Rumer Godden 

Maar ik wil dansen


Rumer Godden is al overleden, las ik. Ze is op 90-jarige leeftijd overleden in Schotland, in 1998. Ze was danslerares in Londen en in India. Ze schreef haar eerste boek in 1936, "Maar ik wil dansen" is geschreven in 1984.


Het gaat over de jongste zoon van een eenvoudige groenteboer in een buitenwijk van Londen. Doone's moeder heeft in een revue gedanst, en ze heeft grote ambities voor dochter Crystal. Zij moet een groot danseres worden. Alles moet daarvoor wijken in het gezin.
Doone is anders dan zijn broers en zus, en ze laten hem een beetje links liggen, zodanig zelfs dat de winkelbediende Beppo degene is die hem de eerste jaren verzorgt. Hij brengt de jongen ook de eerste beginselen van gymnastiek bij. Niemand heeft daar weet van..Maar op een dag ziet Crystal hun activiteiten en ze wil meedoen. Dat wordt Beppo's einde: hij wordt weggestuurd. Doone heeft er veel verdriet van, maar het is ook het begin van zijn eigen danscarrière: omdat er niemand is om op hem te passen moet hij mee naar de dansschool waar Crystal les heeft.
Hij hoort en ziet alles wat op de dansschool gebeurt, en niemand ziet hem. Behalve de pianospeler die de meisjes begeleidt, Mr Felix. Die krijgt door dat de jongen gevoel voor muziek heeft, en voor het dansen. En hij geeft hem les.
Op deze manier is Doone in staat zijn droom waar te maken: iedereen vindt hem aardig, iedereen doet zijn/haar best voor hem, terwijl Crystal aan de andere kant wel talenten heeft, dat wordt wel erkend, maar tegelijk is ze een verwaand meisje, dat zo gewend is haar zin te krijgen, dat ze eigenlijk onuitstaanbaar is geworden. En ze is vreselijk jaloers op haar jongere broer, doet alles om hem te dwarsbomen.


Het boek is als een sprookje: Doone heeft een droom, en de gave om de droom waar te maken, maar zijn omgeving werkt hem tegen. En als in een sprookje komt alles op zijn pootjes terecht. Hij leefde nog lang en gelukkig...


Uitgever Hasselt : Clavis Jaar van publikatie 1994 Paginering 286 p. vanaf 13 jaar ISBN 9068221795
Vertaald  door Hilde Vandeweghe

© Marjo, september 2006