Het werkstuk
of hoe ik verdween in de jungle
Simon van der Geest
Zoektocht naar een vader
Een Surinaamse vader met een gat in zijn hart. Een Nederlandse moeder die een bekende zangeres is. En een dochter die haar vader wil zoeken in Suriname. Dat zijn de drie ingrediënten van het razend spannende en vlot vertelde boek Het werkstuk van Simon van der Geest.
Spannend, vlot en filmisch zijn drie woorden waarmee dit laatste boek van Simon van der Geest kan worden beschreven. In twee delen vertelt hij over de zoektocht van de tienjarige Eva Loks naar haar Surinaamse vader. Een zoektocht met veel haken en ogen.
Dat Van der Geest een theatermaker is, merk je al direct aan het fragment dat hij vooraf laat gaan aan dit kinderboek. Een ik-figuur staat tot aan haar middel in een woest kolkende rivier. Ze wordt bijna meegesleurd en probeert niet aan kaaimannen, piranha’s en watergeesten te denken. Ze is nog het dichtst bij de oever waar ze het water in ging. Daar hangt haar rugzak met het werkstuk, waar ze een paar weken geleden in Nederland aan begon te schrijven. Het touw van de touwbrug schuurt in haar handen. Gaat ze de overkant halen? Durft ze over te steken?
Het eerste deel van het boek heet ‘Het werkstuk’ en speelt zich af in Nederland, waar Eva Loks met haar moeder Silla Loks woont. Ze moet een werkstuk schrijven voor school en ze mag zelf het onderwerp verzinnen, als het maar met biologie te maken heeft. Waar klasgenoten al snel een onderwerp hebben verzonnen, daar moet Eva wel een week over nadenken. Eén klasgenoot heeft een vader met een biologische kwekerij. Hij gaat zijn werkstuk schrijven over biologische tomaten, waardoor Eva denkt: ‘ik heb geen vader met een biologische kwekerij. Ik heb niet eens een vader. Ik heb alleen een moeder. En toen wist ik het opeens. Het is een onderwerp waar ik meer over wil weten. Ik weet er nog niks van. Ik doe mijn werkstuk over Biologische Vaders.’
Het woord ‘biologie’ is de trigger voor een emotionele en interessante zoektocht van Eva, want haar moeder laat maar weinig los over haar vader en wat ze vertelt is negatief. Ze refereert aan hem met de woorden ‘die worm’ en ‘die vent’. Toen Eva kleiner was, dacht ze dat Dievent de naam van haar vader was. Door de reactie van klasgenoten begreep ze pas hoe het zat. Het zijn ook precies die reacties die haar haar gemis doen realiseren. Ze ziet er heel anders uit dan haar hoogblonde moeder en dan heeft ze ook nog eens elf tenen. Dat moet ze wel van haar vader hebben. Als dat geen aanwijzing is.
Simon van der Geest neemt in het lopende verhaal bladzijdes op uit het werkstuk van Eva. Die bladzijdes herken je aan de lay-out en aan een andere, kinderlijke schrijfstijl. Ook de illustraties van Karst-Janneke Rogaar, die in zwart-wit zijn uitgevoerd en in het lopende verhaal een stoer karakter hebben, hebben een kinderlijke stijl en zelfs aan de gaatjes van de perforator is gedacht. Het maakt het boek extra geloofwaardig en realistisch.
Je wordt als lezer volledig deelgenoot van het leven van Eva èn van haar geheimen. Want omdat haar moeder niet veel vertelt over haar vader, voelt ze zich genoodzaakt om het programma Verloren Tijd (een soort Spoorloos) in te schakelen, zonder haar moeder daarvan op de hoogte te stellen. Van der Geest weet de toonzetting van dit type programma’s mooi neer te zetten als hij verhaalt over een timmerman uit Emmen die graag zijn echte moeder wil ontmoeten. Hij is geadopteerd:
“Terwijl de presentatrice naar hem luistert, knikt en zucht ze alsof hij vertelt dat hij doodziek is. ‘Dus jij hebt al die jaren een… gat in jezelf gevoeld?’ vraagt ze.
‘Nou ja, een gat…’ mompelt de timmerman.
‘Je mist iets. Je zit met die eeuwige, brandende vraag…’
Ze balt een vuist en houdt die bij zijn borst, alsof ze daar het vuurtje van die vraag kan voelen.
Hij deinst een stukje terug. ‘Ja… Zoiets.’
‘Wij gaan je helpen,’ zegt ze en ze wendt zich tot de camera. ‘Wij van Verloren Tijd, wij gaan dat brandende gat dichten. Wij… gaan op zoek.’ Ze heeft het nog niet gezegd of ze zitten al in een vliegtuig. Zo makkelijk gaat dat dus op tv.”
En zo komt het dat, na toestemming van haar moeder, Eva Loks met het programma Verloren Tijd af mag reizen naar Suriname. Haar moeder en haar opa blijven thuis en dat is misschien een klein beetje ongeloofwaardig, want wie laat nu een meisje uit groep 8 alleen met een cameraman, een presentatrice en een regisseur naar Suriname reizen? Ook nog wel voor zo’n emotionele reis.
Het tweede deel, De expeditie, speelt zich volledig af in Suriname. Van der Geest weet de omgeving en de sfeer van dit totaal andere land voor de ogen van de lezer tot leven te wekken met beeldende taal. Zo schrijft hij over de tropische warmte waar Eva in stapt als ze uit het vliegtuig komt: ‘De lucht slaat zijn dikke armen om me heen, de hitte pakt me stevig vast, vol en klam. Bam.’
Maar ook al ìn het vliegtuig, door de Surinaamse taal zelf: “’Mi gudu… Je bent een dogla, ja toch?’ […] ‘Meisje, een dogla is een mix. Jouw moeder is Nederlands en je vader Surinaams. Heb ik het goed?’ […] ‘Meestal zijn het bakra-meisjes die vallen voor Surinaamse kerels.’
Dat er in Suriname heel anders wordt gekeken naar de rol van de vader in het gezin, is indirect ook een les voor Eva en voor de lezer. Zo wordt de aanwezigheid van een vader in je leven al direct flink gerelativeerd door de taxichauffeur die Eva spreekt in de taxi van het vliegveld naar het hotel in Paramaribo:
“‘En als je hem niet gaat vinden… No span. Ik heb mijn vader ook nooit gekend. Dood. Net als mijn moeder. Ik weet niet eens wat een vader ís… Ben opgegroeid in een weeshuis… Ik zeg altijd maar: als je niet weet wat je mist, ga je het ook niet missen. Kijk naar mij, ik red me prima. Deze auto…’ Hij klopt op het dashboard – tok tok!- ‘heb ik zelf gekocht, van mijn eigen duku, zeg ik je. Geen papa die daarbij heeft geholpen… Dus maak je geen zorgen. Zonder papa red je het ook. Begrijp je?’”
De zoektocht naar haar vader begint bij een halftante in Paramaribo, die Eva met open armen ontvangt: “’Ik ben toch geen halve tante!’ valt Esseline uit. ‘Ik ben een hele tante! Wil je zeggen dat ik maar half meetel? Ik ben toch een heel mens, noh?’” Halve of hele tante, ze blijkt niet te weten waar de vader van Eva woont. Het spoor dreigt al direct in Paramaribo te stoppen, maar dan neemt Eva een drastisch besluit. Wat volgt is een spannende tocht door de jungle, die haar nieuwe vrienden en inzichten verschaft en die haar uiteindelijk ook heel goed doet realiseren wat ze achter heeft gelaten in Nederland.
Het werkstuk of hoe ik verdween in de jungle is een liefdevolle en waarachtige vertelling over het belang en de waarde van herkomst, ouderschap en vriendschap in twee culturen. Simon van der Geest heeft weer een boek geschreven dat van begin tot einde meeslepend is geschreven.
ISBN 9789021414867 | Hardcover | 400 pagina's | Querido | november 2019
illustraties Karst-Janneke Rogaar | Leeftijd 10+
© Mariska Venema, 21 september 2020
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER