De sterrenkijker
Beatrijs Oerlemans
‘Als ik in mijn hangmat lig, fladderen er allerlei gedachten door mijn hoofd, warrig en verbrokkeld. Het is alsof ik door een kapotte verrekijker kijk en het me niet lukt om het beeld scherp te krijgen.’
Maarten, de ik-verteller, is met zijn vrienden Roos en Max op weg naar Katteneiland. Daar woont Timo, een vriend van Max die hij al tien jaar niet gezien heeft. Ze hebben maar net genoeg tijd, er mag niets tegenzitten, want op 26 juli móeten ze op het eiland zijn. En dan is het de bedoeling dat ze de berg beklimmen, waar één keer in de vijf jaar een sterrenregen valt. Wie daar bij is mag een wens doen.
En wensen hebben ze wel, deze drie: Maarten woont alleen met zijn vader die heel hard werkt en geen tijd heeft voor zijn zoon. Het contact tussen hen is verstoord geraakt na de dood van zijn moeder. Roos wil zo ontzettend graag in een circus werken, haar kunsten vertonen in de nok van de tent, maar ze heeft een ongeluk gehad toen ze zeven jaar was en heeft een houten been. Niet gek dat haar bezorgde vader een heel andere toekomst voor haar wil. En Max wil dus Timo zien.
Of ze de sterrenregen halen? Het zit hen niet mee. De berg lijkt ontoegankelijk.
Dus dan kunnen ze die wensen ook wel op hun buik schrijven.
Maar de reis is nog niet voorbij, en de avonturen ook niet.
Drie personen op een bootje. Zij zijn niet zoals je dat in eerste instantie aanneemt. Gaandeweg wordt duidelijk dat Max een kat is. Maar dan wel eentje die op gelijk niveau staat als de twee menselijke wezens. Dat maakt het verhaal heel bijzonder. Het is als een sprookje, maar dan een waarbij de lezer uitgedaagd wordt om zelf te ontdekken hoe het zit.
Er zijn hele leuke vondsten: die paarse fles bijvoorbeeld die echt een postservice biedt. Een oom Berend die naar Amerika is gevaren. Een kat die zich uitleeft op het bakken van de heerlijkste taarten en ook andere lekkere gerechten kan maken. Dat gele kistje dat Max bij zich heeft.
Maar vooral het idee van tweelingvrienden.
Dit is een heel mooi avonturenverhaal, maar ook veel meer dan dat. De kracht zit hem in de meerdere lagen, en al neemt een kind die niet allemaal in zich op, dat is geen probleem: het blijft een mooi verhaal, en kan dan een boek worden dat je leest en herleest tot het van ellende uit elkaar valt. Maar dat zal niet snel gebeuren, want de papierkwaliteit is uitstekend en het is stevig gebonden. Dan zijn er ook nog de prachtige tekeningen, die niet bij de tekst staan, maar twee volle pagina’s groot zijn en tussendoor gevonden kunnen worden. Ook de stijl van schrijven is prachtig, beeldend met een prima woordkeuze, kort en duidelijk als dat uitkomt, in een duidelijk lettertype, en genoeg witruimte.
Er is eigenlijk niet één minpuntje te vinden, nog niet het kleinste!
‘De woorden waren er wel, maar ze mochten geen geluid maken.’
ISBN 9789047705871|Hardcover |125 pagina’s | Uitgeverij Lemniscaat |september 2013
Illustraties van Peter-Paul Rauwerda Leeftijd vanaf 8 jaar
© Marjo, 25 mei 2014
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER