Nadja van Sever 

De rode ballon
Nadja van Sever

De achtjarige Sem krijgt een broertje. Of een zusje, waarschuwen zijn ouders hem, maar nee:


‘Je moet niet zo hard roepen,’ moppert mama. ‘De baby houdt niet van lawaai.’
Sem rolt met zijn ogen. Hij riep toch niet te luid. En die baby moet tegen een stootje kunnen. Hij hoopt zo dat de baby een broertje is. Daar kan hij een balletje mee trappen of lekker mee worstelen in de tuin.’


Nee, ‘een sullig meisje met een roze jurkje aan’, dat wil hij niet. Gelukkig grijpt mama meteen de gelegenheid aan om duidelijk te maken dat een jongen niet automatisch wil voetballen en een meisje, zelfs al houdt ze van roze, ook niet altijd alleen maar met poppen speelt.
Terwijl de zwangerschap duurt, is Sem toch alleen maar bezig met een broertje; op school schept hij er over op.
Maar dan komt er slecht nieuws; het kindje groeit niet genoeg. Mama moet naar een specialist, die helaas het oordeel bevestigt. Er is weinig hoop, de zwangerschap wordt beëindigd.


Terwijl we Sem volgden in het acceptatieproces van niet meer alleen zijn, geen broertje krijgen maar een zusje, en nu ook geen zusje, lezen we tussendoor hoofdstukken met een cursieve tekst, waarin het meisje, zijnde de baby aan het woord is. Vanuit de baarmoeder wil ze haar broertje en haar ouders helpen.
Kato, zo wil Sem dat zijn zusje zal heten, sterft. Je zou verwachten dat ze nu geen stem meer heeft, maar die heeft ze wèl!
En door haar te blijven opvoeren is het verhaal nog indringender. Natuurlijk vindt zij het ook niet leuk dat ze nooit met Sem kan spelen, maar, zegt ze, ik zal er altijd voor je zijn!


‘ik blijf wel in je buurt,’ fluister ik zacht. Ik blijf je coole zus. Ik zal er zijn als je me nodig hebt. Ik word wie of wat je wil: een ster aan de hemel, de ruisende wind, een vlinder, een kabouter in een paddenstoel, een vogel bij het raam of een mooie regenboog. Ik zal boven de wolken vliegen, maar ik kom altijd naar je toe als je me nodig hebt.
Al kunnen we nooit samen voetballen, ik zal zorgen dat jij een kei van een voetballer wordt. Dat beloof ik je lieve broer.’
Sem knikt nogmaals. Ik weet niet of hij me gehoord heeft, maar hij glimlacht weer, alsof hij alles wat ik zeg, diep binnenin wel weet.’


Heftig, dit thema over sterrenkinderen, kinderen die in de baarmoeder of net na de geboorte overlijden. Vragen worden beantwoord: wat gebeurt er precies als een baby al in de baarmoeder sterft? En wat doe je daarna?
Vanaf het slechte bericht al vrij voor in het boek gaat het over rouwverwerking. Hoe ga je als ouders, maar ook als toekomstige broer/zus om met een verdriet als dit? Er zijn schuldgevoelens – Sem bijvoorbeeld denkt dat Kato stierf omdat hij zo graag een broer wilde. Er is boosheid, en heel veel verdriet.
Het is heel begrijpelijk dat mama even geen oog meer heeft voor haar zoon. Hoe doorbreek je dat?


Welke mogelijkheden biedt de buitenwereld, als het thuis even niet lukt? Daarom staan achterin ook adressen. In dit geval van Vlaamse organisaties, maar in Nederland zijn er ook die hulp bieden. Er is de kindertelefoon, er zijn boeken over rouw en lotgenootgroepen.


Een belangrijk onderwerp, maar behoorlijk zwaar. Een jong kind zou dit beter niet in zijn eentje lezen, al is het wel vooral gericht op kinderen die iets dergelijks meemaken. Nadja van Sever beschrijft het op integere wijze, ze zet het niet aan, het verhaal op zich is al erg genoeg. En er is ook ruimte voor wat humor.
Een zwaar thema ‘op zijn Severs’ behandeld.

Nadja Van Sever (1965, Tervuren) is leerkracht in een basisschool. Zij schrijft boeken over moeilijke onderwerpen, zoals minderjarige vluchtelingen uit Afghanistan. En over ADHD, of over een meisje met een autismespectrumstoornis en een jongen met dyslexie.


ISBN 9789044839760  | hardcover |161 pagina's | Uitgeverij Clavis| januari 2021
Met zwart-wittekeningen van Frederique Culot | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 18 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER