Drakenvuur
Folkert Oldersma
Yorna, de ik-verteller, haalt haar vriend Reinout uit de bibliotheek, waar hij zoals altijd over de boeken gebogen zit. Hij is namelijk verslaafd aan kennis, hij wil alles weten. Yorna heeft daar veel minder behoefte aan, zij kan goed zonder boeken. Maar niet zonder haar vriend, de professor, zoals ze hem noemt. Hij is dan wel klein, maar hij is ook dapper; hij stapt overal op af en met alles wat hij weet overtroeft hij vaak degenen die denken dat ze hem aankunnen.
Reinout werkt systematisch het alfabet af hij is intussen aanbeland bij de D, en is gefascineerd door draken. Terwijl hij alles wat hij zojuist gelezen heeft aan het vertellen is komt de bibliothecaresse aangelopen. Ze duwt hem een boek in de hand, en dat blijkt een bijzonder boek te zijn. ‘Over draken’ heet het, ‘alleen voor lezers van dertien of jonger.’
Het boek leidt hen naar de Hellesteeg, waar ze een man ontmoeten die duidelijk ook erg geïnteresseerd is in draken. Tinkelbinkie heet hij, en hij gelooft er heilig in dat draken echt bestaan.
‘Jullie zouden ze willen ontmoeten?’
‘Natuurlijk,’ antwoordde Reinout. ‘Echte draken meemaken, ze zien, ze voelen, ze ruiken. Dat zou geweldig zijn.’
‘Doe normaal,’ zei ik.
‘Wat? Wil jij dat allemaal dan net?’ vroeg hij verbaasd.
‘Draken bestaan niet.’ zei ik.
Yorna gelooft niet in sprookjes, maar Reinout laat zich er van overtuigen dat hij echt in een parallelle wereld kan komen, waar draken leven.
En laat Tinkelbinkie gelijk hebben! Als Reinout en Yorna doen wat hij zegt komen ze terecht in een akelige wereld:
‘Alles was er zwart. Zwartgeblakerde boomstronken, zwarte ruïnes van torens, verbrande geraamtes van dieren, een gespleten gedenk- of grafsteen, ook zwart, en een zwart omvergehaald standbeeld van een ridder.’
Moeten hier draken wonen? Het is er ook ongelooflijk heet, niet om uit te houden. Gelukkig vinden ze een koelere grot. En daar zien ze hun eerste draak: een kleintje, dat wel, maar toch met vervaarlijke klauwen en vurige ogen. En hij kan praten! Het is Garold, een blauw draakje. Hij is ziek, en vertelt hoe dat komt. Ravenick, leider van de rode draken, is de baas. Zijn tirannie vernietigt de wereld.
Daarmee begint de strijd van Reinout en Yorna om de blauwe draakjes te redden van de rode draken en de orde in het drakenrijk te herstellen. Natuurlijk lopen ze tegen allerlei problemen aan en ze zijn ook niet de enige mensen in die wereld.
Maar het is een sprookje waarin alles kan. Voor ieder probleem is er meteen een pasklare oplossing, hetgeen soms toch wel ongeloofwaardig wordt. Onderweg moeten er veel raadsels opgelost worden om verder te kunnen met hun opdracht en daar is Reinout natuurlijk een kei in, dus die vindt dat wel leuk, hetgeen steeds maar weer benadrukt wordt.
Maar Yorna ergert zich – net als de lezer misschien - aan al ‘dat gedoe om niks’. Ook het taaltje dat door de draken gebezigd wordt, hm, vinden kinderen dat leuk?
‘Passen op dat de rode draken jou betrappen buiten niet. De aangangers van Ravenick dat zijnen. Ze soldaten zijnen, zijn gelpers, zei Garold.’
Folkert Oldersma kan beter dan dit. Ook het lesje over democratie maakt het verhaal niet spannender, het is een enigszins flauw verhaal. Dat ligt niet aan de twee hoofdpersonen, die zijn interessant genoeg. Maar het avontuur in de parallelle wereld lijkt op een computerspel waarbij je ook steeds opdrachtjes krijgt om verder te kunnen. Volgende keer beter.
ISBN 9789044835793 | Hardcover | 185 pagina's | Uitgeverij Clavis | september 2019
Illustraties Joachim Sneyers | Leeftijd 9+
© Marjo, 21 september 2019
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER