Robert Nouwen 

Rome en de lage landen klRome en de Lage Landen
Een geschiedenis van Caesar tot Clovis
Robert Nouwen

Dit is het nieuwste boek van Robert Nouwen. Hij publiceerde eerder al een hele reeks uitgaves over allerlei aspecten van de Romeinse Oudheid, maar dit is wel zijn magnum opus. Hij beschrijft vijf eeuwen Romeinse overheersing, van 58 v.C. tot 476 n.C. Geografisch gaat het over het huidige Zwitserland, Frankrijk, Luxemburg, België, Nederland, het westen van Duitsland en soms ook Engeland.

Al in de inleiding spreekt Nouwen vroegere historiografen tegen: de Romeinen brachten geen vrede en beschaving, Caesar was één van de meest meedogenloze veroveraars uit onze geschiedenis.

Dat doet pijn aan een Caesar-fan zoals ik, die nog geschoold is in de oude, klassieke traditie die vooral de nadruk legde op de voordelen van de Romeinse beschaving.

Het boek bestaat uit vier delen. Het begint met de verovering van Gallia Belgica, Caesars beschrijving van Gallië, de woongebieden van de elkaar bekampende stammen, hun standenmaatschappij en levensonderhoud.

De oorlog in Gallia begon in 58 v.C. toen Caesar als gouverneur zich verzette tegen de Helvetii, die vanuit het huidige Genève naar de Romeinse regio Toulouse-Bordeaux wilden emigreren en het gebied van de Haedui vernietigden. In 58 v.C. werden de Helvetii en de Suebi  verslagen.

Dan kwamen de Belgische stammen in opstand met 336.000 Galliërs en Germanen. Met 40.000 man kon Caesar hen verslaan. Maar in 57, 56, 54 volgden er nog opstanden. Ook die werden onderdrukt. In 55 v.C. vielen in ‘het land van Maas en Waal’ zelfs 400.000 slachtoffers (p. 53). Dit cijfer kan overdreven zijn. Caesar liet dan in tien dagen een brug bouwen over de Rijn (p. 54)! Door een hinderlaag van Ambiorix en de Eburonen sneuvelden in 54 v.C. minstens 6.000 Romeinse militairen (p. 60). Bij de Romeinse wraakactie kon Ambiorix ontsnappen. Vercingetorix daarentegen moest zich in 52 v.C. overgeven bij de laatste algemene Gallische opstand (p. 70-71). Caesar toonde geen genade. Enkele andere stammen werden ook uitgeschakeld. In 51 v.C. was Gallia volledig in Romeinse handen (p. 74). Het resultaat was: een leeggeroofd land en een gedecimeerde bevolking. Dankzij onderzoek van pollen en zaden in archeologische bodemmonsters weten we dat de akkers afnamen en de bossen toenamen. Het juiste aantal doden en slaven zullen we nooit kennen: Caesar schroefde zijn cijfers vaak op om meer indruk te maken in Rome. De Eburones en Atuatici werden helemaal uitgemoord, als straf voor de twee ontsnappingen van Ambiorix. Vercingetorix werd in Rome zes jaar ondergronds gevangen gehouden en dan vermoord: dat was niet fraai. Alle goud dat Caesar vond, sleepte hij mee naar Rome. Het Romeinse grondgebied was 500.000 km² groter geworden of 17 x België, 12 x Nederland. Jaarlijks moest het 40 miljoen sestertiën aan belastingen betalen.

Op 15 maart 44 v.C. werd Caesar vermoord door samenzweerders, o.a. zijn aangenomen zoon Brutus, die de oude republiek wilden herstellen, maar in plaats daarvan een burgeroorlog veroorzaakten.

In het tweede deel beschrijft Nouwen Gallia Belgica tijdens de Julisch-Claudische dynastie. De burgeroorlog na de moord op Caesar  eindigde pas in 31v.C. (p. 84).

Tijdens de regering van Augustus waren er pogingen van Drusus (12-10 v.C.) en Germanicus om ook Germania te veroveren. Ook Germaanse stammen zoals de Bataven namen hieraan deel. Ook voor Augustus is Nouwen streng: hij was een brute imperialist (p. 139). Hij wou het rijk uitbreiden tot aan de Elbe, wat eventjes  lukte, dankzij Tiberius. In 7 n.C. was Varus de opvolger van Tiberius. De Germaan Arminius, opgeleid door de Romeinen, lokte Varus in een hinderlaag. Drie legioenen, bijna 20.000 man, 1/10de van het leger, inclusief de drie legioensadelaars, gingen in 9 n.C. verloren in of nabij het Teutoburgerwald. Augustus kreeg er een langdurige depressie van. In 11 en 12 n.C. staken Tiberius en Germanicus  en in 14-16 n.C. opnieuw Germanicus  de Rijn over om de smaad uit te wissen, maar er kwamen geen veroveringen richting de Elbe.

Hij versloeg Arminius twee keer, maar telkens ontsnapte die. In 19 n.C. werd hij vermoord. De dader is onbekend.

Ondertussen werd het wegennet aangelegd en uitgebreid. Gallia werd verbonden met Rome, dat in totaal 120.000 km heirbanen zou tellen. Vooraf was er al wel een beperkt Gallisch wegennet, waardoor de legioenen van Caesar met al hun bagage 40 tot 70 km per dag konden afleggen (p. 103-109). Lyon werd het centrale knooppunt. Kassel, Bavay, Tongeren, Heerlen en Trier waren regionale knooppunten.

Het wegennet was onmisbaar voor de postdienst, met militaire ruiters die 60 à 100 km per dag aflegden en in nood zelfs het dubbele. Verder was het nuttig voor de verplaatsing van troepen, het transport van goederen en de romanisering. Ook de waterwegen zoals de Maas, Rijn en Noordzee speelden hierbij een rol.

De Romeinen stichtten ook steden: die bestonden nog niet in noordelijk Gallia, Germania, Britannia en de Donauprovincies. Voorburg, Nijmegen, Tongeren telden (slechts) 2.000 à 6.000 inwoners (p. 310). Nijmegen werd gesticht in 19 v.C. als Batavodurum, Trier tussen 19 en 17, Tongeren rond 10 v.C.

Het bestuur van onze gewesten werd geleidelijk georganiseerd. Het vierkeizersjaar 69 en de daaropvolgende Bataven-opstand zorgden nog voor een korte crisis. Maar in 70 werd hun leider Julius Civilis verslagen bij Xanten, waar nu een prachtig archeologisch park is.

Deel drie behandelt de Pax Romana in Gallia Belgica en Germania Inferior. In de jaren na de Bataafse en Joodse opstanden van 70 n.C. kreeg de buitenlandse politiek een meer defensief karakter en was er bijna 200 jaar vrede.

De Pax Romana was voor de overwonnen volkeren een gewapende vrede: de limes, de rijksgrens met zijn militaire bolwerken aan de Rijn was niet enkel bedoeld om de vijanden van de overzijde tegen te houden, maar ook om de bevolking aan de westelijke zijde onder controle te houden. Zij moesten belastingen betalen, troepen leveren, wegen aanleggen en onderhouden, voor voedsel zorgen.

Omgekeerd kregen een aantal Gallische en Germaanse vorsten en edelieden het Romeinse burgerrecht en sommigen werden senator of ridder. Ze spraken Latijn en hun grafmonumenten waren in het Latijn (p. 237-255). In 212 schonk keizer Caracalla het Romeinse burgerrecht aan alle vrije mannelijke inwoners.

De financiële beheerder van Gallia Belgica en Germani Inferior, de procurator Augusti, kreeg een royaal salaris van 200.000 sestertiën (p. 299).

We krijgen ook veel informatie over de villa’s en andere woningen, de landbouw, voeding, handel, vaklieden, bankiers, andere beroepen, de romanisering, het Latijn als voertaal, het huwelijk, de mode, klederdracht, badinrichtingen, godsdiensten, grafmonumenten (p. 323-411).

In deel vier tenslotte behandelt Nouwen het einde van de Romeinse invloed in onze gewesten en de overgang naar de Middeleeuwen. Verschillende factoren speelden hierin een rol.

Vanaf 260 kreeg Rome veel last van de invallen van Franken, Alamannen en Saksen, die de Lage Landen teisterden met hun rooftochten. De Franken vestigden zich in het huidige Nederland en België. In Rome was de schatkist leeg en bleken de soldatenkeizers corrupt. Een klimaatverandering speelde een ongunstige rol. Bovendien was er een pestepidemie rond 165-180 en tussen 250 en 270 en zware overstromingen door verkeerde zoutwinning (p. 441). De keizers Diocletianus en Constantijn voerden wel een herstelbeleid. Het was de periode van de tetrarchie, hervormingen van defensie en leger, economische maatregelen enz.

Het christendom verspreidde zich langzaam in noordelijk Gallië vanuit Trier, Keulen en Xanten. Velen beschouwden het als één van de Oosterse mysterie-godsdiensten. Rond 313 hielden de vervolgingen op. Het Romeinse Rijk telde toen ca. 530 kerken. In 380 promoveerde Theodosius het christendom tot staatsgodsdienst (p.490-505).

In de late Oudheid en in de Middeleeuwen kreeg de katholieke kerk meer invloed en gelovigen. Maastricht nam in de tweede helft van de vierde eeuw de rol van Tongeren over, mede doordat bisschop Servatius zich daar vestigde rond 384.

In 410 bedreigde Alarik, koning van de Goten, Rome. Bendes Alanen, Vandalen en Sueven plunderden Gallia tot in Spanje. Frankische immigranten vestigden zich definitief in noordelijk Gallia; hun koningen werden steeds belangrijker. Clovis, geboren in Doornik (466), koning van 481 tot 511 (Parijs), was één van de bekendste.

In de 5de eeuw raakte de economie in vrije val. De invloed van de Romeinse cultuur en taal nam af naarmate Germaanse stammen meer macht kregen.

Het einde van de Romeinse macht in onze contreien op het einde van de 5de eeuw  had meerdere oorzaken: epidemieën, terugval van de bevolking, slechte oogsten, plundertochten, interne problemen zoals de machtsstrijd tussen de keizers en de economische neergang.

Maar de Augusteïsche wereldorde heeft wel gedurende vijf eeuwen de geschiedenis van Europa bepaald. De Romeinen hadden Europa al verenigd met hun eenheidsmunt en uniforme wetgeving.  En ondanks de binnendringers bleef Gallia sterk geromaniseerd. (p. 546).

Beoordeling
Robert Nouwen heeft (weer) knap werk afgeleverd en daarbij alle mogelijke bronnen geraadpleegd. Hij steunt zijn omvangrijke studie niet enkel op literaire bronnen, maar ook op archeologische, epigrafische en numismatische. Hij weet waarover hij schrijft. Zijn studie is zeer gedetailleerd en schenkt aandacht aan alle aspecten van het maatschappelijk leven.

Ze gaat niet enkel over toppers, maar ook over gewone boeren, handelaars, vaklieden, soldaten.

Na een indrukwekkend, gedetailleerd en diepgravend historisch overzicht volgen nog zeven kaarten van Gallia en Germania, een handige tijdlijn van 58 v.C. tot 560 n.C., een leeswijzer met titels van boeken, een lijst vertalingen van Latijnse en Griekse schrijvers, een overzicht van de bronnen, vele noten, een verklarende woordenlijst en een uitgebreid register van personen en plaatsnamen.

Het boek is voor velen toegankelijk, maar een goede kennis van het Latijn maakt de lectuur wel aangenamer. Al wie in Nederland en België interesse heeft voor de Romeinse tijd, zal veel deugd beleven aan dit prachtig uitgegeven boek.

De opmerkingen die nu volgen zijn dus details. Soms mag de lezer even zoeken naar het jaartal: b.v. p. 54-55: 20 tot 25 juli of p. 65: in augustus. Op p. 71 zegt Nouwen dat de Galliërs na de nederlaag van Vercingetorix “zich volledig achter Caesar schaarden” en twee regels verder dat “de onrust bleef voortduren”. De auteur zegt ook niet in welke taal de Galliërs met Caesar onderhandelden voordat ze geromaniseerd waren. Op p. 98 staat een zetfoutje: Gallia Comataom: die -om is te veel. De cohors equitata was geen infanterie-eenheid (p. 199), maar een gemengde: voetvolk en ruiters. Latrociniis (p. 296) zou ik vertalen met roverijen i.p.v. ‘rovers’. ‘Van zodra’ (p. 451) is een gallicisme voor ‘zodra’.

Allemaal details dus die niets afdoen aan de kwaliteit van dit meesterwerk.

ISBN 978-94-014-1195-0 | Hardcover | 622 pagina's  kaarten, tijdlijn, bibliografie, noten, woordenlijst, registers | Uitgeverij Lannoo, Tielt, februari 2026

Jef Abbeel, 22 maart 2026 www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER