Jimi
Cis Van Peer
De hoofdpersoon in dit verhaal is een ‘ik’ zonder naam. En pas na een pagina of twintig vernemen we dat het een jongen is. Niet dat het verschil maakt.
Niet weten hoe hij heet, maakt het verhaal dat hij vertelt nog indringender. Dat verhaal gaat over het afscheid van zijn moeder. Die is op een dag vertrokken, en het ziet er niet naar uit dat ze terug komt. Hij en zijn papa horen niets meer van haar, haar afscheidbriefjes waren en blijven het laatste. Het gemis van zijn moeder is een kant van het verhaal, zijn last wordt nog groter doordat het voor zijn vader is ‘ alsof zijn wereld vergaat’.
‘Ik wist soms niet waardoor mijn hart meer brak. Mama’s vertrek of papa’s verdriet.’
Om zichzelf staande te houden zoekt hij zijn toevlucht tot een dagboek, dat hij Jimi noemt. Groot is zijn verbazing als er op een dag een antwoord in geschreven wordt!
Jimi blijkt te bestaan, het is een oude knorrepot, die de jongen wel helpt, maar dat misschien liever niet zou doen. Hij zit met een eigen verdriet. En welja, dat belandt ook nog op het bordje van de jongen. Het is een wonder dat hij overeind blijft. Maar niet alleen dat, hij blijkt een steun voor zowel zijn vader als voor Jimi, al lijkt het anders. De jongen blijft hardnekkig zoeken naar zijn moeder, al was het maar om zijn vader te helpen. Maar hij praat er niet over. Alleen met Jimi.
Samen volgen ze sporen uit mama’s verleden langs de toneelvereniging, naar haar werkkring, naar de bar waar zij -alleen!- naar toe ging, en de kledingzaak waar ze graag inkopen deed.
Maar het is niet zozeer zijn moeder die hij leert kennen, het lijkt meer op een zoektocht naar zijn eigen ik. Hij leert omgaan met verdriet, wordt in korte tijd bijna volwassen. Jimi blijkt bepaald filosofisch te zijn.
‘Tja, volgens je papa zou het ook allemaal overgaan, niet?’
‘Wat bedoel je?’
‘Dat je papa niet alles weet.’
‘Ik had me kabouters anders voorgesteld,’ probeerde ik.
‘Hé, knul, het leven loopt niet altijd zoals je zelf verkiest.’
En dat is hetgeen de jongen uiteindelijk begrijpt. Hij beseft dat de wereld niet om hem draait. Zo wordt het verhaal behalve een verhaal over omgaan met verlies, ook nog een coming-of-ageverhaal. En dat is zeker niet geschikt voor jongere lezers. Waardoor het ook minder geschikt is voor de Nederlandse jongere lezer is het gebruik van Vlaamse woorden en uitdrukkingen, bijvoorbeeld ‘ik zie je graag’; titularis; binnengeraken; het onder de markt hebben; en wat is een immokantoor?
De jongen vertelt zijn verhaal achteraf. Dat wil zeggen dat hij kennis heeft van de afloop. Iets wat de lezer niet weet. De dagboeknotities zijn wel van de periode waarover hij vertelt. Ik krijg het idee dat Jimi een alterego is, een manier om zich door deze moeilijke periode te slaan. Ook de verhalen van Jimi immers, over de eerste wereldoorlog kunnen evengoed van opa Fik zijn. Zelfs dat die oorlog erbij gehaald wordt is erg Vlaams.
Maar voor de juiste doelgroep is het zeker de moeite waard: een mooi, ontroerend verhaal.
ISBN 9789079422036 | paperback | 119 pagina's | augustus 2009 (2e druk) 13-15 jaar
© Marjo, 1 februari 2011
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER