Jan Auwke Diepenhorst 

Netanyahu klNetanyahu. Een levensverhaal.
Jan-Auwke Diepenhorst 

Benjamin Netanyahu (°1949) is de politicus die Israël het langst leidde. Sinds 1996 was hij premier, oppositieleider of minister. Hij leidt de meest rechtse regering in de Israëlische geschiedenis. Tegelijk is hij de man die de meeste kritiek kreeg, zeker sinds de oorlog tegen Gaza, Libanon en Iran en voor de gewelddadige kolonisatie van de Westoever.

Dit boek van Midden-Oosten-specialist Diepenhorst begint met vader Benzion Netanyahu (° Warschau 1910 - Ϯ Jeruzalem 2012), die professor geschiedenis en zionist was. De familie had Wit-Russische roots en heette oorspronkelijk Mileikowsky. Benzion betekent ‘Zoon van Zion’, Netanyahu staat voor ‘God heeft gegeven’. Zoals Jabotinsky, Oekraïense zionistische leider, 1880-1940, was Benzion een revisionistisch zionist: zij ‘herzagen’ het gematigde zionisme en vonden/vinden dat de Joden recht hebben op beide oevers van de Jordaan, dus zowel Palestina als Jordanië. De Joden zijn volgens hen enkel veilig als ze hun lot volledig zelf in handen hebben.

Op 7 oktober 2023 vond de grootste veiligheidsramp uit de Israëlische geschiedenis plaats, net bij de premier die veiligheid zo benadrukte. Zijn reactie was buitenmatig wreed: Gaza werd verwoest met minstens 73.000 doden. De oorlog tegen Hamas werd ook een oorlog van Israël en de VS tegen Iran.

Dit boek gaat zowel over wie Netanyahu is als over wat hij van zijn land gemaakt heeft en welk Israël hij zal nalaten.

Vader Benzion groeide op in Jeruzalem. Van 1936 tot 1939 maakte hij de Palestijnse opstand mee, waarbij 5.000 Palestijnen, 300 Joden en ruim 200 Britse militairen omkwamen.  Toen de Britten in 1937 het land wilden verdelen en aan de 7% Joden 20% toekenden, hoorde Benzion bij de revisionisten, die heel het land opeisten aan beide zijden van de Jordaan. In 1939 beperkten de Britten de Joodse immigratie. In 1946 pleegde de Irgoen, de paramilitaire verzetsbeweging van Menachem Begin, een aanslag op het Britse bestuur in het King David Hotel in Jeruzalem. Er vielen tientallen doden.

In 1947 werd Palestina verdeeld door de VN: de Joden kregen 55%. Toen Ben-Goerion op 14 mei 1948 de staat Israël uitriep, waren de revisionisten niet uitgenodigd. Toen waren er al 300.000 Palestijnen gevlucht of verdreven.

Tijdens de eerste oorlog van 1948-49 veroverde Israël nog 40% meer grondgebied: het had nu 78%. En het aantal vluchtelingen was gestegen tot 700.000. In het nieuwe Israël leefden nog 160.000 Arabieren of 15% van hun oorspronkelijke bevolking. Een miljoen Joden arriveerden uit Europa of uit de Arabische landen.

Netanyahu (°1949) bracht zijn jeugd en zijn middelbare school deels door in Jeruzalem en deels in de VS. Tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 raakte zijn broer Yoni zwaargewond. Toch ging ‘Bibi’ in het leger. In maart 1968 vocht hij mee in de slag bij Karameh. Israël moest zich terugtrekken, voor de Palestijnen voelde dit aan als een overwinning. In 1968-1972 nam hij deel aan gevaarlijke vergeldingsacties in Libanon, Egypte, Syrië en Israël. Deze laatste actie betrof een gekaapt Sabena-toestel.

In de Jom Kipoeroorlog van 1973 kenden Egypte en Syrië een succesvol begin. Netanyahu haastte zich uit Boston om mee te vechten. Terug in Boston, kwam hij in contact met het rechtse Likoed, dat in 1973 met 39 zetels nummer 2 was geworden na de Arbeiderspartij, die 51 zetels haalde. In 1976 werd zijn broer Yoni gedood door een kogel van een Oegandese soldaat bij de gijzelingsactie in Entebbe. In 1977 verloor de Arbeiderspartij voor het eerst de verkiezingen ten voordele van Likoed van Menachem Begin. In 1978 scheidde Netanyahu van zijn eerste vrouw, die zwanger was. De tweede werd de Brits-Duitse Fleur Cates.

In 1977 bezocht Sadat als eerste Arabische leider Jeruzalem. In 1979 volgden de Camp David-akkoorden tussen Carter, Begin en Sadat. Egypte kreeg de Sinaï terug. Netanyahu was tegen die akkoorden (p. 60).

In 1980 nam het Israëlische parlement de ‘Jeruzalem-wet’ aan: Jeruzalem werd “één ongedeelde hoofdstad onder Israëlische soevereiniteit.” In 1981 kreeg Israël opnieuw internationale en Amerikaanse kritiek toen het een Iraakse kernreactor vernietigde. Reagan had ook kritiek op de Golan-wet van december 1981, waarmee Israël het gebied definitief onder zijn bestuur bracht. In dat jaar verdreef het leger de PLO uit Libanon naar Tunesië. Reagan noemde dat een ‘holocaust’ (p. 67).

Toen Bashir Gemayel in september 1982 door een Syriër gedood werd, trokken Maronieten de kampen Sabra en Shatila in en vermoordden er 1.500 Palestijnen. Israël liet hen begaan. In Israël protesteerden honderdduizenden mensen hiertegen. In 1983 pleegde Hezbollah aanslagen op de Amerikaanse ambassade en op een Franse legerbasis. Er sneuvelden 241 Amerikanen, 58 Fransen en 6 Libanezen (p. 68).

Van 1984 tot 1988 was Netanyahu ambassadeur bij de VN in New York. Daar had hij contacten met rijke Joden, zakenlui zoals Trump, ministers en journalisten. In december 1987 brak de eerste Intifada uit in Gaza en op de Westoever. In december 1988 verklaarde Arafat dat hij een tweestatenoplossing aanvaardde met slechts 22% van het oorspronkelijke Palestina (p. 75-76). Israël ging er helaas niet op in.

In 1989 eiste de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken James Baker dat Israël met de PLO moest onderhandelen en dat het de droom van een Groot-Israël, de annexatieplannen en de bouw van nederzettingen zou opgeven (p. 79-80). Netanyahu, inmiddels viceminister, was razend. Ook zijn tweede huwelijk mislukte, maar hij vond snel een nieuwe vrouw, Sara Ben-Artzi, die in 1990 zwanger werd en met wie hij dan trouwde. Ondertussen had hij ook nog een relatie met Ruth Bar, een getrouwde adviseur van hem (p. 88). In de oorlog van Irak tegen Koeweit (1990-1991) blunderde Arafat door de kant van Saddam Hoessein te kiezen. Op de Westoever juichten de Palestijnen. Voor Netanyahu bewezen ze daarmee dat ze Israël wilden vernietigen. Koeweit verbande de ca. 400.000 Palestijnse arbeiders.

Door de val van de Sovjet-Unie arriveerden in 1990-1991 ca. 332.000 Sovjet-Joden in Israël. De VS waren bereid om 10 miljard dollar te lenen als ze niet op de Westoever gehuisvest werden. Shamir weigerde. Op de vredesconferentie van Madrid met Bush en Gorbatsjov las Netanyahu passages voor uit het Palestijnse Nationaal Handvest die opriepen tot de vernietiging van Israël. Concrete resultaten waren er niet, maar de VS en de SU maakten de weg vrij voor de Oslo-onderhandelingen.

In 1993 werd Netanyahu leider van oppositiepartij Likoed en publiceerde hij zijn boek ‘A Place among the Nations’. In dat jaar vonden nabij Oslo geheime vredesgesprekken plaats tussen Israëliërs en de PLO. Netanyahu viel hun akkoord frontaal aan, ondanks vergaande toegevingen van Arafat en hoewel 60% van de Israëli’s er blij mee waren. In Gaza werd het goedgekeurd door 75% van de bevolking. Maar het werd getorpedeerd door extremistische Israëli’s en Palestijnen met moordaanslagen op burgers (p. 91-99). Op 4 november 1995 werd Rabin vermoord door een Joodse tegenstander van de Oslo-akkoorden. Netanyahu was volgens veel Israëli’s medeverantwoordelijk voor het giftige klimaat.

Bij de verkiezingen van 1996 won hij nipt van Peres met 50,5 tegen 49,5 %. Hij werd tot 1999 premier van een verdeelde coalitie van zes partijen. Op zijn 46ste was hij de jongste premier ooit van Israël en de eerste die rechtstreeks door de kiezers was gekozen. Zijn kabinet wees een Palestijnse staat af en liet de nederzettingen verder uitbreiden. Over de Oslo-akkoorden werd gezwegen. Onder Amerikaanse druk kwam er een ontmoeting tussen Netanyahu en Arafat, maar de beloofde terugtrekking uit Hebron werd uitgesteld: er kwam een compromis: 450 Joodse kolonisten bleven er, 20% bleef onder Israëlische controle, hoewel de Joden slechts 0,3% van de bevolking uitmaakten. De Palestijnse Autoriteit kreeg 80% van Hebron en 11% van de Westoever (p. 120-121).

Arafat wou gedeelde zeggenschap over Jeruzalem, maar voor Netanyahu was dat ondenkbaar. In 1997 gaf hij zelfs toestemming voor de bouw van 6.500 woningen in Oost-Jeruzalem voor 30.000 Israëliërs. Deze nieuwe wijk moest Oost-Jeruzalem afsnijden van de Palestijnse gebieden op de Westoever! De VN veroordeelde deze daad bijna unaniem. Maar Israël trok zich hier niets van aan: het aantal kolonisten groeide in 1997 met 9%. De Palestijnen reageerden met zelfmoordterrorisme. Een wraakactie op Hamasleider Mashal mislukte: dit was een vernedering voor Netanyahu.

Clinton probeerde het vredesproces weer op gang te trekken, maar Netanyahu werkte tegen. Hij lette niet op de 80% Israëli’s die het akkoord goed vonden, wel op de 20% die het verafschuwden. Uiteindelijk kwam er een mager akkoord op de Wye River Plantation in Maryland: Israël trok zich terug uit enkele procenten van de Westoever.

In mei 1999 verloor Netanyahu de verkiezingen tegen Ehud Barak en zijn Arbeiderspartij (p. 135-139).

Hij werd dan zakenman, gaf lezingen in de VS voor … 60.000 dollar en streek jaarlijks 3,7 miljoen dollar op. Desondanks betaalde hij zijn persoonlijke verbouwingen met overheidsgeld (p. 140-141).

Barak gaf toestemming voor de bouw van 132 woningen in Oost-Jeruzalem: ook hij voerde Oslo dus niet uit. In 2000 trok het leger zich wel terug uit Zuid-Libanon. Maar in Camp David kon Clinton premier Barak niet bewegen tot een akkoord.

In september 2000 veroorzaakte Sharon de Tweede Intifada door over de Tempelberg te stappen. Die opstand duurde 4,5 jaar en het geweld kwam van beide kanten. In 2001 won Sharon de verkiezingen. Het Oslo-proces werd stilgelegd. Vanaf nu domineerde Likoed de Israëlische politiek. In 2003 werd Sharon opnieuw premier. Netanyahu kreeg Financiën. De werkloosheid daalde, maar de armoede steeg. Sharon liet de nederzettingen in Gaza ontruimen. Likoed stemde tegen, maar de Knesset keurde het goed. Hamas beweerde dat hun gewelddadig verzet voor de terugtrekking had gezorgd. Israël sloot Gaza dan af: de inwoners gingen erop achteruit (p. 149-153).

In 2006 waren er verkiezingen, zowel in de Palestijnse gebieden als in Israël. Hamas haalde verrassend 74 zetels, Fatah 45. Israël en de VS negeerden de uitslag. Likoed behaalde zijn slechtste resultaat sinds 1951 en Netanyahu zijn derde verkiezingsnederlaag.

In juni 2006 brak een korte oorlog uit tussen Israël enerzijds en Gaza en Zuid-Libanon anderzijds. Het werd geen succes: Hamas en Hezbollah bleven overeind (p. 158-159). In 2007 nam Hamas de controle over Gaza over en verdreef er Fatah. Israël reageerde opnieuw met de afsluiting van Gaza, dat ze ‘Hamastan’ noemden. In november 2007 deed president Bush een vergeefse poging om premier Olmert en Abbas tot een tweestatenoplossing te brengen.

In december 2008 viel Israël Gaza nog eens aan. Er vielen 1.400 doden en er werd veel vernietigd. In 2009 trok men weer naar de stembus. Likoed steeg van 12 naar 27 zetels, Kadima had er 28. Toch werd Netanyahu premier. Hij botste met Obama, omdat die een volledige bouwstop van de nederzettingen eiste. Hij bleef Israël wel steunen met 200 miljoen dollar voor het raketafweersysteem Iron Dome.

Netanyahu veroordeelde het geweld van kolonisten tegen Palestijnen, maar deed er niets aan (p. 173-177). Hij was niet blij met de Arabische Lente: hij zag er enkel risico’s in. Een Iraanse kernbom vreesde hij nog meer. Hij begon een geheime oorlog tegen wapenfabrieken, generaals, scheepsladingen en uranium-verrijkende centrifuges. In november 2012 voerden Israël luchtaanvallen uit op Gaza en Hamas op Israël, met resp. 170 en 2 doden. Na de verkiezingen van januari 2013 werd Netanyahu voor de derde keer premier. Hij kwam niet overeen met Obama, maar wel met de Egyptische president Abdel Fatah al-Sisi, die de smokkelroutes naar Gaza afsloot. De Amerikaanse gezant Kerry deed vredespogingen, maar zonder succes.

In juni 2014 werden drie Israëlische tieners ontvoerd en vermoord op de Westoever en Islamitische Jihad stuurde vanuit Gaza raketten naar Israël. Israël sloeg hard terug: gedurende 51 dagen werden de tunnels van Hamas bestookt en hele woonwijken van de kaart geveegd. Er vielen 2.200 Palestijnse en 73 Israëlische doden (p. 192).

In 2015 waren er alweer verkiezingen. Likoed won overtuigend. Vanaf 2015 liepen/lopen er strafzaken tegen Netanyahu en zijn vrouw, die verdacht worden van machtsmisbruik voor persoonlijke doeleinden. Hij is de eerste premier die voor de rechter moet komen (p. 203-206).

In september 2016 beloofde Obama 38 miljard militaire hulp. Maar in december 2016 vroeg John Kerry dat Israël zich zou terugtrekken naar de grenzen van 1967. Netanyahu reageerde woedend.

De verkiezing van Trump was voor hem een opluchting. Trump erkende in december 2017 Jeruzalem als hoofdstad en in 2018 stopte hij de financiering van de UNRWA. Abbas reageerde furieus. Het Hooggerechtshof keurde in 2018 een wet af die de nederzettingen legaliseerde.

In 2018 nam de Knesset de ‘Wet op de Joodse Natiestaat’ aan: Israël is het historische thuisland van het Joodse volk, het Hebreeuws is de enige officiële taal. De Arabische Israëliërs, die 20% van de bevolking uitmaken, voelen zich daardoor gedegradeerd, hoewel ze hun stemrecht en burgerrechten behouden. Voor Netanyahu was de wet een overwinning (p. 210-212).De Mossad toonde dan aan dat Iran een geheim kernwapenprogramma had. Gevolg: Trump voerde zware sancties in. Bovendien erkende hij in 2019 de Israëlische soevereiniteit over de Golan en vond hij de nederzettingen gerechtvaardigd (p. 213).

In 2019-2020 moesten de kiezers drie keer naar de stembus in minder dan een jaar. Dan kwam corona. De regering reageerde snel en krachtig. De ultraorthodoxen gehoorzaamden niet, waardoor zij hoge besmettingscijfers kregen.

In 2020 sloot Netanyahu de Abraham-akkoorden met de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Egypte en Soedan. Voor het eerst sloten Arabische staten vrede zonder een oplossing voor het Palestijnse vraagstuk.

In maart 2021 waren er alweer verkiezingen, zonder duidelijke winnaar. Er waren acht partijen nodig om een coalitie te vormen zonder Netanyahu, die 12 jaar premier was geweest.

Maar na de verkiezingen van november 2022 werd Netanyahu opnieuw premier, nu van de meest rechtse en meest religieuze regering ooit. Zijn poging om de macht van het Hooggerechtshof in te perken mislukte door massale stakingen. Bovendien was er onrust op de Westoever, in Gaza en Libanon plus onenigheid binnen de regering.

7 oktober 2023 werd een nationale ramp en een nederlaag voor Netanyahu. 5.000 Hamasleden doodden 1.200 Israëli’s en ontvoerden er 250. Israël reageerde ongenadig met luchtaanvallen en een volledige blokkade van voedsel, water, elektriciteit en brandstof. 73.000 Gazanen werden gedood, van wie 70% vrouwen en kinderen (p. 247).

Men eiste het aftreden van Netanyahu, omdat hij jarenlang had toegestaan dat Qatar veel geld gaf aan Hamas en deze ramp niet had zien aankomen. Hij zou ook niet geluisterd hebben naar waarschuwingen uit Saoedi-Arabië en Egypte. Hezbollah opende vanuit Libanon een tweede front. De Houthi’s en andere door Iran gesteunde milities vielen ook aan.

Netanyahu vond de vernietiging van Hamas belangrijker dan het terugkrijgen van de gijzelaars. De verwoesting van Gaza en de schending van de mensenrechten leidden tot wereldwijde kritiek en in december 2024 tot een arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof tegen Netanyahu en minister Gallant. Onderzoeken wezen uit dat waarschuwingen genegeerd waren door arrogantie aan de top, een zeer pijnlijke conclusie voor Netanyahu.

De overwinning van Trump was een zegen voor Netanyahu. Zijn wereldvreemd plan om van Gaza de ‘Riviera van het Midden-Oosten’ te maken deed Netanyahu stralen. Trump ondersteunde ook de aanvallen op Iran in juni 2025 met zware bombardementen op de nucleaire bunkers. Maar in september 2025 eiste hij dat Netanyahu zich verontschuldigde bij de Qatarese premier voor zijn aanval op Doha. Daarna moest hij ook Trumps vredesplan accepteren. Maar hij voerde het niet uit (p. 255-259).

Op 28 februari 2026 vielen de VS en Israël Iran aan. Het werd een dure uitputtingsslag, met wereldwijde gevolgen voor de scheepvaart en de energieprijzen. Iran sloot de Straat van Hormuz af, de Houthi’s die van Bab al Mandab. In 2026 nam ook het kolonistengeweld toe op de Westoever en kwam er discussie over de dienstplicht voor ultraorthodoxen.

Diepenhorst besluit: Netanyahu roept tegelijk bewondering en afkeer op. De geschiedenis zal uitmaken of hij Israël veiliger maakte of dieper verdeelde. En ook hoe de Israëliërs, Palestijnen, Libanezen, Iraniërs over hem zullen oordelen.

De geschiedenis vormde voor hem een instrument om politiek te bedrijven: het verleden was altijd aanwezig in zijn toespraken. Eeuwenoude trauma’s verklaarden zijn hedendaagse keuzes, soms met verdraaiing van de feiten, o.a. om het Palestijnse verzet te plaatsen in de lange geschiedenis van Jodenhaat. Dat deed zijn vader ook al. Van zijn vader en van zijn heldhaftige broer Yoni kreeg hij de drang om zich te bewijzen.

In zijn eerste termijn als premier (1996-1999) was hij nog pragmatisch. Vanaf 2009 veranderde dat onder invloed van Hamas en van de verrechtsing in Israël: hij heeft nooit geloofd in een oplossing van het conflict met de Palestijnen. Hij wil(de) het niet beëindigen, maar beheersen. En sinds 1999 herhaalt hij dat Iran de grootste bedreiging vormt.

Hij was een succesvol economisch hervormer, Israël werd rijker en invloedrijker, maar hij vergrootte de kloof tussen arm en rijk. Hij sloot vrede met enkele Arabische landen, maar niet met de Palestijnen. Hij dacht dat hij Hamas onder controle had, totdat de aanval van 23 oktober 2023 zijn fatale misrekening aantoonde. Ook zijn aanpak van het Hooggerechtshof mislukte.  De vraag blijft dus: was hij een staatsman of een splijtzwam?

Beoordeling
Dit boek beschrijft niet enkel het leven en karakter van Netanyahu, maar ook de geschiedenis van Israël en van de Palestijnen van de laatste 80 jaar.

De auteur kent alle details en heeft zijn werk weer bijzonder grondig gedaan. Hij toont duidelijk aan hoe moeilijk de onderhandelingen tussen Joden en Palestijnen verlopen en hoe weinig Israël bereid is om grondgebied terug te geven aan de Palestijnen, ondanks de Amerikaanse druk.

Netanyahu is geen gemakkelijk mens, zijn vrouw Sara is nog erger: zij eist de beste plaatsen op in het vliegtuig en exclusieve hotels (p. 159), liefst op andermans kosten. De auteur spaart hen niet. Opmerkelijk is ook hoe vaak Israël nieuwe verkiezingen heeft en hoe moeizaam de vele partijen met elkaar overeenkomen.

De opmerkingen die nu volgen betreffen details: op p. 16 staat ‘het voorstel’ i.p.v.  ‘Toen Herzl voorstelde’. Op de kaarten van p. 41 en 101 mis ik Caesarea en Karameh. Op p. 68 is het niet duidelijk of er 63 of 241 Amerikaanse doden waren. De AIPAC wordt genoemd op p. 72, maar de uitleg volgt pas op p. 82. Op p. 128 gaat het over ‘Een kaart … dat’. Ik  zou zeggen: een kaart, die. Op p. 132 staat dat 27% van de Westoever onder Palestijns bestuur staat en 91% onder Israëlisch: dat is samen 118%.Op p. 137 staat ‘zijvarkensvlees’ in één woord i.p.v. twee.

De titel van het artikel op p. 215-216 luidt: ‘Geschenken uit Washington’. Maar dat artikel gaat over Palestijnse protesten en over dienstplicht voor ultraorthodoxe studenten.

En tenslotte: het boek van Khalidi (p. 288) bestaat ook in Nederlandse vertaling.

ISBN 9789465337081 | Paperback | 292 pagina’s, kaarten, chronologie, noten, bibliografie | Diepenhorst Press | 12 augustus 2026

©Jef Abbeel, Turnhout    september 2026      www.jefabbeel.be