Verboden te vliegen
Martine Letterie
Voor de Tweede Wereldoorlog hielden veel mensen duiven. Ze werden gefokt om er wedstrijden mee te winnen, maar ze belandden ook wel in de pan als een duif niet goed kon vliegen of als er te veel waren. Ook in het gezin van Fietje, die net als haar oudere broer Marius en hun vader dol op de duiven is.
Het gezin is vrij groot, acht kinderen zijn er al en eentje onderweg, heel normaal in die tijd. Ze wonen in een dorpje vlak bij de Belgische grens.
‘Elke dag zorgt Fietje samen met haar broer voor de duiven in het duivenhok. 'Dan wennen de duiven aan jou, voor als ik er een keer niet ben,' heeft Marius gezegd toen hij haar de eerste keer liet helpen. Maar waarom zou hij er een keer niet zijn? Hij is er immers altijd?’
Fietje weet zeker dat ze de duiven kan verstaan, en zij haar. Dat maakt het allemaal wat makkelijker. Ze heeft een speciale band met de duif Charlie. En Charlie met haar. Dat lezen we in de stukken tekst die vanuit het perspectief van Charlie geschreven zijn. Dan hebben de duiven het over de Pet en de Kuif…
Onder aan de pagina staat dat aangeduid met een tekeningetje van een duiventil.
Maar dan breekt de oorlog uit. Hun vader – op zijn Brabants ‘onspap’ - wordt opgeroepen. Fietje bedenkt een plan om daar een stokje voor te steken, maar zij kan de oorlog natuurlijk niet tegenhouden, evenmin als de maatregelen die de Duitsers nemen.
Het begint kalm, maar wordt steeds erger. Spullen inleveren, fietsen en radio’s, heel vervelend, maar waar Fietje vooral kwaad om wordt is dat de Duitsers ook duiven meenemen. En omdat er boodschappen mee overgebracht kunnen worden, mag er natuurlijk niet meer mee gevlogen worden. Dat mag niet gebeuren, vindt Fietje. Ze zorgen voor een schuilplek, waar de meest dierbare duiven opgeborgen worden. Ze krijgen een bandje om hun keel – krop – om er voor te zorgen dat ze niet kunnen koeren.
Tot haar grote schrik ziet Fietje op een dag dat Marius door de Duitsers wordt opgepakt! Snel geeft ze hem Charlie mee, die kan dan terug komen vliegen met een boodschap.
Het verhaal is opgebouwd uit vier delen: voor de oorlog; oorlog; het begin van het einde; vrijheid. Het is jammer dat het lettertype zo klein is, dat maakt het zelf lezen wat lastiger. Maar Letterie vertelt in eenvoudige taal en om voor te lezen is het in ieder geval uitstekend.
De duiven hebben een zelfde positie in de oorlog als de joden hadden: registreren, allerlei verboden, en tenslotte ‘vervolging’.
Op een heel leuke manier lezen kinderen hoe het leven in de oorlog was: een compleet andere tijd, dus best lastig dat duidelijk te maken. Maar Letterie slaagt daar wel in. En natuurlijk leren ze ook hoe het allemaal werkt in de duivensport.
De tekeningen van Rick de Haas zijn mooi om naar te kijken.
Martine Letterie won met dit boek de Thea Beckmanprijs 2020.
ISBN 9789025876777 | Hardcover | 140 pagina's | Uitgeverij Leopold | april 2019
Met illustraties van Rick de Haas. | Leeftijd vanaf 6 jaar
© Marjo, 12 maart 2020
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER