Michaïl Sjiskin 

Mijn Rusland klMijn Rusland
Oorlog of vrede?
Michaïl Sjisjkin


Sjisjkin (°1961) is de zoon van een Russische vader en een Oekraïense moeder. Hij is dissident en is volgens velen  de belangrijkste hedendaagse Russische schrijver. In 1995 week hij uit naar Zwitserland. Hij begint dit boek met: “Het is pijnlijk een Rus te zijn.” (p.7).

Hij betreurt de Russische inval in Oekraïne, waardoor in het oosten en zuiden Russischtalige steden met hun bevolking zijn weggevaagd, “de Russische taal veranderd is in de taal van monsterlijke oorlogsmisdadigers en moordenaars.” (p. 7). Er is ook een ander Rusland, dat van pijn en verdriet, dat de Oekraïners om vergeving vraagt. Hij vindt dat de Russen massaal schuld moeten bekennen voor hun misdaden en Poetin moeten afdanken (p. 11-13). Hij somt leugens van Poetin op: geen Russische soldaten op de Krim, geen Russen in Oost-Oekraïne, geen vliegtuig neergeschoten. Vele Russen weten dat dit leugens zijn, Westerse politici weten dat ook, maar beiden zwijgen tegen Poetin (p. 18-19).

De toon is gezet.

Sjisjkin overloopt dan de geschiedenis van Kiev Roes. Hij beweert dat de Slavische taal, die in de kerken gebruikt werd, nooit het niveau haalde van het Latijn, dat eeuwenlang de taal was van de wetenschappen, de geneeskunde en het recht én de lingua franca van de intellectuelen. Door de orthodoxe godsdienst sloot Rusland zich af van Europa (p. 41).

In de Mongoolse tijd (1242–ca. 1500) inden de Russische vorsten de belastingen en gedroegen ze zich al als heersers: het Tataarse juk was Russisch. Zelfs Aleksandr Nevski koos in 1257 de kant van de wrede Mongolen tegen de Russen. Bij duizenden werd de neus afgesneden en de ogen uitgestoken. Toch werd hij heilig verklaard. Moskou werd de hoofdstad van Rusland en van de orthodoxie.

Peter de Grote moderniseerde zijn land, maar wou het niet europeaniseren. Catharina de Grote was voor de Verlichting, maar ze vervolgde de critici en scherpte de censuur aan. Alexander II schafte de lijfeigenschap af, maar gaf hun geen gronden. In 1905 kreeg Rusland een grondwet en een parlement. In februari 1917 werd Rusland even het meest democratische land ter wereld met o.a. vrouwenkiesrecht (p 45).

Maar de oorlog en de Oktoberrevolutie maakten een einde aan de jonge democratie. En Oekraïne dat zijn onafhankelijkheid had uitgeroepen, werd heroverd door Trotski, zelf een Oekraïense jood. Er volgde terreur en dictatuur tot 1985, waarbij niet enkel de elite werd uitgemoord, maar ook miljoenen boeren. Stalin sloot het land opnieuw af van de buitenwereld.

Na 1945 werden ook de Oost-Europeanen bij de SU gevoegd. Ze moesten allemaal Russisch leren. De Hongaarse opstand van 1956, de zeldzame staking van 1962 en de Praagse Lente van 1968 werden neergeslagen. In 1964 werden kunstmatige tekorten geschapen in de winkels tot na de afzetting van Chroesjtsjov: dan  waren er  weer genoeg levensmiddelen beschikbaar. De videocassettes die uit het Westen binnengesmokkeld werden, toonden de arme Sovjet-bevolking hoezeer zij belogen werd. En toen de lijkkisten uit Afghanistan binnenkwamen, werd het verboden de plaats van overlijden op het graf te zetten (p. 59).

Onder Andropov werd de moeder van Sjisjkin ontslagen als directrice van een school, omdat ze een avond ter nagedachtenis van zanger Vysotski had toegestaan. En Sjisjkins broer vloog naar een strafkamp wegens het bezit van boeken en video’s. Tijdens Gorbatsjov mocht hij terugkeren.

Op 19 augustus 1991 maakte de auteur de staatsgreep mee. Toen die mislukte, zei hij vol optimisme aan de Duitse tv: “Ik ben gelukkig dat mijn zoon van drie zal opgroeien in een vrij en democratisch Rusland.” (p. 67). Maar toen brak een nieuwe ‘Tijd der Troebelen’ aan: iedere Rus kreeg een voucher/privatiseringscheque, die zogezegd twee auto’s of 10.000 roebel waard was, maar waarvoor ze al snel slechts twee flessen wodka kregen (p. 69).

Door de shocktherapie van Anatoli Tsjoebais en Jegor Gaidar kwam alle eigendom in handen van een kleine groep communisten, die veranderden in kapitalisten. De bodemschatten verkochten ze aan het buitenland, de miljarden zetten ze op Zwitserse banken. De hervormingen werden in het Westen geprezen, maar in Rusland fel gehaat: de hyperinflatie deed de lonen en pensioenen verdampen (p. 75).

In september 1993 ontbond Jeltsin het parlement, dat zich verzette tegen de shocktherapie en de armoede. Het ontaardde in dodelijke gevechten op straat en de bestorming van het parlement. Het aantal doden wordt niet vermeld. Het woord ‘democratie’ werd een scheldwoord. De oorlog tegen het afvallige Tsjetsjenië duurde twee jaar (1991-1993), eiste honderdduizenden doden en eindigde met de Russische nederlaag!

In augustus 1999 werd Poetin premier. De FSB (Russische Federale Veiligheidsdienst) schrikte Rusland op met bomaanslagen, waarbij 293 mensen omkwamen. De daders werden betrapt met explosieven in een kelder, maar de overheid beweerde dat het oefeningen waren. Tsjetsjeense terroristen kregen de schuld.

Aleksandr Litvinenko, ex-geheim agent, schreef ‘Blowing Up Russia: Terror from Within’. Gevolg: hij werd in 2006 in Londen vergiftigd door de FSB (p. 125).

Poetin lanceerde dan als ‘redder des vaderlands’ de Tweede Tsjetsjeense oorlog. Hierbij vielen 200.000 doden. Een politicus en een journalist die een onderzoek eisten, werden vermoord (p. 84-85).

Poetin beloofde orde en grootsheid. De ‘Tijd der Troebelen’, waarin Rusland door het Westen was vernederd, was voorbij: Rusland was “uit zijn knieën opgestaan.” De voorzitter van de Doema zei: “Poetin is Rusland. Er is geen Rusland zonder Poetin.” Zelfs de stijging van de olieprijzen werd toegeschreven aan zijn door God gezegende macht (p. 88).

De FSB levert bijna alle leidinggevende posten en is uitgegroeid tot de trots van de natie. De honderdste verjaardag werd groots gevierd (p. 89). De oligarchen en de critici werden en worden ongenadig uitgeschakeld in binnen- en buitenland. Tijdens Poetin hebben miljoenen het land verlaten, vooral ingenieurs, wetenschappers, IT’ers.

In 2011 vond een ‘witte revolutie’ plaats tegen de vervalste parlementsverkiezingen. De betogers droegen witte linten als teken van geweldloos protest. Ze werden met geweld uiteengedreven.

In 2014 hechtte Poetin de Krim aan. Dat leidde in Rusland tot hysterisch gejubel: “de Krim is van ons, Novorossia/Nieuw Rusland moet ook heroverd worden.” Hiermee werd bedoeld tien gebieden in Oost- en Zuid-Oekraïne (p. 104-105)! Tot nu toe zijn er slechts twee (grotendeels) heroverd.

Sjisjkin betreurt dat de Russische media Europa en Oekraïne systematisch voorstellen als fascistisch, iets waartegen de Russen zich moeten beschermen. Het regime voert al sinds 2013 een hybride oorlog om het Westen te destabiliseren met cyberaanvallen, desinformatie, intimidatie en chantage. Misdaden blijven onbestraft, ook al verongelukken er 298 passagiers of sneuvelen er honderdduizenden in Oekraïne. Hij onderschat wel de sancties die er sinds 2022 zijn gekomen

Hij vertelt ook over het begrip ‘Russische ziel’, dat in de 17de eeuw bedacht werd door de Duitser Adam Olearius. Vasili Grossman beweerde in 1961 dat de mystiek van de Russische ziel geschapen is door duizend jaar slavernij. Sjisjkin constateert dat slechts een klein aantal Russen klaar is voor democratie en rechtstaat, zij protesteerden in 2012 met honderdduizenden tijdens de inauguratieceremonie, maar de grote meerderheid knielt voor de willekeur van de president (p. 113-137). 75%  is nog nooit buiten de vroegere SU geweest, ze willen stabiliteit en ze passen zich aan. Zijn overgrootvader verzette zich in 1930 tegen het afpakken van zijn enige koe. Hij stierf in Siberië. De andere boeren zwegen en overleefden.

De Mongoolse overheersing veroorzaakte het verlies van menselijke waardigheid: onderdanigheid werd een eigenschap van de Russische ziel. De bolsjewieken roeiden vele ‘Russische Europeanen’ uit, ze verwoestten hun landgoed en hun bibliotheek. Stalin herhaalde dat tijdens zijn grote zuiveringen.

Aanpassen zoals componist Prokofjev deed,  was het middel om te overleven. Lastercampagnes tegen Boris Pasternak (1958), Joseph Brodsky (1964) en Aleksandr Solzjenitsyn (1969) werden door de andere schrijvers goedgekeurd (p. 169-170).

De vader van de Russische ruimtevaart, de Oekraïner Sergej Koroljov, zat zeven jaar in de Goelag (1938-1945), waar zijn tanden uitgeslagen waren en zijn onderkaak gebroken. Zijn naam was taboe tot zijn dood in 1966. Sjisjkin suggereert hier ook dat de Kalasjnikov uitgevonden is door de in 1946 gevangengenomen Duitse wapenontwerper Hugo Schmeisser (p. 147). Hij betreurt dat de rechtspraak niet werkt: je moet de rechters omkopen om je zaak te winnen (p. 150).

Behalve bij de wrede ontgroeningen, speelt het  leger een beschavende rol: sommige soldaten zien voor het eerst een toiletbril, tandenborstel, drie maaltijden per dag.

Na de oorlog werden alle Joodse topfiguren vervolgd, enkel uit antisemitisme. De gegevens over de krijgsgevangenen werden geheim gehouden tot 1985. Pas toen vernam de auteur dat zijn grootvader geëxecuteerd was. Op school leert men dat de Russen de meeste talenten hebben, maar geen enkel Russisch bedrijf prijst zijn producten aan als ‘echte Russische kwaliteit’. De Russen zijn nog wel trots op de Dag van de Overwinning, 9 mei 1945. Helaas is dat nu een dag van patriottisme en wapengekletter tegen de ‘Oekraïense fascisten’ en geen dag meer van ‘Nooit meer oorlog’ (p. 183).

De destalinisatie ging niet gepaard met een schuldbekentenis noch met een Neurenberg-proces voor de uitvoerders van de terreur. Rusland heeft zich nooit verontschuldigd voor de Holodomor noch voor de onderdrukking van de Oostbloklanden (p. 199).

Sjisjkin klaagt ook aan dat de natuur al decennia vernietigd wordt. Eco-activisten belanden in de gevangenis of in gedwongen ballingschap. De medische zorg is een ramp: een arts verdient twee euro per uur, minder dan een kassierster in een McDonalds. Sinds juni 2022 hebben die 850 vestigingen wel een andere eigenaar (Aleksandr Govor) en andere naam: Вкусно и  Точка/Vkoesno i Totsjka:  Lekker en Punt uit. 25% van de mannen sterft voor hun 55ste, vooral door wodka en door zelfmoord.

De auteur wijt dit aan de depressieve toestand, de onmacht, het gevoel rechteloos te zijn (p. 195).

Hij beweert ook dat de technische achterstand niet meer in te halen is. Dat klopt gedeeltelijk: Rusland heeft de overhand in de oorlog tegen Oekraïne dankzij China, dat voor alles zorgt en Rusland nu koloniseert.

Sjisjkin beweert ook dat de jeugd geen TV meer kijkt en dus niet geïndoctrineerd is, zelfvertrouwen heeft en optimist is. Ik vrees dat dit een minderheid is en dat die sinds de oorlog met tienduizenden gevlucht zijn naar Turkije, Armenië, Georgië, Oezbekistan, Kazachstan, Finland en andere buurlanden. Sinds de inval zijn ook al 14.000 mensen in de cel beland.

Hij denkt dat Rusland uiteen zal vallen doordat regio’s en volken zich los zullen maken. Ik vraag me dan af welke regio’s of volken dit zullen wagen. Hij zegt dat Dozjd-TV en Echo Moskvy de betogingen en afranselingen live weergeven. Maar sinds maart 2022 zijn die zender en die krant uit Rusland verbannen wegens hun correcte berichtgeving over de oorlog. En vanuit Amsterdam kunnen ze dat niet.

In zijn slotwoord prijst hij de Oekraïners en Navalny voor hun inzet voor Europese waarden, hij zegt dat Europa te laat de kant van Oekraïne koos, maar dat het nu wel aan de goede kant staat.

Beoordeling
Sjisjkin kent zijn Rusland zeer goed, ook het dagelijks leven, hij is zeer belezen, kent alle Russische schrijvers en filosofen, hij doorgrondt heel de propaganda- en desinformatie-machine,  hij spreekt ook duidelijke taal, maar hij is wel heel pessimistisch. Hij begrijpt niet dat Poetin zoveel aanhangers heeft, bijvoorbeeld in India en Latijns-Amerika: hij is daar de held die de imperialistische VS op zijn plaats heeft gezet met zijn de aanhechting van de Krim en de oorlog tegen Oekraïne. Zijn supporters zien blijkbaar niet dat hij daarbij steden laat bombarderen, miljoenen mensen in de kou zet, 20.000 kinderen liet ontvoeren.

De oorspronkelijke druk van 2022 is helaas niet bijgewerkt. Sjisjkin beweert nog dat er geen sancties zijn en dat het loskoppelen van SWIFT nooit zal gebeuren (p. 137). Sinds 2022 is dat wel zo.  Er staan veel plaatsnamen in, maar een kaart ontbreekt. De auteur gaat er ook van uit dat de lezer alles schrijvers kent die hij citeert. Ik vond één taalfoutje: ‘riekte’ (p. 54) i.p.v. rook. Globaal gezien is het een scherpzinnig betoog  over de mentaliteit van de  meeste Russen en hun traditie van onderdrukt te zijn.


ISBN 978-90-214-8965-0 | Paperback | 240 paginas, noten | Uitgeverij Querido, Amsterdam/L&M, Antwerpen, 23 april 2024
Vertaling van ‘Frieden oder Krieg’, door Jan Sietsma

©Jef Abbeel          www.jefabbeel.be      januari 2026

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER