Mo Ohara 

Mijn dikke vette zombiegoudvis 2
Mo O’Hara


Wie het eerste boek over de zombiegoudvis gelezen heeft, weet best dat Frankie - dat is zijn naam -  helemaal niet zo gemeen is. En gevaarlijk, dat is hij alleen voor wie hem of zijn vrienden kwaad wil doen. Een daarvan is de oudere broer van Tom, onze verteller. Sinds hij op de middelbare school zit is Mark echt gemeen ten opzichte van Tom en zijn vriend Pradeep. Ze noemen hem de kwaadaardige professor, omdat hij graag experimenteert met zijn scheikundedoos.
Het komt ook eigenlijk door Mark dat een onschuldig goudvisje ineens een akelig uitziend zombievisje werd. Ineens kan Frankie springen, plotseling uitgroeien tot een enorme vis, en hij kan hypnotiseren!


In dit tweede boek gaat Tom op vakantie met zijn vader. Ook Pradeep en zijn vader gaan mee, en natuurlijk Mark en het kleine zusje van Pradeep.
Dat zusje, Sami, is dol op ‘wriemelvisje’ zoals ze Frankie noemt. En dat is wederkerig.


‘En, hoe is het met jou, kleine prinses?’  vroeg Pradeeps vader aan Sami.
‘Papa, wriemelvisje kwam terug en we klommen omhoog en aal deed bzzzt, en toen deden visje en aal zap-zap, en toen lichtje overal, en Fritsie deed plons en jullie waren thuis.’


Ha ha, stel je het gezicht van die vader voor!
Dit kleine meisje steelt de show, al kunnen we Frankie niet negeren natuurlijk.
Het gezelschap huist in een vuurtoren, beheerd door een onaardige vuurtorenwachter, die hen uitlegt waarom het zo rustig is aan de kust: er is een kwaadaardige aal gesignaleerd, een hele grote gemene aal!


'Mark trok zijn koptelefoontje uit zijn oren. ‘Hebben ze hier een kwaadaardige aal? Cool.’
‘Hij is niet cool, jongeman’,  gromde de vuurtorenwachter. ‘Hij is duivels, gruwelijk, en een gevaar voor mens en schip.’


Je ziet als het ware hoe Mark meteen gemene plannetjes begint te bedenken! En ja hoor: ondanks de waarschuwingen niet de zee op te gaan, trekt hij er op uit om de aal te gaan vangen. En als hij merkt dat Tom en Pradeep hem dreigen te verraden, dreigt hij: hij zal dat visje wel aan die aal voeren!


Wat een vakantie! Sami ligt die morgen helemaal niet in haar bed, zoals haar vader denkt; Frankie gaat die grote gevaarlijke zee in; Mark komt niet terug van zijn vistocht…
Hoe gaat dit allemaal goed komen?
Een vondst is de vuurtorenwachter, die dezelfde manier van communiceren blijkt te hebben als Tom en Pradeep.


Als de vakantie achter de rug is volgt een tweede verhaal. De jongens zijn weer op school en willen meedoen aan het jaarlijkse toneelstuk. Dit verhaal draait meer om de vriendschap tussen Tom en Pradeep. Eigenlijk zijn de jongens helemaal geen concurrenten, ze willen wel alle twee mee doen met het toneelstuk, maar wat er dan gebeurt, dat hadden ze niet voorzien.
Zijn ze nu geen vrienden meer? Dat kan toch niet?
Het is nu een goed ding dat Mark zich met het toneelstuk komt bemoeien, want als Frankie - die natuurlijk mee moest, hij is niet veilig thuis - zijn stem hoort, is hij op zijn hoede. Zal hij Marks gemene plan weten te verijdelen?


Actie en humor, heel veel humor!
Hoe dat toch serieuze toneelstuk over Robin Hood zich tot een heuse slapstick ontwikkelt, dat is werkelijk hilarisch. Bij alle twee de verhalen staan weer leuke tekeningetjes, en ook hier is Frankie in de rechterhoek onder aan de pagina kunstjes aan het vertonen!
Tom is eigenlijk best een serieuze jongen, maar hij raakt steeds verzeild in de meest vreemde situaties waar hij zich dan maar weer uit moet zien te redden. Zonder Frankie – en Sami! – zou dat vast niet lukken!


Mo O’Hara is een Amerikaanse schrijfster van kinderboeken. Zij woont in Londen, waar ze behalve schrijfster ook actrice is.


ISBN 9789048860449 | Hardcover | 176 pagina's | Uitgeverij Moon | september 2021
Vertaald uit het Engels door Anne Douque | Illustrator Marek Jagucki | Leeftijd 7+

© Marjo, 26 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER