Susanne Koster 

Achtergelaten
De oneindigheidstrilogie 2
Suzanne Koster

‘Je bent niet alleen zo stom als het achtereind van een varken, maar je ziet er ook uit als een varken met dat eeuwige gevreet van jou.’


‘Hier met dat ding! Dat afgelebberde vod kan nu eindelijk de vuilnisbak in. Je bent verdomme geen baby meer.’


Bak heeft een enorme hekel aan zijn twee stiefdochters en dat laat hij duidelijk blijken. Steeds krijgen ze vernederende opmerkingen en beledigingen te horen, ze worden uitgescholden en geslagen, en dat terwijl hun kleine broertje uitstekend behandeld wordt.
Maar ja, dat is wèl zijn eigen zoon!


De oudste dochter is Saskia, over wie het eerste deel van deze trilogie gaat, dat Zwarte Lieveling heet. Net als in dit tweede deel is het thema kindermishandeling. In Achtergelaten wordt Jonka, de andere dochter, verteld dat ze voor zes weken naar een tehuis moet. ‘Voor moeilijk opvoedbare kinderen’ sneert de stiefvader, die er niet bij vertelt dat het voor onbepaalde tijd is. Hij wil helemaal niet dat ze terug komt.


Haar moeder is depressief, bang voor haar man en te zwak om te protesteren. Saskia moet thuisblijven om voor baby Freddie te zorgen. Als Jonka er achter komt dat ze haar achtergelaten hebben, begint er langzaam, heel langzaam iets in haar te branden: verzet. Nooit mocht zij buitenshuis iets zeggen over wat er thuis aan de hand was, en haar stiefvader deed zich altijd voor als een aardige charmante man dus geen mens die er erg in had, dat haar blauwe plekken niet van een ongelukkige valpartij kwamen.  Het is moeilijk voor haar: ze blijft in haar hoofd de snerende stem van Bak horen, maar tenslotte ontmoet ze mensen bij wie ze zich veilig kan voelen, die ze leert vertrouwen.


Is er dan niemand die aan haar kant staat? Jawel: haar oom en tante. Zij weten wat er aan de hand is. Maar regels zijn regels, en zij kunnen niets doen. Zeker als Bak de maatschappelijk werkster op zijn hand heeft.


Baks invloed is groot, en haar moeder te zwak. Er volgt een verhuizing naar een ander tehuis, waar een strenger beleid heerst. Jonka weet haar biologische vader er van te overtuigen haar in huis te nemen, maar helaas betekent dat dat ze van de regen in de drup komt. Ook hij heeft een akelige manier  van opvoeden.
Gelukkig blijkt Jonka een sterke meid te zijn.


Het verhaal wordt deels door middel van flashbacks verteld, en verloopt in een razend tempo. Is Jonka aan het begin van het verhaal negen jaar, aan het eind is ze bijna achttien. 


In een roman is er vaak bij het thema mishandeling ook ruimte voor hoop. Zo ook hier: geef niet op, er zijn altijd mensen die je wèl kunt vertrouwen, mensen die het wèl goed met je voor hebben. Dat geldt voor de mensen in je directe omgeving, maar ook bij die logge instanties die zich vasthouden aan regels zijn er mensen te vinden die verder kijken dan hun neus lang is. De adressen waar je terecht kan als dat nodig mocht zijn, staan achter in het boek, in deze heruitgave aangepast. Ook wordt verteld dat een deel van het verhaal gebaseerd is op de werkelijkheid, maar dat gelukkig dit soort tehuizen niet meer bestaan en dat er veel verbeterd is in de afgelopen jaren.


Susanne Koster (1957) schreef verschillende jeugdromans en psychologische thrillers. Zwarte lieveling en Achtergelaten zijn deel 1 & 2 in de opnieuw uitgegeven Oneindigheidstrilogie.


ISBN 9789044832013 | Hardcover | 290 pagina's | Uitgeverij Clavis | april 2018 | Vanaf 13 jaar

© Marjo, 11 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER


 

altAchtergelaten
Susanne Koster

Dit boek zou het vervolg zijn van ‘Zwarte lieveling’, waarin de schrijfster het verhaal vertelt van de zus van de hoofdpersoon die in ‘Achtergelaten’ optreedt. Ik heb dat andere boek niet hier, maar krijg toch de indruk dat er dan wel overeenkomsten zijn, maar dat de verhalen volledig op zichzelf staan.


De zussen, Saskia uit ‘Zwarte lieveling’ en Jonka uit ‘Achtergelaten’ wonen in hetzelfde gezin, met hun eigen moeder en een stiefvader. Zussen, zeg je, natuurlijk wonen die in hetzelfde gezin! Dat is hier helemaal niet zo vanzelfsprekend. Ze hebben namelijk niet dezelfde vader. Jonka’s vader heeft ook weer een dochter bij een andere vrouw, en als hij opnieuw trouwt, op zijn beurt weer een stiefdochter.
En bij Saskia en Jonka is er nog Freddie, van weer een andere vader. Deze man, Baks, behandelt zijn stiefdochters erg slecht. Ze moeten hard werken, mogen niets, en ieder woord, iedere daad die hem niet zint wordt afgestraft met flinke klappen. Baks wil Jonka helemaal kwijt, en helaas voor haar is haar moeder zwak, en laat het toe.


‘Buiten de deur houd jij je smoel over wat er hier in huis gebeurt, heb je dat goed begrepen?’


Jonka moet naar een tehuis. Voor zes weken, denkt ze, tot haar moeder, die depressief is, weer beter is. Al snel komt ze er achter dat iedereen tegen haar gelogen heeft. Ze is er om te blijven, zo wil Baks het. Wel verhuist ze naar een tehuis dat dichterbij huis ligt, zogenaamd opdat haar moeder vaker op bezoek kan komen. Maar daar komt niets van. Het enige lichtpuntje zijn de bezoekjes van oom en tante. Die zien de gang van zaken machteloos aan, maar doen hun best. Ze sporen Jonka’s vader op, die zijn dochter wel in huis wil nemen.


Jonka is – vermoed ik - een jaar of elf als ze uit huis geplaatst wordt, ze is zeventien als het verhaal eindigt, afgezien van de epiloog. Behalve dat ze haar achtergrond niet mee heeft, heeft ze ook een nogal fors postuur. Kinderen pesten haar daarmee. Aanvankelijk heeft ze nauwelijks zelfvertrouwen, maar ze is sterker dan ze er uit ziet; ze benadert anderen op een heel eigen wijze, en kan zich zo redelijk goed redden in de strenge tehuizen. Maar natuurlijk verlangt ze naar een gewoon gezin, een thuis zoals ze dat bij een vriendinnetje ziet: gezellig met z’n allen rond de tafel, waar men respectvol met elkaar om gaat. Zal ze dat bij haar vader vinden?


‘Mam, als ik op het schoolplein sta en alle kinderen staan om me heen, dan ben ik niet alleen, maar ik ben wel eenzaam. Die kinderen kennen mij niet, niet zoals jij mij kent en niet zoals papa. Dat bedoel ik met eenzaam.’
‘Ja, zei haar moeder zacht, ’Dat is wel erg. Ik dacht dat je het daar leuk had.’
‘Hoe kan ik het daar leuk hebben, mam? Ik ben toch niet thuis?’


Het leven in een tehuis is hard, daar windt Suzanne Koster geen doekjes om. Ik hoop van harte dat het niet in alle gebroken gezinnen loopt zoals in de gezinnen in dit boek. Losse handjes, onderdrukking, geestelijke mishandeling, het zou voor iedereen onvoorstelbaar moeten zijn, maar dat is het helaas niet.
Vreselijk is het als je als minderjarige niet geloofd wordt, als men je zo indoctrineert dat je je zelfs schuldig voelt aan alle ellende die je door toedoen van anderen overkomt.


ISBN  9789025111670 | Hardcover | 224 pagina's | Holland B.V. | september 2011
Leeftijd 13+

© Marjo, 13 oktober 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER