Overal water
Ineke Mahieu
Na haar mooie debuut De reis van Sjaak Lemère heeft Ineke Mahieu opnieuw een indrukwekkend boek geschreven. Deze keer gaat het over een jongetje dat de watersnoodramp van 1953 meemaakt en zich staande moet zien te houden.
Het verhaal begint op donderdagmiddag 29 januari 1953. De dag dat alles nog gewoon was.
Hoofdmeester Stronk was die middag in de klas geweest. Hij had verteld over het voetbaltoernooi in de paasvakantie. Bussen vol schoolelftallen uit de heel Zeeland zouden naar een groot sportveld in Rotterdam gaan.
'Ik wil alleen jongens met échte voetbalschoenen hebben' had hoofdmeester Stronk gezegd.
Alsof er ook onechte voetbalschoenen bestonden.
Nout had alleen de afgetrapte gymschoenen van zijn grote broer Leen. 'Stom, die regels van Stronk,' mopperde hij. 'Nu kunnen een heleboel jongens niet meedoen.'
'Dat toernooi is alleen voor kinderen van rijke ouders,' zei Jannetje.
Nout knikte, 'Zoals Laurens Hoogerhuis. [...]'
Nout woont in 'Het Buurtje' het dorpswijkje waar mensen wonen die het niet zo breed hebben. Jannetje is zijn buurmeisje. Ze gaan altijd samen naar school maar dit is het laatste jaar, over een paar maanden gaat Nout naar de ambachtschool. Nout weet nu al dat hij de wandelingen met Jannetje zal missen.
Thuis vertelt hij over het toernooi en de voetbalschoenen. Zijn broer Leen (18) vindt het heel raar dat Nout, de beste voetballer van de hele school, niet op zijn gympen mag meedoen maar vader snapt het meteen. Meester wil geen kinderen uit Het Buurtje mee hebben en al helemaal geen kinderen die niet naar de kerk gaan. Diezelfde avond loopt Nout naar bij opa Hidde die in een dijkhuisje onderaan de Hoge Zeedijk woont. Hij probeert bij opa geld los te peuteren voor voetbalschoenen maar dat lukt niet wel hoort hij iets over zijn broer Leen. Iets wat hij nauwelijks kan geloven, zou zijn broer echt smokkelen?
Bij thuiskomst vertelt zijn hoogzwangere moeder dat ze de volgende dag met vader en de kleintjes naar tante Tinus gaan. Zij heeft een groot en warm huis. Na de geboorte van het kleintje komen ze weer terug. Nout en Leen moeten zich maar even zelf zien te redden en Jannetjes moeder is er ook nog.
Dat weekend zal Nout nooit meer vergeten. Als hij vrijdags thuiskomst van school heeft Leen voetbalschoenen voor hem! Ook mag Nout met Leen mee op smokkeltocht, wat een heel spannend avontuur wordt. Zaterdagochtend moet hij eerst nog naar school. Daar wordt hij bij meester Spronk geroepen. Hij wordt beschuldigd van diefstal van het geld voor de voetbalshirtjes... hoe komt hij anders aan die nieuwe schoenen... Nout mag niet mee naar Rotterdam, beslist de hoofdmeester.
Woedend gaat Nout naar opa Hidde maar die luistert nauwelijks. Opa is onrustig, het waait veel te hard en die lamstraal van een dijkgraaf Hoogerhuis kijkt nauwelijk naar de dijken om. De dijkgraaf vindt dat opa overdrijft met zijn waarschuwingen dat het mis zal gaan, dat hij maatregelen moet nemen. Die nacht zal het ook nog giertij (springtij) worden...
Opa krijgt helaas gelijk, die nacht breken de dijken en heel veel mensen zullen het niet na kunnen vertellen. Die nacht zal later bekend worden als De grote watersnoodramp van 1953.
Nout en Leen proberen de huisraad te redden en de geit en de kippen. Maar het water stijgt en stijgt. Ze weten ternauwernood aan het water te ontsnappen. Daarna doen alle kleine problemen, zoals nieuwe voetbalschoenen of beschuldiging van diefstal er niet meer toe. Ze doen wat ze kunnen om mensen te redden. Ze werken ook uren lang achter elkaar door in de ijzige kou om het gat in de dijk te dichten.
Ondertussen spoken allerlei gedachten door Nouts hoofd. Hoe is het met Jannetje en haar moeder? Hebben zijn ouders de ramp overleefd? Hoe is het met opa Hidde?
Voorin het boek staat een kaartje van het dorp waarin Nout woont. Zo kun je bekijken waar opa woont, waar de school en de kerk is, hoe Nout met Jannetje naar huis loopt enz.
Het is een goed verteld verhaal. Geen vals sentiment maar vrij realistisch gebracht zonder heel gruwelijke details. De burgemeester, dominee en dijkgraaf zijn duidelijk mensen die zich beter voelen dan de dorpelingen. Alle waarschuwingen worden terzijde geschoven. Die burgertjes moeten zich niet zo druk maken... tot het te laat is. Dan zijn ze maar wat blij met die doortastend optredende dorpelingen.
Ineke Mahieu laat zien hoe benepen sommige mensen kunnen zijn. De dominee is weerzinwekkend. Ongelovigen blijven voor hem ongelovigen, het zijn geen mensen in nood... De burgemeester treedt ook nauwelijks op als burgervader. Je ergert je vreselijk aan deze mensen en je bent blij dat er knapen zijn als Nout en Leen die alles er aan doen om mensen in veiligheid te brengen. Als het boek uit is, hou je een beetje van deze twee jongens.
In een interview vertelt Ineke Mahieu dat ze merkte dat jongeren nauwelijks wisten dat deze ramp heeft plaatsgevonden en dat daardoor Het Deltaplan is ontstaan. Zij wilde deze geschiedenis niet verloren laten gaan en schreef daarom dit boek.
Jongeren die dit lezen krijgen dankzij dit verhaal een goed beeld van de gebeurtenissen voor, tijdens en na de ramp.
Door voor deze vorm te kiezen krijg je een boeiend, soms zelfs spannend verhaal te lezen dat niet alleen over de ramp gaat maar ook over gewone alledaagse dingen. Daardoor leef je mee en voel je min of meer hoe het geweest moet zijn. Heel knap gedaan.
ISBN 978-90-475-1388-9 Hardcover 174 pagina's | Van Holkema & Warendorf | september 2010
Vanaf 10 jaar
Zie ook: http://www.watersnoodmuseum.nl
© Dettie, 16 september 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER