Jan-Auwke Diepenhorst 

Gaza een geschiedenis klGaza
Een geschiedenis
Jan-Auwke Diepenhorst

De auteur schreef in 2023 al ‘Rivalen in het beloofde land: een geschiedenis van Joden en Palestijnen’, een zeer degelijk overzicht. In dit nieuwe boek beschrijft hij de lange voorgeschiedenis van Gaza vanaf ca. 2.000 v.C.

Door zijn ligging tussen Egypte en Syrië kende Gaza vele buitenlandse bezetters: de Hyksos, Egyptenaren (1550-1150), Zeevolkeren, Filistijnen, Assyriërs, Perzen, Macedoniërs, Makkabeeën, Romeinen, even de Joden (66 n.C.), Byzantijnen, Arabieren, Kruisvaarders, Mamlukken, Ottomanen.

Diepenhorst beschouwt de exodus van de Joden uit Egypte als een legende. De deportatie van ca. 20.000 Joden naar Babylon in 586 v.C. is wel historisch. Rond 515 v.C. stonden de Perzen hen toe om terug naar Juda te gaan.

De Romeinse en de Byzantijnse tijd waren de grote bloeiperiodes. De pest doodde 22.000 mensen in 1347-1348 en 12.000 in 1438.

In de 16de eeuw, tijdens de Ottomanen, raakte Gaza in verval, vooral door de nieuwe zeeroute rond de Kaap. Vanaf 1882 nam de Joodse immigratie naar Palestina toe. Toen woonden er 25.000 Joden, in 1922 al 84.000 of 11% van de bevolking.

De 1ste W.O. was een ramp voor Gaza: het werd getroffen door malaria, cholera, dysenterie en hongersnood. Na de 1ste W.O. werden Gaza en Palestina Britse mandaatgebieden. In Gaza woonden weinig Joden en bleven de spanningen beperkt. Balfour, de Brit die de Joden in 1917 een thuisland had beloofd, bezocht Gaza in 1925, maar werd op protest onthaald. Toen reed er nog dagelijks een trein naar Haifa en naar het Suezkanaal en waren er busverbindingen met Palestijnse steden (p. 42-43). In 1922 was 11% van de bevolking van Palestina Joods, in 1931 al 17% en in 1941 zelfs 30%.

In 1936 hielden de Palestijnen een grote staking, waarop de Britten de Joodse immigratie beperkten. In 1937 hadden ze een verdelingsplan: 70% Arabisch, 20% Joods, 10% internationaal. Het leidde tot een nieuwe Palestijnse opstand van september 1937 tot januari 1939. Het plan werd nooit uitgevoerd. Tijdens de 2de W.O. kende Gaza economische voorspoed. In 1946 richtte de Egyptische Moslimbroederschap(°1928) een afdeling op in Gaza. In 1987 ontstond Hamas hieruit.. Het Joodse gewapende verzet tegen de Britten escaleerde met o.a. 91 doden bij de aanslag op het King David hotel in Jeruzalem.

In november 1947 verdeelden de Verenigde Naties Palestina in twee. De Joden kregen 55%, hoewel ze maar 1/3de van de bevolking vormden. Gaza lag slechts gedeeltelijk in het Arabisch gebied. Van november 1947 tot 14 mei 1948 was het burgeroorlog. Dan volgde de eerste Arabisch-Israëlische oorlog van mei 1948 tot januari 1949. Die werd gewonnen door Israël, dat meer soldaten en wapens had dan vijf Arabische landen plus de Palestijnen samen.

Bij het Egyptische leger was ook Nasser, toen nog lid van de Moslimbroeders. Transjordanië pikte de Westoever in. 756.000 Palestijnen werden vluchteling. 90% was analfabeet. Voor de oorlog telde Gaza 80.000 inwoners, na de oorlog 270.000: er waren 190.000 vluchtelingen bijgekomen. In Gaza-stad steeg de bevolking van 35.000 naar 170.000. De economie kreeg een zware klap (p. 60-61).

Na de Nakba/Catastrofe van 1948/49 was Israël 40% groter dan in 1947. De Gazastrook was nog maar 40 km lang en 5 tot 10 km breed. Ze telde 8 vluchtelingenkampen en stond onder Egyptisch bestuur. Maar Egypte gaf geen werkvergunningen aan Gazanen en de Palestijnse vluchtelingen kregen geen werk in Gaza.

In 1952 werd koning Faroek afgezet door Nasser. Op 26 juli 1956 kondigde hij  de  nationalisatie van het Suezkanaal aan. De auteur zegt er niet bij dat hij geld nodig had voor de bouw van de Aswandam.

Israël, Groot-Brittannië en Frankrijk wilden hem een lesje leren. Nasser werd verslagen, maar behield zijn Suezkanaal. Pas in februari 1957 verliet Israël de Gazastrook onder druk van Eisenhower. Egypte bleef er de baas tot 1967. De economie groeide, de handel in o.a. citrusvruchten naam toe en er verschenen nieuwe hotels. De opbrengsten kwamen terecht bij de dertig invloedrijkste families. De meeste inwoners bleven arm. In 1966 lag het gemiddelde jaarinkomen rond de 80 dollar per persoon, half zoveel als in Egypte.

Bij de Israëlische legerleiding en bij een aantal politici leefde de wens om het grondgebied uit te breiden met de Golanhoogten, de Westoever, Oost-Jeruzalem en de Sinaï. Nasser liet de VN-troepen uit de Sinaï halen en sloot de Straat van Tiran, zodat Israëlische schepen rond de Kaap moesten varen.

Op 5 juni 1967 viel Israël aan en won overtuigend. 300.000 Palestijnen sloegen opnieuw op de vlucht. Ze noemen dit de Naksa, de tegenslag. De Egyptische gouverneur van Gaza tekende de overgave op 7 juni 1967. De schade was enorm: 90 van de 100 Gazaanse scholen waren beschadigd. Israël bezette de Sinaï (tot 1982), Gaza (tot 2005), de Westoever, Oost-Jeruzalem (met de Klaagmuur), de Golan.

In november 1967 nam de VN resolutie 242 aan. De auteur vermeldt niet dat er bewust twee versies waren: een Franse waarin Israël al de  bezette gebieden moest verlaten, een Engelse  zonder lidwoord ‘de’. In Gaza was er dikwijls verzet tegen het Israëlisch bestuur. Tegelijk steeg het aantal Gazanen dat in Israël werkte van 6.000 in 1971 naar 53.000 in 1977.

In 1968 begonnen de vliegtuigkapingen. In september 1970 greep koning Hoessein van Jordanië in: de PLO moest verhuizen naar Libanon en Syrië. In 1972 sloeg de PLO toe op de Olympische Spelen in München.

In de Jom Kipoer oorlog van oktober 1973 verloor Sadat, maar hij werd de morele winnaar. In 1977-1979 kwamen er vredesgesprekken met Begin en Carter. Bij het akkoord van Camp David kreeg Egypte de Sinaï terug in ruil voor erkenning van Israël en vrije doorvaart door het Suezkanaal. Begin moest resolutie 242 niet uitvoeren en niets doen voor de Palestijnen. In april 1982 trok Israël zich terug uit de Sinaï. Sadat maakte dit niet meer mee: hij was in oktober 1981 vermoord.

Na de ontruiming van de Sinaï in 1982 werden er nieuwe nederzettingen gebouwd in Gaza. Ook in Libanon veroorzaakte Israël miserie: er vielen 19.000 doden en 30.000 gewonden. Arafat en 10.000 PLO-strijders verhuisden naar Tunis, 2.000 km van Palestina. In september 1982 richtten christelijke milities een bloedbad aan in de kampen Sabra en Shatila. In Gaza nam de macht van de Moslimbroeders toe. Zij legden strenge islamitische regels op en vochten tegen Fatah-leden. Bovendien werd er de radicale Islamitische Jihad opgericht.

In december 1987 brak de eerste Intifada uit en ontstond Hamas uit frustratie over de Israëlische bezetting. De opstand duurde zes jaar: tot de Oslo-akkoorden van 1993. In 1988 publiceerde Hamas zijn antisemitisch handvest. Het ontvoerde en doodde Israëlische soldaten.

Op 2 augustus 1990 viel Irak Koeweit binnen. De Gazanen juichten, maar Irak verloor en de 400.000 Palestijnse arbeiders werden uit Koeweit verdreven. 200.000 van hen waren Gazanen. Ze werden werkloos.

De vredesonderhandelingen van Oslo zorgden in 1993 dat Israël zich geleidelijk zou terugtrekken uit Gaza, dat de PLO Israël erkende en vice versa. De radicale Palestijnen waren tegen die akkoorden. Er volgden terreurdaden en zelfmoordaanslagen.

Op 4 mei 1994 tekenden Israël en de Palestijnse Autoriteit een akkoord over Palestijnse autonomie in Gaza en Jericho. Hamas reageerde met zelfmoordaanslagen, waarbij 23 Israëli’s sneuvelden. In september 1995 werd Oslo 2 ondertekend door Rabin en Arafat. Rabin beloofde geen nieuwe nederzettingen te bouwen, maar na een nieuwe bomaanslag liet hij duizenden woningen bouwen op de Westoever. Die Westoever werd door Oslo 2 verdeeld in drie zones. De P.A. kreeg 6,6%, Israël 69%. Op 4 november 1995 werd Rabin vermoord door een fanatieke Jood.

In januari 1996 werden de eerste Palestijnse verkiezingen gehouden. Arafat werd president met 87% van de stemmen, Fatah kreeg 50 van de 88 zetels in het parlement. Hamas reageerde met nieuwe zelfmoordaanslagen. In mei 1996 won Netanyahu de verkiezingen in Israël. Hij liet 6.500 nieuwe woningen bouwen nabij Oost-Jeruzalem.

De zelfmoordaanslagen gingen onverminderd voort. Telkens sloot Israël dan de Gazastrook af, wat enorme economische schade veroorzaakte. In 1997 kwam er in Wye River een nieuw akkoord, waarbij Gaza een lucht- en zeehaven zou krijgen. Maar Netanyahu hield de uitvoering tegen.

Op 28 september 2000 wandelde Sharon provocerend over de Tempelberg. De Tweede Intifada barstte los en ging gepaard met hevig geweld langs beide kanten. Op 11 september 2001 doodde Al Qaida 3.000 mensen in New York en Washington. In 2003 besloot Sharon om Gaza in 2005 te verlaten en de 8.500 kolonisten daar weg te halen. Maar ook om een muur van 692 km te bouwen op de Westoever.

Bij de verkiezingen van 2004-2005-2006 streden Fatah en Hamas om de macht. In 2006 haalde Hamas 44% van de stemmen, Fatah 41%. In zetels was het verschil groter: 74 tegen 45. Het was een afwijzing van Fatah en van de P.A., die beide als corrupt en zelfverrijkend  werden beschouwd. Haniyeh werd de premier van de P.A. Maar de VS, de Westerse landen en Fatah erkenden de uitslag niet en de VS en Israël blokkeerden Gaza opnieuw.
Via tunnels importeerde Hamas dan voedsel, wapens en geld uit Egypte en andere Arabische landen. Na de ontvoering van een Israëlische soldaat in mei 2006 sloeg Israël weer terug. Hezbollah kwam Gaza ter hulp. Gevolg: Israël bombardeerde ook Libanon. Pas in augustus 2006 volgde een wapenstilstand.

Geregeld waren er ook dodelijke gevechten tussen Hamas en de P.A. (Palestijnse Autoriteit). Koning Abdullah van Saoedi-Arabië probeerde in 2007  het geweld te stoppen door 1 miljard dollar steun te geven. Maar Fatah en Hamas vochten verder, ze ontvoerden en martelden. Hamas werd de winnaar. Israël sprak van ‘Hamastan’. Het werd door Egypte en Israël afgesloten. De bevolking leed fel onder de blokkades.

In 2008, 2012, 2014, 2019, 2021 en mei 2023 voerde Israël zware luchtaanvallen uit als ‘zelfverdediging’ en in de hoop dat de bevolking dan in opstand zou komen tegen Hamas. Er vielen 6.500 doden en 16.000 gewonden plus 300 Israëlische doden, vooral in gevechten tegen de Islamitische Jihad (p. 195-198). Hamas kreeg nog maar 15% van de bevolking achter zich, maar hield stand (p. 205).

Het aantal smokkeltunnels nam toe van 20 in 2007 naar ruim 500 in 2008 en daarna nog meer.

In november 2012 kreeg Palestina de status van waarnemer bij de VN. In april 2014 kwam er een verzoening tussen Hamas en de PLO. Maar in juni 2014 werden dan drie Israëlische tieners ontvoerd op de Westoever en dood teruggevonden. Israël nam wraak: 2.220 Palestijnen kwamen om in Gaza en de schade bedroeg bijna 8 miljard dollar.

In 2017 publiceerde Hamas een nieuw document, gematigder dan het handvest van 1988. Israël verwierp het meteen. In december 2017 lanceerde Trump een vredesplan waarin en onafhankelijk Palestina niet eens voorkwam en de hoofdstad van de Palestijnen Abu Dis zou worden, een dorp bij Oost-Jeruzalem (p. 223). Hij schrapte de hulp aan de PA en aan de UNRWA en noemde Jeruzalem de ondeelbare hoofdstad van Israël. Zijn plan kreeg de bijnaam ‘Diefstal van de Eeuw’ (p. 225).

Corona veroorzaakte in Gaza veel slachtoffers. 37.000 mensen raakten besmet, er vielen meer dan 300 doden in 2020.

Netanyahu wou 30% van de Westoever annexeren, maar door de Abrahamakkoorden van 2020 met de Verenigde Arabische Emiraten voerde hij dat niet uit.

In 2021 stuurden Hamas en Islamitische Jihad duizenden raketten naar Israël, dat reageerde met dodelijke luchtaanvallen. In mei 2022 werd een Al Jazeera-journalist doodgeschoten.

Op 22 september 2023 verkondigde Netanyahu voor de VN dat de normalisatie met Saoedi-Arabië en andere Arabische landen bijna rond was. Maar Hamas voorkwam dit door haar wrede aanval van 7 oktober 2023, waarbij het 1200 mensen vermoordde en 250 gijzelaars meenam. Sinds de Holocaust waren nooit zoveel Joden vermoord.

Israël reageerde disproportioneel en doodde minstens 70.000 Gazanen. Met de indirecte doden erbij zouden het er ook 200.000 kunnen zijn (p. 241). Het verwoestte 72% van de gebouwen en deed de bevolking honger lijden. Hezbollah viel bovendien aan vanuit Libanon. Syrië, Iran en de Houthi’s raakten er ook in betrokken. En de VS bombardeerden de Iraanse nucleaire infrastructuur. In 2024 schakelde Israël zes Palestijnse leiders uit, in 2025 blokkeerde Netanyahu een onderzoek naar zijn falen  en in januari  2026 ontzegde Israël Artsen Zonder Grenzen e.a. de toegang tot Gaza.

In september 2025 presenteerde Trump zijn 20-Puntenplan. Zijn Riviera-idee van februari 2025 zat hier niet meer in.

Hamas had meerdere doelen met zijn aanval: de bezetting en de aanvallen op heilige plaatsen beëindigen, de vele Palestijnen bevrijden uit de Israëlische gevangenissen, de toenadering tot Saoedi-Arabië torpederen. De Israëlische Inlichtingen hadden een document opgesteld, ‘Muur van Jericho, waarin de aanval beschreven stond, maar er werd niets mee gedaan (p. 240).

Sinds oktober 2025 is er een fragiele wapenstilstand. Tekorten aan voedsel en medicijnen, verwoesting van 72% van de gebouwen, beperking van de invoer door Israël zijn factoren die nog lang op Gaza zullen wegen.

De auteur  pleit voor verzoening. Zijn boek eindigt voor de  nieuwe oorlog: de aanval van de VS en Israël op Iran en van Israël op Hezbollah (28 februari 2026 e.v. ). De verzoening is helaas dus veraf.

Beoordeling
Diepenhorst geeft een heel duidelijk overzicht van de geschiedenis van Gaza, voorzien van de nodige statistieken. Het is zeer gedetailleerd. Ik bewonder de auteur voor de ijver en nauwkeurigheid waarmee hij al die feiten bijgehouden heeft en voor zijn objectiviteit. Het is het eerste degelijk Nederlandstalig boek over de geschiedenis van Gaza.

Bemoedigend is het verhaal niet: de vrede lijkt uitzichtloos, zeker als zelfmoordacties en harde represailles elkaar telkens blijven opvolgen. En als Israël geen duimbreed wil toegeven.

In voetnoten verklaart de auteur systematisch de betekenis van zowel de Arabische als de Hebreeuwse begrippen en de namen van de vele Israëlische militaire operaties.

Enkele opmerkingen: de kaart van het Britse verdelingsplan van 1937 geeft niet duidelijk aan welke 70% Arabisch werd en welk 20% Joods. De meeste kaarten zijn onmisbaar, maar zonder kleuren en dus niet altijd duidelijk. De ‘gele lijn’ (p. 236) is hier dus kleurloos

Vaak staat er in de tekst een dag en maand, maar moet de lezer zelf het jaartal zoeken. Gelukkig is de volgorde chronologisch, zodat dit uiteindelijk wel lukt.

De foto’s zijn goed bedoeld, maar van matige kwaliteit.

Soms hapert er iets aan de zinsbouw: “De alliantie tussen Duitsland, Italië en Japan tijdens de Tweede Wereldoorlogen vormden de Asmogendheden” (p. 49). Bovendien zijn Tweede Wereldoorlog en alliantie enkelvoud. Of p. 58: “De Palestijnse regering vestigde zich in Gaza voor het eerst een eigen Palestijnse staat”. Die ‘zich’ is overbodig. Of p. 226: “Tussen mei en december 2019 laaide het geweld met Gaza regelmatig op”.

In de bibliografie staat Ludo, A. (p. 257). Dat moet zijn: Abicht, L.  En J. van Oudshoorn (p. 259) moet zijn: Jan van Oudheusden.  Details die weinig afdoen aan de kwaliteiten van het boek.

ISBN 978 94 0192 1541 | 261 pagina's kaarten, foto’s, noten, bibliografie | Uitgeverij Omniboek, Utrecht / VBK, Antwerpen | 26 februari 2026.

©Jef Abbeel, 31 maart 2026

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER