rurik-dynastie. Hij had er zes of zeven huwelijken op zitten, terwijl de orthodoxe kerk er maximum drie toeliet.
Tijdens tsaar Boris Godoenov (1598-1605) heerste er drie jaar een hongersnood: van 1601 tot 1603. Mensen aten gras, boomschors en soms was er kannibalisme. Het was een deel van ‘De Tijd der Troebelen’ (1598-1613). Die bleef nog lang voortleven in het collectieve geheugen, zeker tijdens Napoleon, WO II, het einde van de Sovjet-Unie en de uitbreiding van de NAVO (p. 173).
In 1654 vroegen de Oekraïense kozakken aan tsaar Alexis bescherming tegen de Polen in ruil voor trouw. In 1674 beweerde de Pruisische monnik Innocent Giesel, hoofd van het Grottenklooster in Kiev, ten onrechte dat Rusland en Oekraïne tegelijk gesticht werden en dus één geheel vormen. In 1686 droeg Polen de controle op Kiev en op de gebieden ten oosten van de Dnjepr over aan Moskou, in ruil voor 140.000 roebel (p. 195).
Door deze drie feiten beschouwen vele Russen Oekraïne als een deel van Rusland.
Peter de Grote stichtte een nieuwe hoofdstad. Hij liet de tijdrekening aanpassen: Rusland telde voortaan vanaf Christus in plaats van vanaf de schepping. Ondanks de verwestering bleven onmenselijke martelpraktijken bestaan. Dit lijkt een constante in de Russische geschiedenis, net zoals het overmatig gebruik van wodka (p. 202-204, 289-290).
Bij de brand van 1737 liep de 200 ton zware Tsarenklok onherstelbare schade op, die in 2026 nog te zien is.
In de 18de eeuw waren de vrouwen aan de macht, met Catharina de Grote als belangrijkste. Maar ze krijgt hier minder aandacht dan boef Vanka (1718-1756), aan wie 18 pagina’s besteed worden. In een later hoofdstuk prijst de auteur haar wel om haar Verlichte ideeën. In het huidige Rusland wordt ze vooral geprezen om de verovering van Oost-Oekraïne en van de Krim (1783) door haar vriend Potjomkin.
Alexander I versloeg Napoleon en liet in 1821-1825 het Bolsjojtheater bouwen. Alexander II schafte in 1861 de lijfeigenschap af. Hij werd er niet voor beloond: in 1881 werd hij vermoord. Zijn opvolger Alexander III was ultranationalist, orthodox, autocratisch en xenofoob. Terloops krijgen we dan een pittig beeld van het leven in de (vuile) volkswijk Zarjadje en van het antisemitisme (p. 286-312).
De bekende straat Arbat mocht niet ontbreken. Er woonden altijd prominente Russen en veel kunstenaars, o.a. de mystici en de symbolisten. Ze hadden kritiek op de bolsjewieken, die er de cafés en kerken afbraken en een aantal symbolisten uit het land joegen. Vandaag is de wijk een populaire bestemming voor cultuurtoeristen, voor zover er nog Westerse toeristen komen sinds 2022. Ze herinnert hen aan Ruslands uitzonderlijke bijdrage aan de wereldcultuur (p. 326).
De revoluties van 1905 en 1917 worden ook doorgelicht. Bij die van 1905 gaat er veel aandacht naar de Oekraïense priester Gapon. Lenin greep de macht in 1917. Hij verloor de eenmalige verkiezingen en verbood dan in januari 1918 de andere partijen. In juli 1918 liet hij de hele tsarenfamilie uitmoorden. De dictatuur van het proletariaat werd een dictatuur van de geheime dienst. Kloosters en herenhuizen veranderden in overvolle gevangenissen. Miljoenen werden vermoord of naar Siberië gestuurd. De bolsjewieken onderdrukten de kerk en de symbolistische kunstenaars.
De terreur van Stalin krijgt veel aandacht. Onschuldigen werden eerst gemarteld en dan naar Siberië verbannen of doodgeschoten. De auteur geeft geen concrete cijfers.
De Moskouse metro krijgt een heel hoofdstuk en terecht: hij is mooi, altijd proper, goedkoop en functioneel. In de jaren 30 werd er nog met de hand gegraven. Er vielen veel slachtoffers en menig leidinggevende werd geëxecuteerd (p. 414). De bouwers van de belangrijke Atoombunker-42 werden wellicht ook geëxecuteerd om te voorkomen dat ze de geheime locatie zouden verklappen (p. 418).
De Christus-Verlosserkathedraal werd gebouwd tussen 1832 en 1883. In 1931 liet Stalin ze slopen en de laatste resten opblazen. De fotograaf die de sloop moest filmen, werd er misselijk van. Er moest een groot volkspaleis komen met plaats voor 15.000 communisten. Dit mislukte door de moerassige ondergrond. In 1958-1960 werd er dan het grootste zwembad van Europa aangelegd: 13.000 m² ! Dat werd in 1991 gesloten wegens de te hoge kosten. Tussen 1994 en 1999 herrees de kathedraal er dan met de hulp van buitenlandse sponsors. In 2012 zorgde Pussy Riot er voor ophef met het punkgebed “Moeder Gods, verban Poetin”.
De auteur besluit dat 1989 een keerpunt vormde. Toen waren er al spanningen tussen Rusland en Oekraïne. Poetin zorgde eerst voor rust en dan voor een harde dictatuur. Groot Moskou telt nu 16 miljoen hoogopgeleide inwoners. Door de sancties zijn de meeste buitenlandse winkels vertrokken, maar vervangen door Russische (en Chinese). Poetin zit in een oorlog die vier dagen moest duren, maar nu eindeloos lijkt.
Na dit lang en meestal boeiend verhaal volgen zwart-wit foto’s, helaas van matige kwaliteit en zonder verwijzingen naar de tekst. Er zijn ook 68 pagina’s noten en een register.
Beoordeling
Morrison is een goed verteller, hij kent zijn onderwerp en de Russische taal door en door, soms zijn er ook ongeloofwaardige verhalen bij, b.v. dat van Joris de Drakendoder, die drie keer stierf.
De wandaden van de Tataren werden overgenomen door de Moskouse vorsten: ze martelden, maakten tegenstanders blind en ze vergiftigden al vanaf 1453 (p. 95).
Er staan veel plaatsnamen in, maar een kaart van Moskou en van Rusland ontbreekt. Een tijdtafel had er ook bij mogen zijn. Nu moet je van veel personen opzoeken wanneer ze leefden of regeerden.
Kennis van het Russisch is een groot voordeel, want het boek staat vol van Russische woorden, weliswaar enkel in onze spelling.
Nog wat details: op p. 52 citeert hij Willem van Rubroek, maar in de noten (p. 479) ontbreekt de titel van zijn boek. Eudoxia/Ευδοξια is geen ‘Latijn’ (p. 83), maar Grieks. Gosudar/Государ (gouverneur) leidt hij af van het Griekse despotês / Δεσποτησ(heer en meester): dat lijkt me twijfelachtig. Michaël heerschappij (p. 180) moet zijn: Michaëls heerschappij. Pereoelok/Переулок vertaalt hij met ‘laan’ (p. 199): het betekent steegje of straatje.
‘Bedoeld waren Rusland op één lijn te brengen’ (p. 205): beter is: om Rusland op één lijn te brengen.
Cholmogory /Холмогоры vertaalt hij als ‘lijkenheuvel’ (p. 211), hoewel het woord lijk (pokojnik/Покойник of mertvetsj/Мертвец) er niet in zit, wel de woorden heuvel (cholm/Холм) en berg(go ra/Гора). ‘Naxdat’ (p. 246) is een zetfout voor nadat. Na de nederlaag bij Moskou werd Napoleon eerst verbannen naar Elba. ‘Sint-Helena’ (p. 243) volgde pas na Waterloo. Het vestigingsgebied voor de Joden dateert hij in ‘1835’: het was er al in 1791, tijdens Catharina de Grote en het bestond tot 1917.
‘Koerinaja Nozjka/Куриная ножка vertaalt hij als ‘kippenhok’, (p. 314), terwijl het kippenbout betekent. En ‘Sobatsjja plosjtsjadka’/Собачья площадка als ‘hondenren (p. 314) in plaats van hondenpleintje.
Bij de slachtoffers van de metrobouw (p. 414) vergeet hij de Nederlandse ingenieur Dirk Schermerhorn, die in 1937 geëxecuteerd werd omdat zijn metro niet volledig af was op 7 november 1936, dag van de revolutie. Gelukkig werd hij in 1956 gerehabiliteerd door Chroesjtsjov.
Vertaling van ‘A Kingdom and a Village’, door André Haacke en Ruud van der Helm
© Jef Abbeel, Turnhout, juli-augustus 2026 www.jefabbeel.be
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER