Apollo's ondergang
Rom Molemaker
De moeder van Lester Stevens vindt haar zoon onhandelbaar. Ze kan hem niet langer aan, dus moet hij maar naar een jeugdinstelling. Lester vindt dat niet eens zo erg, want thuis heeft hij het niet naar zijn zin. Zijn vader heeft hem en zijn moeder in de steek gelaten. Op dat moment woonden ze nog in Australië, maar zijn moeder wilde terug naar Nederland, waar ze toetrad tot een streng-christelijke sekte.
Lester is echter een zoon van zijn vader: al die regels, het ‘moeten’, dat is niks voor hem, en toen hij eenmaal naar het voortgezet onderwijs ging kreeg hij foute vrienden. Van school zag hij niet veel meer, hij hing rond op straat, werd opgepakt wegens kleine criminaliteit en moest taakstraf vervullen. Maar dat hielp dus niet en nu brengt zijn moeder hem naar Dr. Predikman, een jeugdinstelling midden in de bossen. De opzet van deze instelling was: eigen verantwoordelijkheid leren nemen. Je krijgt als lezer het idee dat dit nu precies is wat Lester wil en wat hij ook aan kan mits hij in de juiste omgeving is.
Op Dr. Predikman wijst de directeur, van wie hij niet meteen hoogte krijgt, hem een oudere leerling als mentor toe. Dat is Apollo Vrieling. De jongens met wie Lester een huis deelt waarschuwen hem:
‘Je had beter kunnen treffen, maar zeker niet slechter.’
‘Apollo is puur vergif, daar heeft Sven gelijk in,’ beaamde Dwayne. ‘Dat weet iedereen.’
‘O?’ zei ik afwachtend. ‘Vertel’.
‘Hij zuigt je leeg, spuugt je dan weer uit, laat je alles oplikken, en dan begint hij weer van voren af aan.’ Die uitleg gaf me een duidelijk beeld, en dat bezorgde me een vieze smaak in mijn mond, maar ik slikte en zei: ‘Zo erg kan het toch niet zijn?’
Maar al snel komt Lester er achter dat er inderdaad niet te spotten valt met Apollo. En evenmin met zijn vriendinnetje Charmaine. En er zijn nog meer mensen van wie hij niet zeker weet aan wiens kant ze staan. Zelfs wat betreft de leraren is dat onduidelijk. Men is bang voor deze jongen.
Maar wie is Apollo Vrieling dan eigenlijk? Heeft hij – of zijn maten – iets te maken met de onverwachte dood van Ylias, de jongen wiens plaats Lester inneemt? De jongen zou gevlucht zijn, en onverhoeds de straat opgerend waar hij aangereden werd met dodelijk gevolg. En ook zijn er nog niet zo lang geleden twee meisjes verdwenen. Wat is er aan de hand in deze jeugdinstelling?
Je volgt het verhaal door de ogen van Lester. Die is meer bezig met zijn kwelgeest en een paar meisjes dan met schoolwerk. Ook krijg je niet echt een beeld van wat er nu eigenlijk gedaan wordt om de jongeren weer in het gareel te krijgen. Jammer wel, want daar heeft Rom Molemaker vaker over geschreven en die kennis heeft hij dus wel. In dit verhaal blijft het bij een spannend verhaal, een jeugdthriller.
De titel is wel een weggevertje, maar wat er nu precies aan de hand is in die instelling, wie je wel en wie dus niet kunt vertrouwen, dat blijft lang onduidelijk.
Het boek leest als een trein, het verhaal is chronologisch in een vlotte stijl geschreven, zonder flashbacks of andere lastige stijlvormen, dus heel geschikt voor de onderbouw van de middelbare school. Na de intrigerende proloog valt de spanning enigszins weg, tenenkrommend wordt het ook niet meer, maar wel spannend genoeg om lekker door te blijven lezen. Je wilt tenslotte wel weten hoe het verder gaat!
Rom Molemaker is een Nederlands jeugdschrijver. Na de kweekschool te Utrecht afgerond te hebben, stond Molemaker van 1968 tot en met 1996 voor de klas. Sinds 1998 is hij fulltime schrijver.
ISBN 9789025114497 | Paperback | 160 pagina’s | Uitgeverij Holland | oktober 2019
Leeftijd vanaf 13 jaar
© Marjo, 6 februari 2020
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER